Vandaag hult ze zich in grijs en in nevelen. Bij anderen doet het af aan hun schoonheid, maar het staat haar net zo mooi als hemelsblauw of nachtzwart. Vandaag stel ik mijn dochters aan haar voor. Ze hebben veel over haar gehoord, haar op foto’s gezien, een paar keer reden we langs, maar nog nooit hebben ze haar ontmoet.
De herfst is in volle gang, maar toch zitten er nog steeds meer bladeren aan de bomen dan er op de grond liggen. Sommigen zullen zeggen dat dat komt doordat het in de stad warmer is en het daarom langer kan duren voordat de bladeren verkleuren en vallen. Maar anderen, zoals ik, weten dat het komt omdat verval en aftakeling haar vreemd zijn. Daar doet ze niet aan.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
We komen aan in Gare du Nord, nemen de metro en stappen uit bij de École militaire. ‘Welkom in Parijs’, zeg ik als we de laatste treden naar het straatniveau nemen. We steken een grote weg over, gaan naar rechts en lopen een winkelstraat in.
Bij een bakker halen we croissants, een suisse en een chausson aux pommes (je zou dit naar het Nederlands kunnen vertalen als ‘appelflap’. En dat is dus precies waarom je sommige dingen niet moet vertalen). De bakker heet Julien en dan hoop je dat de croissants de lekkerste zijn die je ooit hebt gegeten. Dat zijn ze niet.
We lopen verder, slaan een hoek om en nog een en dan. Dan. Opeens torent de Eiffeltoren hoog en massief en statig boven ons uit. De top is verborgen in het grijze, laaghangende wolkendek. Maar dat maakt de betovering niet minder, getuige het gezicht van mijn oudste dochter. Ze wilde al zo lang naar Parijs, de Eiffeltoren zien, macarons eten.
Tien minuten later is de betovering verbroken en vervallen we weer in het aloude ‘kom, we lopen nog even verder/nee, ik wil niet meer lopen/kom op, we zijn in Parijs, dit is leuk/nee, dit is de stomste dag uit mijn leven’. Maar we lopen stug verder. ‘Allerlei soorten mensen’, zegt mijn jongste dochter als we in de buurt van Pigalle lopen. Ja, allerlei soorten mensen, onder wie een verdwaalde Nederlandse schrijver aan de overkant van de straat die over zijn baard praat met een vriend.
We eindigen onze wandeling op de trappen onder de Sacré-Coeur. ‘Parijs is echt zo groot’, verzucht mijn jongste dochter terwijl ze uitkijkt over de eindeloze en tomeloze stad.
‘Is het groter dan Amsterdam?’
Ja, het is groter dan Amsterdam.
‘Is het groter dan Haarlem?’
Ja, groter dan Haarlem.
‘Is het groter dan Haarlem-Noord?’
Ook.
‘Groter dan Frankrijk?’
In zekere zin wel, ja.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns