Home

Oliewinning bij een windmolen in Kansas

De VN-klimaattop staat dit jaar geheel in het teken van geld. Daar is veel meer van nodig om arme landen te helpen de overstap naar een groene economie te maken. Maar wie is bereid om de portemonnee te trekken?

Afgelopen jaar was een recordjaar voor groene energie in Nederland, de EU en tal van andere landen. Maar de energietransitie loopt lang niet overal op rolletjes. Eén statistiek is veelzeggend: Nederland heeft meer windmolens en zonnepanelen dan het hele continent Afrika:

NUgraph wind- en zonne-energie in Nederland en Afrika

Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Om de opwarming van de aarde tegen te gaan zullen alle landen moeten vergroenen, ook als ze daar zelf eigenlijk geen geld voor hebben. Op de klimaattop die dit jaar plaatsvindt in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe (COP29) gaat het daarom over de klimaatsteun van rijke aan arme landen.

In 2009 werd voor het eerst een bedrag vastgesteld dat industrielanden moeten steken in klimaatfinanciering: 100 miljard dollar per jaar. Een fors bedrag, maar tegelijk is het duidelijk dat het nog altijd volstrekt onvoldoende is.

Volgens schattingen van verschillende organisaties hebben ontwikkelingslanden biljoenen (duizenden miljarden) nodig. Niet alleen voor schone energie, maar ook om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals ergere droogtes en overstromingen.

In het Parijsakkoord is daarom afgesproken dat er voor 2025 een nieuw doel moet worden vastgesteld. Daar moet in de komende twee weken duidelijkheid over komen.

NUgraph EU-klimaatsteun

Eén ding is zeker: dat wordt niet makkelijk. De onderhandelingen vinden plaats te midden van wereldwijde spanningen, waaronder oorlogen in Oekraïne en Gaza en een dreigende handelsoorlog tussen China, de VS en de EU.

Het vertrouwen van ontwikkelingslanden in het rijke Westen is ondertussen beperkt. Zij zijn nog altijd boos dat industrielanden te laat waren met het bijeenrapen van de 100 miljard dollar. En veel ontwikkelingslanden komen om in de schulden; zij vrezen dat rijke landen straks komen aanzetten met nog meer leningen in plaats van giften.

Kortom: het is nog maar de vraag of er op de komende klimaattop sprake zal zijn van wereldwijde solidariteit. Zeker gezien het bedrag dat verschillende ontwikkelingslanden eisen in aanloop naar de top: 1.000 miljard dollar per jaar.

"Dat lijkt natuurlijk een idioot groot bedrag en dat is het ook", zegt klimaatexpert Hilde Stroot van hulporganisatie Oxfam. "Maar er zijn heel veel verschillende manieren waarop je het bij elkaar kan harken."

Volgens Stroot zouden rijke landen bijvoorbeeld hun veelbesproken fossiele subsidies kunnen afbouwen en het bespaarde geld kunnen steken in klimaatfinanciering. Ook ziet ze mogelijkheden in wereldwijde belastingen op de winsten van olie- en gasbedrijven, het vermogen van de allerrijksten of op de lucht- en scheepvaart.

Daar is lang niet overal animo voor. Het is daarom zeer de vraag of het echt tot een afspraak kan komen over zo'n enorm bedrag. "Die 1 biljoen is gewoon niet realistisch", zegt PvdA-GroenLinks-Europarlementariër Mohammed Chahim. Hij ziet het vooral als een hoog openingsbod.

De EU en andere industrielanden hebben niet gezegd welk bedrag zij wél zien zitten. Maar Nederland is een van de landen die de komende jaren juist minder geld willen steken in ontwikkelingshulp. Het kabinet-Schoof zet daar de komende jaren het mes in, waardoor er weinig zal overblijven van de krap 1 miljard euro die Nederland nu jaarlijks steekt in klimaatsteun.

De EU, VS en Japan willen de komende weken zo min mogelijk praten over een (torenhoog) bedrag en zoveel mogelijk over de opbouw van het doel voor klimaatsteun. Ze hopen dat hier veel meer verschillende geldbronnen in gaan meetellen, zoals ook investeringen van bedrijven. Daarnaast willen ze dat meer landen gaan bijdragen, zoals Saoedi-Arabië, Zuid-Korea en China. Zij zijn nu nog niet verplicht om geld te steken in klimaatsteun, terwijl ze relatief welvarend zijn.

China kan mogelijk een sleutelrol kunnen vervullen, denkt Pieter Pauw, die aan de TU Eindhoven onderzoek doet naar klimaatfinanciering. Het land investeert nu al veel in (soms groene) infrastructuur in ontwikkelingslanden, maar dat telt niet officieel als klimaatsteun. Als het land wel officieel wil bijdragen aan een wereldwijd financieringsdoel, kan dat een doorbraak zijn. "Dan denk ik dat veel anderen zullen zeggen: wij doen ook mee'", zegt Pauw.

Ondertussen hangt het resultaat van de Amerikaanse verkiezingen nog boven de top. De VS wordt straks vertegenwoordigd door de vleugellamme regering-Biden. Het zal één vraag centraal stellen: gaan andere landen extra ambitie tonen om te laten zien dat de rest van de wereld nog wél actie wil ondernemen? Of trekken ze zich terug in de verwachting dat de aanpak van de klimaatcrisis de komende jaren zal stokken?

Het antwoord weten we rond 22 november, als de klimaattop tot een besluit moet komen.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next