De sprintrace op Phillip Island leverde geen punten op voor Yamaha, maar op zondag wisten Fabio Quartararo en Álex Rins wel te scoren. Eerstgenoemde kwam keurig als negende over de finish, zijn Spaanse teamgenoot eindigde vier plekjes lager. Halverwege de race over 27 ronden reden ze echter nog op posities twaalf en dertien. Daarna begon Quartararo echter aan een sterke opmars. "Eerlijk gezegd had ik niet verwacht zo snel te zijn aan het einde, want tijdens de time attack op vrijdag reed ik 1.28.4. Nu reed ik met 26 ronden op de band een 1.28.2, dus ik verwachtte niet zo snel te zijn", verklaarde Quartararo na afloop.
"De tweede helft van de race was heel goed, maar in het eerste deel had ik vijf of zes keer bijna een highsider", vervolgde Quartararo, die daar ook een reden voor kon aanwijzen. De Yamaha-rijder had in Australië grote moeite om de achterband op temperatuur te krijgen. "Een deel van de achterband was er niet klaar voor en ik verloor de achterkant telkens best agressief. Dit moeten we verbeteren, want vanaf Mandalika hebben we in het begin moeite om de banden op te warmen. Normaal gebeurt dat hier niet, dus we moeten begrijpen waarom dat zo was."
Ook tijdens de sprintrace werd Quartararo al getroffen door het probleem met het opwarmen van zijn achterband. Toen merkte hij daar een stuk minder van, maar in de Grand Prix op zondag voelde hij de gevolgen wel. "Misschien kwam dat omdat ik zeven of acht posities won bij de start, want ik had een heel goede. Helaas kon ik het tempo van de voorste jongens niet bijbenen, vooral niet toen Raúl [Fernández] me inhaalde. Ik zag dat zijn band veel beter op temperatuur was dan die van mij en hij maakte daar in het begin gebruik van. Het opwarmen van de band was denk ik ons grootste probleem tijdens de race."
De versnelling aan het einde van de race was wat de Fransman betreft dan ook makkelijk te verklaren: "Omdat de banden er eindelijk klaar voor waren." Mogelijk haalde Quartararo ook wat troost uit de bevindingen van teamgenoot Rins, die op zaterdag eveneens meldde dat het rondenlang duurde voordat zijn achterband op temperatuur was. "Ik heb alles gegeven, maar ik had vergelijkbare problemen als in de sprint en in voorgaande races. Op een gegeven moment waren mijn banden opgewarmd en toen herstelde ik me. Ik reed een 28.3 of 28.2 en dat was best snel, beter dan mijn rondetijd op vrijdag."
Dat beide Yamaha-rijders in de loop van de race een vergelijkbaar sterk tempo aantikten, was in de ogen van Quartararo dan ook hoopgevend. Tegelijkertijd benadrukte hij ook het belang van de komst van een satellietteam voor de Japanse fabrikant, iets wat in 2025 eindelijk gebeurt door de samenwerking met Pramac. "Ik weet niet in welke ronde [hij die tijd reed], maar het is absoluut belangrijk om meer data te hebben", aldus de wereldkampioen van 2021. "Zoals gezegd denk ik dat twee motorfietsen niet genoeg is, maar hopelijk hebben we volgend jaar meer data en kunnen we ons sneller verbeteren."
Source: Motorsport