Er is sprake van een verontrustende trend: steeds minder jonge advocaten kiezen voor de sociale advocatuur. Uit een onderzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat rechtenstudenten aanzienlijk minder informatie ontvangen over de sociale advocatuur dan over andere vakgebieden.
Maar je voelt je haast bezwaard om studenten te enthousiasmeren voor een carrière in de sociale advocatuur, gezien het vooruitzicht van een gering aantal posities en het lage loon. Toch zijn er jonge juristen die wel degelijk belangstelling hebben voor de sociale advocatuur.
Over de auteur
Cansu Koça is junior docent Amsterdam Law Firm en Privaatrecht aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam. In de maand november is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Onderzoek van de Raad voor Rechtsbijstand toont aan dat de drempel voor startende advocaat-stagiairs hoog is. Zo wordt de driejarige beroepsopleiding tot sociaal advocaat bemoeilijkt door de beperkte werkgelegenheid. Circa 60 procent van de kantoren die aan het onderzoek deelnamen, had op dat moment geen stageplaatsen beschikbaar voor advocaat-stagiairs. Kantoren die geen stageplaatsen hebben, wezen op financiële tekorten als de voornaamste oorzaak.
Uit het onderzoek blijkt bovendien dat steeds meer advocatenkantoren ervoor kiezen om, vanwege de hoge kosten van opleiding en loon, een advocaat-stagiair niet in loondienst te nemen, maar als zelfstandig ondernemer aan te nemen. Deze vorm van samenwerking, ook wel stagiair-ondernemerschap genoemd, houdt in dat de stagiair-ondernemer zelf verantwoordelijk is voor het werven van cliënten en een financiële buffer van enkele tienduizenden euro’s ter beschikking moet hebben.
Met deze aanpak komt het financiële risico bij de stagiair te liggen, niet bij het kantoor. Dit is bijzonder ontmoedigend en creëert een barrière voor jonge juristen zonder kapitaal, de meerderheid van de jonge juristen dus. Het eerder genoemde onderzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid toont dan ook aan dat 64 procent van de subgroep − bestaande uit studenten die enigszins belangstelling hebben voor een carrière in de sociale advocatuur − eerder zou kiezen voor de sociale advocatuur, als in loondienst wél een optie was.
Ondanks de geheel dekkende overheidssubsidie voor de beroepsopleiding van sociale advocaten, kiezen kantoren nog steeds voor de stagiair-ondernemerschapconstructie omdat de kosten voor een vaste loondienst van minimaal drie jaar simpelweg te belastend zijn.
Sociaal advocaten krijgen daarnaast weinig betaald. Het komt zelfs voor dat sociaal advocaten slechts 5 euro per uur verdienen voor hun werk. Uit een motie van het lid Sneller c.s werd vorig jaar duidelijk dat de vergoeding voor sociaal advocaten met slechts 0,67 procent is verhoogd, terwijl de gemiddelde inflatie dat jaar 5,6 procent bedroeg.
Het is al langer bekend dat sociaal advocaten nauwelijks een leefbaar loon verdienen en moeite hebben om het hoofd boven water te houden. Een te lage vergoeding is volgens het Kenniscentrum Rechtsbijstand dan ook de belangrijkste oorzaak van de afnemende instroom van sociaal advocaten. Dit maakt het des te vreemder dat vanuit de overheid ontoereikende middelen, zoals de verhoging van de vergoeding met 0,67 procent, blijven komen.
Als dit gebrek aan doeltreffendheid vanuit de overheid voortduurt, zal 40 procent van de Nederlandse burgers die in aanmerking komen voor rechtsbijstand praktisch geen toegang meer hebben tot het recht. Ook de Staatscommissie rechtsstaat beaamt dit, en benadrukt daarbij dat de toegang tot het recht, een grondbeginsel van de rechtsstaat, ook op internationaal niveau als een ‘minimumvereiste voor rechtsstatelijkheid’ geldt.
Het is dan ook verwerpelijk dat de sociale advocatuur slechts één keer wordt genoemd in het regeerakkoord (‘Het kabinet vindt het daarnaast belangrijk om voldoende aanbod van de sociale advocatuur te houden’). Ironisch genoeg wordt de term ‘rechtsstaat’ herhaaldelijk genoemd, terwijl het rapport Rechtsstatelijke toets regeerprogramma 2024 constateert dat de gebrekkige ondersteuning aan de sociale advocatuur door het kabinet-Schoof in strijd is met de beginselen van rechtsstatelijkheid.
Het is, kortom, een rechtsstatelijke noodzaak dat er (loondienst)posities beschikbaar komen en het loon wordt verhoogd, zodat geïnteresseerde jonge juristen daadwerkelijk kunnen instromen in een ondergewaardeerd vakgebied. En daar is grote haast bij: de komende jaren zullen naar verwachting 2.500 sociaal advocaten met pensioen gaan.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns