Wat na de kwalificatie nog een dag van schadebeperking leek te worden, is uiteindelijk uitgedraaid op een gouden dag voor Max Verstappen in het wereldkampioenschap. De Nederlander zegevierde vanaf P17 en heeft zichzelf daarmee op matchpoint gezet voor de vierde opeenvolgende wereldtitel, die in Las Vegas al te behalen valt als hij niet meer dan twee punten verliest ten opzichte van Lando Norris. De manier waarop het zondag gebeurde, spreekt wellicht nog meer tot de verbeelding. Zo heeft Verstappen na 2016 opnieuw een regenrace in Brazilië afgewerkt die de geschiedenisboeken in zal gaan. Het zijn twee gedenkwaardige Grands Prix, al zijn er voor Verstappen wel enkele belangrijke verschillen.
“Beide races staan zeker in mijn top-tien”, begint Verstappen zijn uitleg tijdens de persconferentie in Sao Paulo. “Maar deze is zeker crucialer dan die van jaren geleden. Destijds had ik niks te verliezen. Ik was niet in gevecht voor het kampioenschap en ik moest terugknokken na een strategische fout die we hadden gemaakt. Ditmaal stond er veel meer op het spel. Ik moest vandaag veel gecontroleerder rijden en ook aan het kampioenschap denken. Voor mij is dit daardoor zeker de beste.”
Verstappen heeft zich met de zege andermaal getoond als regenrijder, waarbij de opleiding uit zijn jonge jaren natuurlijk een rol speelt. Juist in de regen moest de jonge Max naar andere lijnen zoeken op de kartbaan van Genk om er een beter gevoel voor te krijgen. Dat gezegd hebbende, komt de Nederlander ook met een compliment voor beide Alpine-coureurs. “De jongens die vroeger bij het karten goed waren in de regen, zijn dat nu ook in de Formule 1. In karting reed ik natuurlijk ook tegen Esteban en Pierre en toen waren zij ook al goed in de regen. Het is absoluut iets wat je oppikt in je jongere jaren, zeker als je veel oefent. Waar wij vandaan komen, regent het misschien ook iets meer dan op sommige andere plekken. Dan ga je gewoon de baan op, ga je oefenen en probeer je comfortabel te worden. Zo word je er beter in. Die dingen neem je mee en kun je uiteindelijk in je voordeel gebruiken.”
Verstappen sloeg een belangrijke slag in de openingsronde – met name buitenom in bocht 3, waar hij in 2016 ook Nico Rosberg al had gepakt – en zette zijn inhaalacties daarna vooral bij het aanremmen voor bocht 1 in. Volgens de Limburger was het geen toeval dat hij uitgerekend op die plek de meeste aanvallen afrondde. “Ik had een goed gevoel in de auto en voelde veel vertrouwen tijdens het aanremmen, ook toen ik enkele mensen op die plek voorbij ging.” De passeeractie op Esteban Ocon voor de leiding vond derhalve ook daar plaats. “Ik had een goede herstart en had de slipstream te pakken. Ik had op die plek natuurlijk al eerder mensen ingehaald en dacht daardoor ‘ik ga er gewoon vol voor aan de binnenkant’.”
Ondanks het late aanremmen wist Verstappen in de meeste geval nog redelijk veel tractie te hebben, waarbij de aard van de bocht heeft geholpen. “De camber van die bocht helpt wel een beetje, ja. Ik zag dat Esteban het me ook niet al te moeilijk maakte en gewoon achter mij aansloot. Anders had ik het nog 25 ronden op die plek moeten proberen!”, lacht de Red Bull-coureur. “Maar goed, ik ging ervoor en het was erg netjes hoe Esteban de rest van die bocht aanpakte.” Ocon voegt toe dat agressief verdedigen voor hem ook weinig nut had. “Max was duidelijk sneller tijdens die tweede stint, dus het had voor mij ook geen zin om echt te gaan vechten. Hij liep daarna ook snel bij me weg. Ik heb Max na de race trouwens wel verteld dat ik onder de indruk was van hoe laat hij daar kon remmen zonder een wiel te blokkeren.”
Bekijk: F1-update: Masterclass van Max Verstappen in Braziliaanse regen, Norris hekelt rode vlag-regels
Source: Motorsport