Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Koop Nederlandse waar, dan helpen we elkaar’, zo luidde de slogan van de Vereniging Nederlands Fabrikaat tijdens de depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw. Burgers moesten producten aanschaffen die gemaakt waren op eigen bodem. Dat gebeurde niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen. Het leidde tot een diepe crisis en indirect tot een wereldoorlog.
De wereld is hard op weg honderd jaar later deze slogans te herhalen. Als het zo doorgaat, kunnen in de EU in de toekomst alleen nog producten worden gekocht die ook in de EU zijn gefabriceerd. Of, nog erger: in Frankrijk mag alleen nog Franse waar in de winkels liggen en in Nederland alleen Nederlandse waar.
De praktische uitvoering wordt gemakkelijker nu in alle Europese landen de grenscontroles worden hersteld. Vrij verkeer van goederen, diensten en personen zijn naoorlogse idealen die bij het oud vuil worden gezet.
De toon is gezet. De Chinezen willen best Europese en Amerikaanse producten hebben, maar die moeten dan wel in China worden gemaakt. Niemand twijfelt eraan dat Donald Trump, als hij opnieuw president van Amerika wordt, nieuwe importbarrières zal opwerpen, zodat exporteurs die nog iets in de VS willen verkopen het daar ook moeten laten maken.
Bedrijven hebben er nu al veel last van. Philips heeft steeds meer moeite om medische apparatuur in China te slijten, zoals Volkswagen dat heeft bij het verkopen van auto’s. Philips-topman Roy Jakobs zei onlangs in het FD dat het bedrijf al rekening houdt met toenemend protectionisme en hogere handelstarieven. ‘Landen stellen meer eisen. We moeten in China produceren en innoveren om daar te mogen verkopen. Dat speelt ook in Noord-Amerika.’
Mondiale toeleveringsketens van grondstoffen, onderdelen en halffabrikaten worden regionale of zelfs nationale ketens. Als bedrijven in een land hun producten willen verkopen, moeten ze niet alleen hun fabrieken maar ook hun research daarnaartoe verplaatsen. Zeldzame metalen kunnen bedrijven alleen krijgen als ze in dat land daarmee gaan werken.
Deglobalisering zal ten koste gaan van de welvaart. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft berekend dat nieuwe protectionistische maatregelen 1 procent mondiale groei kosten. Economen van ABN Amro schatten dat de door Trump voorgestelde heffingen iedere Nederlander weleens 500 euro kunnen kosten vanwege duurdere importen en het wegvallen van export.
Het is het einde van een tijdperk van dertig jaar met relatief grote groei en welvaart doordat producten, onderdelen en grondstoffen op de meest efficiënte plek en tegen de laagste kosten werden geproduceerd. Daardoor werd alles goedkoper en nam de inflatie af.
Misschien is het niet erg dat de wal het schip keert. Want groeiende welvaart leidt alleen maar tot meer vervuiling en verspilling. Aan de andere kant moet er ook meer geld komen voor energietransitie, versterking van defensie, bestrijding van armoede en betere zorg.
In de jaren dertig moest het toenemend protectionisme de massawerkloosheid bestrijden. Dat excuus is er nu niet. Het is puur machtspolitiek. Als Nederlanders alleen nog Nederlandse waar mogen kopen, dan zullen wij het hardst worden getroffen.
Geen land is zo afhankelijk van globalisering.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns