In de rubriek Pics werpt filmrecensent Floortje Smit haar blik op de hedendaagse beeldcultuur. In hoeverre moet je als regisseur het bronmateriaal aanpassen aan het nu?
Kwaad was actrice Rifka Lodeizen toen ze de lauwe recensies van Hokwerda’s kind las. Ze sprong op Instagram in de bres voor de boekverfilming: zij had ‘een prachtige film met een zeldzaam sterke vrouwelijke hoofdpersoon in een gelaagd, complex liefdesverhaal’ gezien. Maar de ‘voornamelijk mannelijke recensenten’ gingen volgens haar volledig voorbij aan hoe zorgvuldig en knap het verhaal van Oek de Jong is ‘omgeschreven naar deze tijd’.
Klopt dat? Daar ging het inderdaad niet echt over in de driesterrenrecensies. Alleen Coen van Zwol van NRC refereerde eraan. Hij vond de aanpassingen aan de tijd juist het probleem: waar het hoofdpersonage zich in het boek steeds onderwerpt aan haar partner, ondanks misbruik en mishandelingen, geeft ze in de film haar grenzen duidelijk aan. ‘Halfmystiek vrouwelijk masochisme laat zich anno 2024 lastig door een man verfilmen’, aldus een teleurgestelde Van Zwol.
Of is de film juist bewust gemaakt voor een eigentijds publiek dat het juist niet meer wil, zo’n vrouwbeeld dat je kunt zien als de ernstige arthouse-equivalent van de Manic Pixie Dream Girl, een door mannen gefantaseerd archetype? Lodeizen, en iedere vrouw die haar bijviel op Instagram, was in ieder geval juist enthousiast over de wijziging. ‘Ik wil geen film meer zien over vrouwen die vrijwillig onderworpen en gedomineerd worden. Ik wil niet meer dat ze onderdoen voor hun minnaars. Ik wil sterke vrouwen zien, zoals ik, zoals Lin, Hokwerda’s kind.’
Als het over boekverfilmingen gaat, gaat het vaak over gesneuvelde personages of verhaallijnen. Maar in hoeverre moet je als regisseur het bronmateriaal aanpassen aan het nu? Wie wil je bedienen? Hoe voorkom je dat je de liefhebbende lezer vervreemdt?
‘Het boek van Oek de Jong is geschreven in 2002 en er is nogal wat veranderd in de wereld’, stelde regisseur Boudewijn Koole in radioprogramma Nooit meer slapen. #MeToo, discussies over male gaze en female gaze – je kunt er niet klakkeloos aan voorbijgaan. Hoe kan hij als 59-jarige man het verhaal van een vrouw van 30 vertellen, vroeg hij zich bijvoorbeeld af. Door alle kritiek die feministen hebben op de manier waarop seksueel geweld vaak wordt gefilmd, besloot hij een verkrachting welbewust weg te laten. In een boek kan het misschien, stelde Koole, maar in een film van twee uur blijft zo’n ‘gruwelijke gewelddaad’ zo doorzinderen dat het automatisch het hoofdthema van de film zou worden.
Een boekverfilming hoort natuurlijk op zichzelf te staan en zo te worden beoordeeld. Maar de vertaalslag en de vragen die het oproept zijn bij Hokwerda’s kind uiterst relevant – wat je er ook van vindt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns