Je kunt er de klok op gelijk zetten: na elke VN-klimaattop klinken wereldwijd klachten dat regeringsleiders het klimaatprobleem niet snel genoeg aanpakken. Dat komt deels door een dertig jaar oude ruzie over de regels van die toppen, die nog altijd grote gevolgen heeft.
Op de allereerste klimaattop in Berlijn worden wereldleiders uit 170 landen welkom geheten door de dan nog onbekende milieuminister van Duitsland. Als voorzitter van de top maakt Angela Merkel in 1995 haar entree op het wereldtoneel.
Drie jaar eerder hebben landen in het VN-klimaatverdrag afgesproken om gezamenlijk klimaatverandering aan te pakken. Op deze eerste jaarlijkse top (COP1) wordt voor het eerst besproken hóé ze dat dan gaan doen. We moeten "oude gewoontes en consumptiepatronen ter discussie stellen", zegt Merkel tijdens de openingsceremonie. Maar eerst is het tijd om de procedurele regels vast te stellen.
Een clubje oliestaten, waaronder Saoedi-Arabië en Koeweit, grijpt haar kans om een lange traditie van blokkerende en vertragende technieken in te zetten. De landen zien de klimaatonderhandelingen als een existentiële bedreiging voor hun fossiele inkomsten, en werken samen met een Amerikaanse olielobbyist om de voortgang zoveel mogelijk tegen te houden.
Deze Don Pearlman hangt constant rond de onderhandelingen, waar hij opdrachten meegeeft aan Arabische delegaties, schrijft het Duitse tijdschrift Der Spiegel nog tijdens de eerste klimaattop. Voorstellen die worden gedaan door Koeweit, blijken geschreven in het handschrift van Pearlman. Zo gebruikt hij de olie-exporterende landen om de belangen van cliënten als ExxonMobil, Texaco en Shell te behartigen.
Een van de gevolgen is dat de klimaattoppen het dertig jaar later nog altijd moeten stellen zonder officiële regels, want die zijn nooit aangenomen. Al 28 toppen lang worden de conceptregels uit 1995 toegepast als tussenoplossing. Met één belangrijke uitzondering: als landen het niet unaniem eens kunnen worden, mag er niet worden overgegaan tot een stemming, zoals in de conceptregels was voorgesteld. Sindsdien moeten álle landen een consensus bereiken over álle besluiten op de VN-klimaattoppen.
Dankzij de blokkade van de Saoedi's en de fossiele cliënten van Pearlman blijft het voor een klein groepje landen, of in het uiterste geval zelfs één land, mogelijk om beslissingen te blokkeren. "Zij keken ver vooruit en zagen hoe dat in hun voordeel kon werken", zegt Joanna Depledge, een onderzoeker aan de University of Cambridge die de klimaattoppen al sinds de jaren negentig volgt.
De ruzie over de regels "kan grote gevolgen hebben voor het toekomstige werk van de COP", waarschuwde het specialistische blad ENB direct na afloop van de eerste klimaattop. En inderdaad: het gevecht dreunt decennia later nog altijd door.
Op deze allereerste klimaattop was het al duidelijk dat fossiele brandstoffen verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van de klimaatverandering. Maar pas op de 26e top in 2021 werd afgesproken om het gebruik van steenkool af te bouwen. Het zou nog twee jaar langer duren voordat landen afspraken om "weg te bewegen van fossiele brandstoffen". Eerdere teksten over het onderwerp konden altijd worden tegengehouden door een kleine fossiele club.
Het ontbreken van de mogelijkheid om te stemmen "heeft meer invloed gegeven aan de achterblijvers", zegt Depledge. "Over de hele linie zijn beslissingen afgezwakt." Ook op de 29e VN-klimaattop, later deze maand in Azerbeidzjan, moet weer een compromis worden gevonden waar de hele wereld mee kan leven.
Toch moet het belang van stemmen ook niet worden overdreven, zegt Joyeeta Gupta, hoogleraar Milieu en Ontwikkeling in het Mondiale Zuiden aan de Universiteit van Amsterdam. "Het helpt niet als je een besluit neemt zonder consensus, want dan komt er niets van."
Een land dat via een stemming wordt gepasseerd, kan zelfs besluiten om dan maar helemaal uit de klimaatonderhandelingen te stappen, zegt Gupta. Zoals de Verenigde Staten, die onder president Donald Trump nog terugtraden uit het Parijsakkoord. Zijn opvolger Joe Biden draaide die stap vervolgens weer terug.
Voor belangrijke beslissingen is de steun van zoveel mogelijk landen nodig, ziet ook Depledge. "Je kan nooit iets met een stemming besluiten zonder steun van de grootste uitstoters." Wanneer landen als de VS, China en India niet willen meedoen, hebben internationale klimaatafspraken weinig zin.
Oppositie tegen de mogelijkheid om te stemmen is door de jaren heen ook niet exclusief uit de hoek van autocratische oliestaten gekomen. De VS en sommige EU-landen wilden óók voorkomen dat er gestemd zou kunnen worden, maar dan alleen over financiële zaken. Ze waren bang dat ontwikkelingslanden zouden samenspannen om rijke landen te dwingen geld over te maken voor klimaatactie. Ontwikkelingslanden zouden hier makkelijk een ruime meerderheid voor kunnen vormen.
Bij recentere pogingen om stemmingen mogelijk te maken, werden financiële zaken daarom uitgezonderd. Toch kwam ook dat voorstel, van Papoea-Nieuw-Guinea en Mexico, niet van de grond.
Komt er ooit nog beweging in de decennialange ruzie over de regels op klimaattoppen? Daar hebben de experts hun twijfels bij, maar her en der zwelt de kritiek wel aan. "Het is een belachelijke, absurde en beledigende situatie dat we oliestaten moeten smeken om toestemming als we de toekomst van de menselijke beschaving willen redden", zei voormalig Amerikaans vicepresident en klimaatgezant Al Gore vorig jaar.
"Invloedrijke mensen beginnen zich af te vragen waarom dit zo is en wat we eraan kunnen doen", ziet Depledge. "Wellicht is de tijd rijp."
Source: Nu.nl economisch