Home

Musea kunnen niet alleen ‘goede kunstenaars’ tonen

Het lijkt soms alsof musea moeten instaan voor de morele juistheid van de kunstenaars die ze tonen. Aan die verantwoordelijkheid zou toch niemand zich durven branden?

‘Maak kunst niet ondergeschikt aan politiek’, betoogde socioloog en schrijver Jolande Withuis deze week in NRC Handelsblad. Withuis komt uit een rood nest en heeft door een rode bril naar kunst leren kijken: ‘Alles was politiek en politiek was alles.’

Die houding herkent ze nu bij activisten en bij musea en dit ideologische kijken baart haar zorgen. Ze heeft er ook last van gehad. Eind 2022 werden tekeningen in een expositie die zij had geïnitieerd weggehaald nadat bezoekers aanstoot hadden genomen aan het n-woord in de titels. Inmiddels heeft ze zich ‘bevrijd van zo’n politieke blik op kunst’ en dat wenst ze ons allemaal toe.

Ze geeft er helaas geen routekaart naar bevrijding bij. Ik betwijfel of het mogelijk is je ideologische of morele bril af te zetten als je naar kunst kijkt. Het helpt in ieder geval als we ons van die gekleurde blik bewust zijn. Morele overwegingen spelen al een aantal jaar een zeer belangrijke rol in de kunstwereld.

Rein Wolfs, directeur van Stedelijk Museum Amsterdam, zei hierover in een interview in 2021: ‘Ik denk dat in musea esthetische vragen altijd op de voorgrond blijven. Nu komen daar ethische vragen bij. De maatschappij brengt dat met zich mee: die kunstenaar, is die goed of fout? Ons DNA is ethischer geworden. Ik vind dat heel juist.’

In het Oudgrieks sprak men van ‘kalokagathia’, een ideaal waarin het schone en het goede samenvallen. Het voelt soms alsof we daar nu weer naar streven in de kunst. Illustrator Jip van den Toorn maakte eens een tekening van een bijna leeg museum met maar één kunstwerk aan de muur. Als toelichting zegt iemand: ‘Dit is de enige kunstenaar die nog door de beugel kan.’

Heel grappig, maar ook een schrikbeeld, alsof musea moeten instaan voor de morele juistheid van de kunstenaars die ze tonen. Aan die verantwoordelijkheid zou toch niemand zich durven branden? Het zou goed zijn als musea duidelijk maken dat ze die pretentie niet hebben. Voorlopig lijkt eerder een omgekeerde beweging gaande.

Vorige week was het Stedelijk in het nieuws en haalde zelfs de voorpagina van Het Parool: Erwin Olaf krijgt hier volgend jaar postuum een grote tentoonstelling. Opvallend, want het Stedelijk had tijdens zijn leven weinig belangstelling voor Olaf (1959-2023). De vorige fotografieconservator vond zijn werk gelikt en commercieel.

Maar nu waait er kennelijk een andere wind. Rein Wolfs in het persbericht: ‘Erwin Olaf was een vrijdenker, en een onvermoeibare voorvechter van equal rights en vrijheid van meningsuiting. Die enorme kracht van hem past bij de waarden die het Stedelijk hoog in het vaandel heeft staan.’ Het klinkt alsof die waarden de doorslag hebben gegeven.

Olafs manager vertelde in Het Parool over de eisen van het Stedelijk: ‘Het (de tentoonstelling, red.) moest niet alleen gaan over Erwins kunst, maar ook over zijn persoonlijkheid; zijn activisme, zijn queer zijn en zijn relatie met Amsterdam en de wereld.’ Ik krijg hier alvast een raar gevoel bij. Wat betekent het in 2024 als we iemand een ‘goede kunstenaar’ noemen?

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next