Home

Kan het nationaliseren van vastgoed bij overlijden een radicaal-links idee zijn?

Het politieke midden bestaat niet meer. Gematigde partijen zoals het CDA – ‘We buigen niet naar links, we buigen niet naar rechts’, zei Van Agt bij de oprichting – zijn splinters geworden. Uiterst rechts en uiterst links maken nu de dienst uit, zo wordt gezegd.

Dat eerste is waar met PVV, FvD en JA21, maar het tweede niet. De enige echt linkse partij in de Tweede Kamer is de SP en die heeft vijf zetels, net zoveel als het CDA. En de SP kan niet radicaal-links worden genoemd, laat staan extreemlinks. Vergeleken met de voormalige CPN en PSP kenmerkt de SP zich door bijna liefdevolle gematigdheid. Ondernemers zijn daar ook geen boemannen en uitbuiters meer.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Als uiterst links wil scoren, zal het ook radicale ideeën of idealen moeten hebben – bijvoorbeeld het afschaffen van het erfrecht en het privé-eigendom van grond en gebouwen. Als iemand overlijdt, zouden de inboedels, transportmiddelen (zoals auto of fietsen) en verzamelingen (zoals boeken en platen) aan de kinderen of andere erfgenamen kunnen vervallen. Maar het huis, de bedrijfsruimte en de grond worden toegeëigend door de staat. Die kan het weer verkopen, verhuren of verpachten aan een nieuwe generatie. Ook banktegoeden en andere beleggingen vervallen aan de staat, zodat niemand deze net voor de dood verkoopt om aan de kinderen of andere erfgenamen na te laten.

Het is een radicaal-links plan, waar niet iedereen voor zal applaudisseren. Nederland is namelijk een land geworden van huizenbezitters, die hun vermogen continu zien groeien ten koste van huurders. In Nederland heeft 65,4 procent van de bevolking een eigen woning en 34,5 procent een huurwoning. In 1960 was 29 procent van de woningen privébezit en 71 procent huur. De bevordering van het eigen woningbezit – onder meer dankzij de aftrek van de hypotheekrente – heeft de ongelijkheid in de samenleving bevorderd. Het heeft er ook toe geleid dat woningen in Nederland onbetaalbaar zijn geworden voor nieuwe generaties. Als niemand zijn woning kan nalaten aan de erfgenamen, zullen de prijzen kelderen.

Want de waarde van de woning neemt bij het ouder worden af, omdat die niet kan worden overgedragen. Mogelijk zullen de huizenprijzen zelfs meer dan halveren. Verpleegkundigen, politiemensen, winkelpersoneel en kantooremployees met minder dan modale salarissen kunnen dan weer een woning vinden, ook als ze nog geen relatie hebben. Ze zijn niet langer aangewezen op een flexwoning van nog geen 20 vierkante meter.

Er is nog een derde voordeel – naast de herverdeling en de oplossing van de woningnood – en dat is een extra inkomstenbron voor de staat. Als die de grond en het vastgoed verwerft van de 170 duizend mensen die jaarlijks in Nederland overlijden, kunnen allerlei belastingen fors omlaag. Bij de huidige gemiddelde woningprijs van 418 duizend euro zou dat de staat jaarlijks 71 miljard euro opleveren. Ongeveer evenveel als de huidige btw-inkomsten. Als de huizen daardoor in waarde halveren, komt dat uit op 35 miljard euro. Dat is ongeveer de opbrengst van de vennootschapsbelasting.

Nu nog een radicaal-linkse partij die er brood inziet.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next