Home

Laat nieuwe journalisten iets van Sytze van der Zee meekrijgen

Er was geen ontsnappen aan, die middag eind 1989, op de kamer van de hoofdredacteur van het Parool. De ogen van Sytze van der Zee. Staalblauw. Onderzoekend. Magnetisch. Als nerveuze sollicitant had ik het gevoel gevangen te zitten in die vorsende blik. Ik was al tien jaar journalist, maar vreesde dat ik ter plekke zou worden ontmaskerd als incompetente beginneling. En slechts ter overgave zou stamelen: helemaal waar.

Soms laat het wezen van iemand zich terugbrengen tot één karaktertrek of lichaamskenmerk. Bij Van der Zee waren het die ogen. In combinatie met een stevig postuur en een goeie kop straalden ze veel uit: daadkracht, karakter, nieuwsgierigheid en onverschrokkenheid. Eigenschappen die zijn leven als verslaggever, hoofdredacteur en schrijver kenmerkten. Ze maken hem ook na zijn overlijden, vorige week op 85-jarige leeftijd, tot een inspiratiebron voor de hedendaagse journalistiek.

Ten tijde van mijn sollicitatiegesprek was de mythevorming rond zijn persoon al begonnen. Hij had de naam een knokeharde journalist en leidinggevende te zijn die volledige inzet van zichzelf en zijn redacteuren eiste. Op de Parool-redactie moesten we elke dag vanaf zeven uur ‘s ochtends in vier uur tijd de krant maken. Ik grap wel eens dat we op galeislaven leken die met van deadlinestress kromgetrokken ruggen achter grote computerkasten massa’s kopij zaten door te jassen terwijl een adjudant van Van der Zee aan de middentafel als een Nubische trommelaar het ritme aangaf en ons naar zuurstof deed happen. Prachtige tijd.

De vrees voor Van der Zee was deels projectie. Fluisterend dat hij elke werkdag begon met een ijskoude douche, maakten we het schrikbeeld in ons hoofd steeds groter. Ja, hij was onmiskenbaar de baas, maar hij was geen beul of bullebak. Oud-collega Marije Vlaskamp meent dat sommige mores van hem (zoals de gevleugelde uitspraak ‘een nachtje doorhalen, daar worden het grote jongens van’) inmiddels uit de tijd zijn. Maar, zegt ze, deze mores hebben haar heel veel gebracht. Een andere collega, Cecilia Tabak, schrijft: ‘Zonder hem hadden veel journalistieke levens er heel anders uitgezien’.

Van der Zee dwong je het maximale uit jezelf te halen. Werken onder hem was als een wedstrijd spelen met een hoge intensiteit, momenteel het hoogste ideaal in het voetbal. Het deed mij mijn grenzen opzoeken, maar het was uitermate bevredigend. Er is niks mis met willen excelleren.

Ik kreeg er in Sytze zelfs een onwaarschijnlijke vriend bij. Een vriendschap die mijnerzijds stoelde op bewondering voor een aantal eigenschappen die voor de journalistiek van onschatbare waarde behoren te zijn. Zoals pure nieuwsgierigheid. Hij wilde altijd achterhalen hoe dingen in elkaar steken. Verder waren er zijn moed, eigenzinnigheid en tegendraadsheid in zijn zoektocht naar de waarheid.

Als hij NRC-correspondent is in West-Duitsland en velen in Nederland sympathiseren met de Rote Armee Fraktion, een linkse stadsguerrillagroep, gaat hij daar dwars tegen in. Ook als je doodt voor een betere wereld, moorden blijft moorden, vond hij.

Als in zijn Parool-tijd misdaadverslaggever Bart Middelburg zijn tanden zet in gevaarlijke criminelen als Etienne Urka staat Sytze als hoofdredacteur achter hem. Als ze beiden na een rechtszitting in Amsterdam een kop koffie gaan drinken in de Leidsestraat, zien ze hoe Urka naar hen wijst. ‘Zijn kille ogen en priemende vinger gaven mij een unheimisch gevoel’, schrijft Sytze in zijn boek ‘Verslaggever van beroep’. Het weerhield ze er niet van te doen wat ze moesten doen.

Sytze durfde alleen te staan, trotseerde misdadigers - allemaal in dienst van het vrije woord en de open blik. Hij maakte zich de laatste tijd zorgen dat ideologie, identiteitspolitiek en ideaal de onbevangenheid bedreigen die onontbeerlijk is voor echte waarheidsvinding. ‘Politieke correctheid leidt tot verdoezeling’ was zijn credo, dat wat mij betreft op de deur van elke redactiezaal mag worden gespijkerd.

Pas wekte hij met een impulsieve woedeaanval de verdenking dat hij moeite had met vrouwen in de journalistiek. Niets was minder waar. Mijn vrouw, de journalist Steffie Kouters, voelde zich altijd volstrekt gelijkwaardig behandeld door hem in hun gesprekken over het werk. Geslacht of rang deden er niet toe. Het enige wat voor hem telde was liefde voor het vak.

Sytze was een journalist van de oude stempel. Laat de nieuwe journalisten iets van dat oude stempel meekrijgen.

Over de auteur
Arie Elshout is journalist en columnist voor de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in de VS en Brussel. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next