Home

Vanuit het water keek De-escalatieman tevreden toe. Er was een compromis bereikt. Dacht hij

Klik-tss. Een blikje Red Bull werd opengetrokken. Twee mannen – de een kaal, de ander met een petje – stonden boven op de heuvel die uitkijkt over het meertje. Ze hadden een zwarte vechthond bij zich, die niet aangelijnd was. De man die het blikje had opengetrokken knikte naar een van de mensen die net het water in liep. ‘Goed voor de weerstand’, zei hij met een dik aangezet accent dat door moest gaan voor Brabants.

Van een afstand was al duidelijk wat de hiërarchie tussen ze was: de een was dominant, de ander probeerde zijn dominante vriend te pleasen. Laat ik ze voor het gemak Johnny en Willie noemen.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Mijn vrouw en ik kleedden ons om en liepen het water in. We zwommen parallel aan de oever en vanuit mijn ooghoek zag ik dat we net zo snel zwommen als Johnny en Willie liepen, waardoor we ongeveer tegelijkertijd aan de overkant aankwamen. De hond rende over het strandje en joeg een familie meerkoeten het water in. Een keurige vrouw met lang grijs haar kwam de mannen tegemoet lopen. ‘Hallo’, zei ze opgewekt, ‘zijn jullie hier bekend?’

‘Eh, nee’, antwoordde Johnny.

‘Nee’, zei de vrouw, ‘dat zie ik. Want honden zijn hier verboden.’

Ik stond aan mijn middel in het water, wachtte nog even met terugzwemmen.

Johnny deed zijn best de vermoorde onschuld te spelen. ‘O nee, dat wisten we niet’.

‘Nou’, zei de vrouw, ‘er staan overal borden.’

‘Nou’, zei Johnny op zijn beurt, ‘dan maken we het rondje af en gaan we daarna terug.’

Vanuit het water keek De-escalatieman tevreden toe. Er was een compromis bereikt. Dacht hij.

‘Je kunt beter nu omdraaien en teruggaan, voordat de boswachter jullie ziet’, hield de vrouw vol.

Ik keek naar Willie en het blikje dat in zijn hand bungelde. Het zou ongetwijfeld straks ergens in de struiken belanden.

‘Dat risico ben ik bereid te nemen’, antwoordde Johnny. Zijn toon had de geveinsde onschuld en vriendelijkheid verloren.

‘Maar honden zijn verboden’, benadrukte de vrouw, ‘je mag hier niet met honden komen. Ze verstoren de rust van de natuur.’

‘O, en mensen niet dan?’, riposteerde Johnny. ‘Ik hoor het al, u bent een hondenhater, een anti-hondenmens.’

‘Nee!’, riep de vrouw, die steeds wanhopiger werd. ‘Het mag gewoon niet. De geur van honden...’

‘En de geur van mensen niet dan?’

‘Nee, de geur van mensen niet, klootzak. En nou oprotten met die hond van je voordat ik je kop van je romp trek en in je nek schijt.’ Dat zei de vrouw niet en ik vraag me af of het iets had geholpen als ze het wel had gedaan.

Hoofdschuddend droop ze af. Ik keerde om en zwom weer terug. Ze riep de mannen nog één ding na. Het water droeg haar laatste, machteloze woorden ver, zodat iedereen in de buurt ze kon horen. ‘Het was gewoon een waarschuwing van een natuurliefhebber.’ Maar niemand luisterde.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next