Er schijnen complete podcasts te bestaan over verbluffend toeval. Hoewel ik een grote fascinatie voor dat soort verhalen koester, beluister ik ze niet. Ook het boek True Tales of American Life, opgetekend door Paul Auster, ken ik niet. Hetzelfde geldt voor Ton Rozemans collectie Ware verhalen, een schrijver van wie ik verder alles gelezen heb.
Geen idee waarom dit zo is. Vind ik dat toeval toevallig tot ons dient te komen, in plaats van op een presenteerblaadje? Niet bewust. Maar nu je het zegt, zo’n boek of podcast is misschien wat goedkoop. Wil ik wel betalen voor mijn toeval? Dient de ware toevalstreffer niet van twee kanten te komen?
‘Balkenende. Lul niet zo.’
‘Nou ja, ik vind het gewoon hoerig, zo’n boek met sterke verhalen. Kan toch?’
Ondertussen zit ik die boeken van Auster en Rozeman te bestellen op Boekwinkeltjes, hehe. Over Rozeman gesproken, die ik nog ken uit mijn L.J. Veen-tijd, rond hem beleefde ik recent nog een toevalligheid, trouwens. Een ware, zogezegd. Mijn broer en ik lazen simultaan Wat ik van liefde weet, een verhalenbundel die ik nog niet kende.
‘Ik was ooit zijn redacteur’, zei ik tegen Mike, ‘en ik vond hem erg goed. Deze is zijn laatste, uit 2013 alweer. Hopelijk is hij niet uitgeschreven.’
‘Ik vrees van wel’, zei Mike de volgende avond, toen we belden over het gelezene, ‘want hij is... dood.’
‘Wát zeg je? Ton? Dat meen je niet. Hoe weet je dat?’
‘Google. Ik zocht hem en stuitte op een in memoriam. Overleden na een kort ziekbed.’
Ik zweeg verslagen. Ton en ik hadden destijds intensief samengewerkt, en nu, ’s nachts, na het lezen van een handvol van zijn korte verhalen, zweefde hij zeer aanwezig in mijn woonkamer.
‘Maar... dat moet dan pas zijn gebeurd? Wat erg. Ik weet van niks.’
‘Nou’, zei Mike, ‘al in 2011. Ik keek al even, deze bundel is postuum verschenen.’
Verbijsterend. Hoe had ik het kunnen missen? Mike nam me duidelijk niet in de maling, dit was zijn begrafenistoontje.
Na een paar tellen, ik denk om de stilte die ik liet vallen een beetje literair op te vullen, sprak mijn broer: ‘Hij zag een boek van zijn hand, stond er, niet als een kindje, maar als een drol. Mooi.’
‘Ooo’, zei ik. ‘Ooo. Wacht eens even. Ik weet het weer.’
Somber zei Mike, alsof hij vanachter een katheder Rozemans nabestaanden toesprak: ‘Samen lezen wij nu... Tons... nagelaten... drol.’
Wat ik deed, was van de drol, na hem in mijn hete thee te hebben gedoopt, een hapje nemen. En zie, alles kwam weer terug. Haarscherp herinnerde ik me in 2011 een in memoriam te hebben geschreven – over mijzelf. Net als Ton. Die net als ik springlevend was! Ongein van Tirade, het befaamde literaire tijdschrift.
Omdat ik vrij lang stil bleef, verontschuldigde Mike zich voor zijn grapje, hij dacht zeker dat ik van verdriet was ingestort, en misschien zelfs boos op hem, maar ik was effe bezig, Ton googlen. En verdomd zeg, daar stond het, bijna bovenaan: ‘In Memoriam Ton Rozeman.’ Nota bene op de site van Van Oorschot, waar ze Tirade uitgeven.
Het was nacht, we waren onder ons. We hadden een handvol schrijnende verhalen over de liefde gelezen. Ik zette de stem van een geplaagd man op die niettemin een verrijzenis heeft aanschouwd. ‘Mike...’, zei ik, en zweeg.
‘Peet? Gaat het?’
‘Ton...’, zei ik omfloerst en gedragen, ‘leeft weer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns