Home

Tot op zekere hoogte vergeef ik mevrouw Nolten haar ‘assholeness’

De eerste uren van de dag zijn het drukst. De bewoners willen uit bed, moeten naar de wc, hebben hun medicijnen nodig, willen worden gewassen of gedoucht en ontbijten. Wonden moeten worden verzorgd, katheters verwisseld, benen gezwachteld, stoma’s geleegd. Maar inmiddels is het half 11 en kan ik opgelucht ademhalen. Alles is weer gelukt. Ik moet alleen mevrouw Nolten nog helpen.

Normaal gesproken zou mevrouw Nolten al honderd keer op de alarmbel hebben gedrukt om me aan haar bed te sommeren, maar dat doet ze niet meer. Ze is stervende. Dat duurt nu al een paar dagen.

Zachtjes doe ik de deur van haar kamer open en kijk om de hoek naar haar bed. Door de kieren van de gordijnen schijnt een beetje licht op haar gezicht. Ingevallen wangen, witte neus, mond wijd open. Is ze dood? Ik ga de kamer binnen, loop naar het bed en buig me over haar heen. Niet dood. Haar borst gaat traag op en neer.

Tijdens mijn nachtdiensten, wanneer ik controlerondes liep en in haar kamer keek, dacht ik ook vaak dat ze dood was. Ik heb haar weleens gevraagd: kunt u niet wat minder eng slapen? Maar nu kan ze écht elk moment overlijden.

‘Mevrouw Nolten?’

Ik zie dat ze me hoort, want ze trekt haar wenkbrauwen heel licht op, maar opent haar ogen niet meer. Elke dag is haar bewustzijn een beetje minder.

Omdat ze nu toch niet op mij ligt te wachten, kan ik haar voor het laatst bewaren, voor na de pauze, wanneer ik alle tijd heb om haar te verzorgen. Bovendien ligt ze hier helemaal alleen. Er is geen familie bij die me loopt te stressen. Niemand die vraagt: komt er nog eens iemand bij onze moeder?

Ik tref alvast een paar voorbereidingen: verwarming aan en morfine toedienen. De arts heeft morfine voorgeschreven omdat mevrouw Nolten anders pijn heeft. Ik vul een spuit en laat mijn collega de dosis controleren. We hebben bij mevrouw Nolten een klein infuus aangebracht. Ik draai het dopje eraf, koppel de spuit eraan en spuit de morfine erin.

Dat ze alleen ligt te sterven is trouwens haar eigen schuld. Ze is haar hele leven een asshole geweest. Ik heb haar zoon hier wel af en toe gezien, maar hij gaat echt niet de hele tijd naast haar bed zitten. En gelijk heeft-ie.

Mevrouw Nolten heeft een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Ze heeft altijd vanuit haar eigen behoeften gedacht en gehandeld. Ik heb nagedacht wat ik daarvan vind. Ik begrijp dat ze aan die stoornis niets kan doen, en ik begrijp ook dat het voor haar moeilijker is om rekening te houden met anderen, dus tot op zekere hoogte vergeef ik haar haar ‘assholeness’.

Maar ze is niet helemaal ontheven van de verantwoordelijkheid om het goede te doen, vind ik. Ze had met haar verstand kunnen bedenken dat anderen ook behoeften hebben en dat het niet eerlijk is om altijd alleen te doen wat voor haarzelf het beste is.

Over de auteur
Thomas van der Meer schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis. De namen in deze column zijn gefingeerd en sommige details zijn aangepast. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een half uur later, zodat de morfine is ingewerkt – ik heb intussen een boterham gegeten, koffie gedronken en wat administratie gedaan – ben ik terug bij mevrouw Nolten.

‘Hoe gaat-ie, mevrouw Nolten? Ik ga u een beetje opfrissen, oké?’

Ik klap het tafeltje aan haar nachtkastje uit en zet alles erop wat ik nodig heb. Handschoenen, een kom warm water, twee handdoeken, wegwerpwashandjes, schoon incontinentiemateriaal, een vuilniszakje.

Ik doe de dekens naar beneden. Omdat het intussen heel warm is in de kamer, merkt ze dat niet. Bij stervende mensen moet je alles voorkomen wat oncomfortabel zou kunnen zijn.

Nu heb ik alle tijd om haar héél voorzichtig op haar ene zij te draaien om haar te wassen, en daarna op de andere zij. Wanneer we klaar zijn, dek ik haar weer toe. Ze heeft er niets van gemerkt.

Mensen die niet meer eten en drinken krijgen een droge mond, daarom maak ik de binnenkant van haar mond vochtig met een speciale gel, daarvoor hebben we handige sponsjes aan een stokje. Haar lippen vet ik in met vaseline.

Een uur later kijk ik weer even bij mevrouw Nolten om de hoek. Ze ademt nog steeds en is nog steeds alleen. Ze ligt er spic en span bij, dat wel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next