Jarenlang moest PSV opboksen tegen een veel rijker Ajax. Na een rampjaar in Amsterdam en een topseizoen in Eindhoven worden de verschillen steeds kleiner. PSV begint zaterdag zelfs als kampioen omzet aan de topper tegen Ajax. Met dank aan de Champions League.
Nog geen drie jaar geleden stelden financiële experts vast wat iedereen in de voetbalwereld al seizoenenlang dacht: Ajax was financieel uitgegroeid tot het Bayern München van Nederland.
Met de sensationele halvefinaleplaats in de Champions League in 2019 als vliegwiel stroomden de miljoenen en daarmee ook de titels binnen in Amsterdam. PSV stond op grote afstand. Op het hoogtepunt haalde Ajax zelfs twee keer zoveel geld op als PSV. Wie kon Ajax nog bedreigen?
Een rampjaar in Amsterdam én een topseizoen in Eindhoven hebben de verhoudingen veranderd. Uit de recent gepubliceerde jaarcijfers van beide clubs blijkt dat een einde is gekomen aan Ajax' financiële alleenheerschappij.
PSV haalde vorig seizoen voor het eerst in acht jaar meer geld op dan Ajax, al was het verschil maar 167.000 euro (152,13 miljoen euro om 151,96 miljoen euro). Een pijnlijk gegeven voor Ajax, dat zelfs een lening van 20 miljoen euro moest afsluiten om aan alle betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Betekent dit dat PSV ook de komende jaren de financiële kampioen van Nederland is?
Het financiële topjaar van PSV is voorlopig een incident. De club had haar recordomzet en de 10 miljoen euro winst in het kampioensseizoen vooral te danken aan het succes in de lucratieve Champions League. Daar deden de Eindhovenaren voor het eerst in vijf jaar aan mee.
Met de achtstefinaleplaats in het miljoenenbal haalde PSV maar liefst 51 miljoen euro op - een derde van de omzet. Op alle andere gebieden, zoals de kaartverkoop, de sponsoring en de verkoop van fanartikelen, scoorde Ajax beter.
Dat terwijl Ajax een van de slechtste seizoenen uit zijn 124-jarige bestaan beleefde: een vijfde plaats in de Eredivisie, een voortslepende bestuurscrisis en voor het eerst sinds 2019 geen Champions League-voetbal.
Ook in slechte tijden geniet Ajax het voordeel van een veel groter stadion (55.865 in de Johan Cruijff ArenA om 35.000 plekken in het Philips Stadion). In tegenstelling tot Ajax is PSV wel eigenaar van zijn stadion, maar ook de horecaopbrengsten kunnen PSV niet op gelijke hoogte met Ajax brengen.
Dankzij de Champions League-jackpot en de malaise in Amsterdam is PSV wel in staat om dichter naar Ajax te groeien. De clubleiding van PSV besloot het spelersbudget afgelopen seizoen met 7 miljoen euro te verhogen. Dat bracht de teller op 77 miljoen euro aan salariskosten.
Ajax keerde minder salaris uit dan de jaren ervoor (102 miljoen euro). Het verschil in spelersbudget tussen Ajax en PSV slonk zodoende van 50,4 miljoen euro naar 24,7 miljoen euro. Het gat is sinds 2018 niet zo klein geweest.
Mogelijk wordt het verschil nog kleiner, omdat Ajax na een tweede seizoen zonder Champions League-voetbal fors moet bezuinigen. Het is niet bekend hoeveel technisch directeur Alex Kroes moet korten op de selectie.
Duidelijk is wel dat Ajax na een moeizame transferzomer, waarin de club alleen Steven Bergwijn voor een groot bedrag verkocht, volgend jaar een forse financiële klap krijgt. PSV zal over dit seizoen mogelijk wéér meer geld binnenhalen dan Ajax.
Van een financiële machtswisseling is nog geen sprake. Ajax kan bogen op een eigen vermogen van maar liefst 226 miljoen euro. Het eigen vermogen van PSV (40,5 miljoen euro) steekt daar schril bij af.
De jaarcijfers van PSV zijn ook niet zo florissant als ze op het eerste oog lijken. Ondanks de extra inkomsten uit de Champions League moet ook PSV een smak geld op de transfermarkt ophalen om winst te kunnen maken.
Dat komt door de wijze waarop PSV en andere voetbalclubs hun transfers in de boeken verwerken. De penningmeester smeert de transfersom voor een nieuwe speler uit over de contractduur van de betreffende speler.
Als een voetballer voor bijvoorbeeld 15 miljoen euro komt en voor vijf jaar tekent, staat hij voor jaarlijks 3 miljoen euro aan afschrijvingskosten in de boeken. PSV verwacht dit seizoen voor de gehele selectie op 30 tot 35 miljoen euro aan afschrijvingen uit te komen.
Het betekent dat PSV voor een soortgelijk bedrag moet verkopen om quitte te spelen op de transfermarkt. Dat gebeurde afgelopen zomer onvoldoende, ondanks de verkoop van Jordan Teze (10 miljoen euro naar AS Monaco) en Hirving Lozano (12 miljoen euro, komende winter naar San Diego).
PSV hield topspelers als Jerdy Schouten, Olivier Boscagli en Walter Benítez binnenboord om wederom om de landstitel en Champions League-deelname te kunnen strijden. Dat is cruciaal om de huidige financiële huishouding te kunnen volhouden.
Daarvoor betaalt de club wel een prijs: PSV verwacht volgend seizoen rode cijfers te presenteren. Alleen een plek in de achtste finales van de Champions League kan dat voorkomen. Het gaat om netto 8 miljoen euro.
PSV denkt wel na over manieren om minder afhankelijk te zijn van de Europese jackpot en de transferopbrengsten. Een forse uitbreiding van het Philips Stadion naar 45.000 plekken behoort serieus tot de mogelijkheden. Dat gaat alleen nog jaren duren.
PSV heeft dat momenteel niet nodig om succesvol te zijn. Met een goedkopere selectie dan Ajax en Feyenoord bewijst de club al ruim een jaar dat beleid belangrijker is dan geld. Ook dit seizoen gaat de ploeg van trainer Peter Bosz fier aan de leiding in de Eredivisie.
Source: Nu.nl sport