Home

Wat Nederland kan oppikken van de Nobelprijs voor Economie

Leuk voor ze hoor, voor Daron Acemoglu, Simon Johnson en James Robinson, dat ze dit jaar de Nobelprijs voor Economie hebben gekregen. Interessant ook, dat ze de prijs krijgen voor onderzoek naar hoe verschil in welvaart tussen landen ontstaat. Heel chic, dat hun werk over ‘instituties’ gaat. Maarre: wat hebben wij eraan? Hier te lande? Goed dat u het vraagt.

Heel veel, is het korte antwoord namelijk. Spelregels, en de manieren waarop die gebruikt en gehandhaafd worden, zowel in het bestuur en de politiek als in de economie, zijn volgens het drietal Nobel-economen, van groot belang. Gaat het een land voor de wind, dan heeft dat land z’n instituties waarschijnlijk op orde. Blijft een land achter, dan kan je er staat op maken dat het schort aan die instituties. En Nederland is, door hun institutionele bril bekeken, gevaarlijk aan het experimenteren met zowel de politiek-bestuurlijke als de economische instituties. Tegelijkertijd is hier goed zichtbaar hoe formele en informele regels bijdragen aan stabiliteit en welvaart.

Als voorbeeld: minister Wiersma van Landbouw en Natuur versus haar ambtenaren. De minister verraste afgelopen zomer de provincies door te zeggen dat ze wel konden ophouden met hun werk aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit programma heeft tot doel gedetailleerde plannen te maken voor het behalen van wettelijk vastgelegde doelen voor klimaat, milieu en natuur. Provincies waren er al twee jaar druk mee, in samenspraak met alle belanghebbenden. Kappen maar, zei Wiersma, zonder dat ze een alternatief had om de vastgelegde doelen te bereiken.

Zulk gedrag van een minister, en daarmee gedrag van een kabinet, kan inderdaad getypeerd worden als ‘bestuurlijk vandalisme’, zoals Kamerlid Laura Bromet (GroenLinks-PvdA) opmerkte. Wiersma, en in haar kielzog dus het kabinet, brak deze zomer met de geschreven en ongeschreven regels van goed bestuur. Ze had de Kamer kunnen voorstellen de klimaat-, milieu- en natuurdoelen te schrappen (waarmee het NPLG-beleid overbodig zou worden), ze had de Kamer ook alternatief beleid kunnen voorstellen om de bestaande doelen te bereiken. Maar de doelen laten staan en zonder overleg of alternatief de middelen wegdoen – zo ondergraaf je de effectiviteit en het gezag van de overheid, van rijk én provincie. En dat, zouden de drie Nobelprijseconomen zeggen, doet afbreuk aan de welvaartstoename op langere termijn, niet in de laatste plaats omdat betrokken ondernemingen (veelal boeren in dit geval) langer in onzekerheid blijven over wat er van hen verlangd wordt.

Waar Wiersma’s gedrag dus een voorbeeld is van hoe je instituties beschadigt, werd deze week óók inzichtelijk gemaakt hoe in een sterk land instituties evenwicht kunnen helpen hervinden. Ambtenaren leken het een tijdje zelf óók vergeten te zijn – ze leken wel bij politici op schoot te zijn gekropen – maar het politiek bestuur en de ambtelijke overheid zijn echt twee afzonderlijke rollen. Schematisch: de politiek levert aan de overheid besluiten en budget om die besluiten uit te voeren; de overheid levert aan de politiek advies en uitvoeringskracht. Ambtenaren hebben een eigenstandige positie. Dit werd deze week geïllustreerd doordat het vernietigende advies openbaar werd dat de Landbouw-ambtenaren hun minister van dienst hadden gestuurd. Het domweg afblazen van het NPLG was onverstandig, vonden ze, met redenen omkleed.

Zelfstandig oordelende en adviserende ambtenaren, dat horen we dezer dagen vaker. Inzake landbouw, inzake de rechtstaat. Inzake noodwetgeving. Dat de ambtenarij haar eigenstandige rol weer oppakt, leren we van Acemoglu en collega’s, is goed voor de welvaart op lange termijn.

Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl

Source: Volkskrant columns

Previous

Next