Natuurlijk was het een afgang, de exodus van clubs uit het betaald voetbal in de eerste ronde van het KNVB-bekertoernooi tegen amateurs. Kostelijk vermaak, al dat koninklijke geknoei. Almere City was kansloos tegen Quick Boys, dat nota bene twee klassen lager voetbalt. Het was een schande, vond ook trainer Hedwiges Maduro.
NAC ging onderuit tegen Barendrecht. Niets op af te dingen. Sparta vond de nooduitgang in de verlenging tegen Hercules, een club uit de derde divisie, en verloor de volgende dag zijn trainer. De club ontsloeg Jeroen Rijsdijk. Robin van Persie prees IJsselmeervogels, dat hem en zijn profs van Heerenveen liet ontsnappen. Willem II redde het op het nippertje tegen Genemuiden.
Roda JC verloor van Rijnsburgse Boys, dat als koploper in de tweede divisie in veel ogen favoriet was voor de aftrap. Noordwijk versloeg FC Dordrecht, Koninklijke HFC won van Emmen. Allemaal sensaties, op het oog. Grote verrassingen. Alleen: de meeste van die zogenoemde amateurs zijn allang geen echte amateurs meer.
Het zijn teams vol ervaring, met prachtige accommodaties en met menig oud-prof op het veld, met uitstekende trainers. Spelers met contracten dansen na afloop van de zege op de tafels van de kleedkamer, met ontbloot bovenlijf, op zo’n ‘beha’ met informatie na, over hoeveel ze hebben gelopen. Voor hen is voetbal een behoorlijk betaalde hobby of meer, terwijl ze overdag een aardige baan hebben, of een studie volgen.
Het verschil is dat ze drie keer trainen in de week, in plaats van bijna elke dag, zoals de echte profs uit de eredivisie en eerste divisie. In de eerste divisie zijn de spelers gemiddeld piepjong, en hun clubs werken veel met contracten voor een jaar. De elftallen zien er bijna elk seizoen totaal anders uit. Veel voetballers beseffen dat een topclub te hoog gegrepen is, maar ze proberen de droom van een leven als prof te verlengen.
De amateurs spelen thuis in de eerste ronde, al dan niet op een enigszins versleten kunstgrasveld. Het is hun wedstrijd van het jaar, terwijl de profs alleen kunnen afgaan. Zo verrassend is het allemaal niet, als de amateurs winnen. Een van de oorzaken van al die sensaties is dat de eerste divisie, tot ongeloof en ergernis van menigeen, van onderen gesloten is. Niemand degradeert. Niemand uit de tweede divisie promoveert. Ze vinden het allemaal best zo, ze willen het zelfs zo.
Jarenlang is door de KNVB van tijd tot tijd gesproken over doorstroming, om te komen tot een normale piramidale opbouw zonder muur tussen eerste en tweede divisie, maar er is weerstand. Om financiële redenen willen clubs niet promoveren, omdat ze in hun cocon van gezelligheid met elkaar willen blijven, met allerlei aantrekkelijke derby’s. Of omdat ze op een vaste tijd willen voetballen, of om welke reden dan ook.
Dat is best begrijpelijk. Het slaat alleen nergens op. Het is de hoogste tijd voor normale competities, ook voor de romantiek en het avontuur in het voetbal. Het zou toch mooi zijn; Rijnsburgse Boys of Spakenburg een keer in de eredivisie. Zolang die doorstroming ontbreekt, is het beter om te stoppen met gehijg over sensaties. Want dat zijn het niet echt.
Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant en schrijft elke week een sportcolumn. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns