Home

Koestert Nederland zijn start-ups wel voldoende?

Vorige maand is in Helmond de Lightyear 0 geveild, het enige rijdende prototype van de Nederlandse zonneauto die, na veel publiciteit te hebben vergaard, vorig jaar failliet ging. De opbrengst bedroeg een ton, te verdelen onder gedupeerde schuldeisers, want veel anders waardevols zat niet in de boedel. De kosten om de wagen te maken: 250 duizend euro.

Het lijkt het noodlot van veel Nederlandse innovaties. Ze worden met veel tamtam aangekondigd, waarna media er een hype van maken. Vervolgens gaan ze roemloos ten onder. Van Moof, de fabrikant van hippe elektrische fietsen, ging kapot aan de pretenties, net op het moment dat iedereen dacht dat het een kwestie van tijd was voordat het bedrijf vanuit de hoofdvestiging in Amsterdam de wereld zou veroveren. Maar Van Moof groeide te snel. In coronatijd kwamen er geen onderdelen meer uit China, gingen de fietsen van alles mankeren en was het voorbij.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Vorige week was het afgelopen met Ebusco, een fabrikant van elektrische bussen die van oprichter Peter Bijleveld de Elon Musk van Europa had moeten maken. Het bedrijf ging failliet nadat een order van 45 bussen afketste.

Nederland is niet goed in het koesteren van start-ups. Als het misgaat, worden ondernemers die hoog van de toren hebben geblazen en op hun bek gaan, besmuikt afgeserveerd. Prins Constantijn van Techleap, een expertisecentrum dat start-ups moet aanjagen verder te groeien, sprak eens van een ‘sadistische afrekencultuur’.

Dankzij onder meer de Brainport Eindhoven, het Leiden Bio Science Park en Amsterdam Smart City (nu Amsterdam InChange) krijgen beginnende ondernemers volop kansen om met slimme ideeën een bedrijf te beginnen. Afgaande op de Genome-ranking is het Nederlandse start-upklimaat het beste van Europa. Jaarlijks beginnen meer dan tienduizend Nederlanders een eigen bedrijf: 2,6 keer meer dan in Duitsland of Frankrijk.

Maar het probleem is dat de volgende stap om van een beginnend bedrijf ook een volwassen bedrijf van te maken – van start-up naar scale-up. Die stap is vaak te groot. Soms worden die beginnende bedrijfjes en hun ideeën overgenomen door bijvoorbeeld Amerikaanse ondernemingen die meer mogelijkheden hebben om een idee uit te bouwen. Soms gaan ze ten onder en hoort niemand er meer van.

In Nederland is het minder gemakkelijk om voldoende financiële middelen te vinden voor de uitbouw van bedrijven. Een beursgang is omslachtig. Daardoor zijn bedrijven voor krediet afhankelijk van banken, die bij tegenslagen al snel de stekker eruit trekken. Ook kampt Nederland met een relatief kleine thuismarkt. In Frankrijk en Duitsland en zeker in de VS en China zijn er simpelweg meer potentiële afnemers voor nieuwe producten. Daarnaast zijn Nederlandse oprichters van bedrijven minder goed in het professionaliseren van hun bedrijven. Als een bedrijf groeit, moeten marketingmensen, hr-medewerkers en andere functionarissen in dienst worden genomen. Daar zien oprichters vaak tegenop, net zoals ze ook niet staan te trappelen om ondernemingsraden en raden van commissarissen in te richten.

Als het misgaat, is de beste strategie uithuilen en opnieuw beginnen. De zonneauto krijgt een vervolg, maar nu als een producent van zonnedaken voor auto’s, waarvoor een bedrijf in Venray is gestart.

Het is minder cool.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next