Home

In het kikkerlandje botsen beleving en belangen tegen een muur van geluid

Bij het natuuruitje werden we als bij mokerslag getroffen.

Weertje, hè, vorig weekend? Opwarming van de aarde of niet, natuurlijk was ook mijn drang om er vrolijk en onbewolkt op uit te gaan onbedwingbaar. In het Haagse bos, de voortuin van koning Willem-Alexander en zijn gevolg, trakteerde Moeder Natuur op een ijsvogel – mijn lievelings. Omdat de stemming er lekker in zat, voerde de voettocht verder naar de Waalsdorpersvlakte en duinbosgebied Meijendel, een idee waarop meer wandelaars waren gekomen.

We bleken er bovenop het nieuws te staan. Letterlijk, want een dag later meldde het AD dat uitgerekend daar zojuist ‘een superkolonie met wel miljoenen plaagmieren’ was ontdekt. Het leek ‘alsof de grond bewoog door de miljoenen insecten die er krioelden’, schreef het AD. Ook was op plekken ‘opvallend veel zand naar boven gewerkt’.

In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.

Ik had weer eens grandioos een primeur gemist. En dus moest ik de onthulling aan een ander medium gunnen: de dader was de Lasius neglectus, oftewel plaagmier. Die bleek er overigens al jarenlang te zitten, konden onderzoekers met terugwerkende kracht reconstrueren. Zoveel merkbare overlast heeft de ‘superkolonie’ van de invasieve exoot kennelijk nog niet opgeleverd.

Zelf werden we bij het natuuruitje door iets anders als bij mokerslag getroffen: een onophoudelijk geknal van geweervuur. Geen nieuws, want het was de kleiduivenschietbaan weer, pal grenzend aan het fraaie natuurgebied. Het had evengoed een militaire oefening kunnen zijn, want in dezelfde zone is een complex in gebruik van TNO en de Navo, die er veel geluid produceren. Hoe dan ook: het is nogal apart om op de Waalsdorpervlakte (bekend van de 4 mei-herdenkingen op tv) bij de gedenkkruisen voor gefusilleerde verzetsstrijders te worden weggeknald door een spervuur uit de lopen van geweren.

Enkele jaren geleden onderzocht onderzoeksbureau Arcadis de natuurwaarden en de bedreigingen voor het gebied. Geluidsoverlast was maar een van de vele pijnpunten. De kleiduivenschietbaan ligt weliswaar net buiten het natuurgebied, maar ‘het valgebied van kleiduiven en hagel ligt echter (grotendeels) binnen het Natura 2000-gebied’, constateerden de opstellers van het rapport. Het geknal (en het onvermijdelijke betreden van zandpaden daar) verstoort konijnen, broedvogels en trekvogels, stelden zij vast. Resten van kapotgeschoten kleiduiven geven afval waarvan onduidelijk is wat daarvan in bodem of bodemwater belandt.

GroenLinks opperde drie jaar geleden al de schietbaan ondergronds te maken. Misschien dat kleiduiven liever in de open lucht bewegen, in elk geval is het plan afgeschoten.

Knaldempers, uit hetzelfde voorstel, dempen natuurlijk ook de lol van de knalgasten met hun hobby. En dus is het nog volop oorlog in de vrije natuur. Welkom in het kikkerlandje, waar beleving en belangen van burgers knalhard tegen een muur botsen. Een geluidsmuur.

Daar loop ik vaker tegenaan. Afgelopen zomer nog in Haarlem. Op een mooie, vroege zondagochtend wandelde ik door bos- en duinlandgoed Elswout, waar – verdomd, toen ook al – een ijsvogel over het water scheerde. De idylle werd ruw verstoord door een monsterlijk gebulder dat vanuit de verte losbarstte en niet meer ophield. Een wolf? Een losgeslagen circusbeer? Nee, de jongens van het racecircuit in Zandvoort trapten weer vol op het gas. Mistroostig beenden we weer naar huis, waar de ramen dicht gingen.

Je kunt oeverloos mieren over een plaagbeestje, vooralsnog is de mens zijn eigen grootste kwelgeest.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next