Home

Zelfs de glorie van de schitterende nieuwe zeesluis blijft verborgen achter bescheidenheid

Handen op de reling van de brug over de Nieuwe Sluis, die zich in alle glorie lang en breed maakt met klare lijnen. Er is veel gezegd over de indrukwekkende afmetingen en techniek, maar niet over de kleur van de deuren, de bruggen en het remmingwerk: luchtig en tijdloos zeegroen, een aquarelkleur die het leven bescheiden samenvat. De eeuwigheid van eb en vloed, het versmelten van hemel en water, de ijle havengeur van ijzer en stookolie, de stad en haar verdriet.

Toch is de sluis alleen met moeite te bereiken. Het kost ten eerste 5 euro tol voor de Westerscheldetunnel, enkele reis, een schande die volgend jaar dan eindelijk ten einde komt. Een stad met een betaalmuur: het deed Terneuzen weinig goed.

(Amsterdam kreeg de dure, lange Gaasperdammertunnel, maar daar rijden ze uiteraard gratis.)

Vervolgens word ik professioneel verjaagd van de parkeerplaats naast de sluis: verboden toegang. In de regen staat nog het skelet van een tent gebruikt voor de vreugdevolle opening, maar het feest is alweer voorbij.

Er is een schutting aangekondigd, voor de vierde keer gaat een groot zeeschip door de machtige schuifdeuren, maar niemand mag het van dichtbij bekijken. De enige mogelijkheid is parkeren bij het oorlogsmonument, en je dan een weg zoeken door modderplassen en eindeloos rondstormend verkeer naar de brug die geen plek heeft voor publiek.

(Terneuzen ontbeert een treinstation, dat is decennia geleden opgeheven. De meeste buslijnen lijken ternauwernood gered.)

De Nieuwe Sluis heeft zijn gelijke in de wereldberoemde sluizen van Panama, waarvan de deuren door Hollanders zijn ontworpen en waar de grond werd weggegraven door een Vlaams baggerbedrijf. Daar zag ik live de wereldhandel vanaf een tribune voor toeristen. Honderden komen er dagelijks kijken naar de hoog gestuwadoorde containerschepen en buitenmaatse olietankers, in verschillende talen bijgepraat door een spreekstalmeester over de bedragen die per schip worden opgestreken voor het schutten: ‘132 duizend dollar’, ‘412 duizend dollar’ – een grote trots die hier ontbreekt.

Niemand weet hoeveel geld de Nieuwe Sluis voor Terneuzen verdient, en wat daar allemaal gebeurt langs het kanaal naar Gent, een terrein van schoorstenen, opslag en stoffige industrie. Later zal Monika zeggen: ‘Wist je dat hier de grootste kraan ter wereld wordt gebouwd? 271 meter hoog. Als ik jou was, zou ik gaan kijken.’

Terneuzen verstopt haar grootste parels. Ze ligt nu eenmaal aan de rand. En het is niet de eerste keer dat Nederland doet alsof Zeeuws-Vlaanderen er niet helemaal bij hoort.

In de stad is een bezoekerscentrum met de veelzeggende naam Portaal van Vlaanderen. Helaas gesloten. Ja, de Belgen betaalden het meest voor de Nieuwe Sluis, maar Belgisch is ie niet. Die hagelnieuwe dukdalven, het geleidewerk dat verwelkomend naar buiten stulpt, de felgele, oneindig dalende drenkelingentrappen, het geluidloos schuiven van de deuren, het raamwerk van de basculebrug. Het is meer dan Hollands glorie, het is Hollandse kunst.

‘Een pronkstuk van de regio’, meldt Rijkswaterstaat. Kennelijk niet van het land.

Traag schuift de Bregaglia naar binnen, geholpen door twee zeeslepers meert ze met dikke trossen: 240 meter lang, 38 meter breed, 11 meter diep, zegt Monika zonder haperen. ‘Best klein, het wachten is op de grote van meer dan 300 meter.’ Ze staat onder een paraplu op de brug over de sluis en weet dingen. Verslaggeversgeluk: Monika van der Velden is gids bij het bezoekerscentrum en komt hier ook graag in haar vrije tijd.

Ze vertelt dat de brug 1.170 ton weegt en een contragewicht heeft van 1.080 ton; de overspanning is gelijk aan die van de Erasmusbrug in Rotterdam. Diepwanden van 45 meter. Omloopkanaal, zoutwaterput. Dat voor zeegroen is gekozen, zodat van verre te zien is welke brug openstaat, en dat er in de stad kritiek op is omdat de fletse kleur wat wegvalt tegen de Westerschelde.

Trots, in Terneuzen? ‘Ze zijn er trots op dat de bouw goed is verlopen.’

En dat er geen tribunes staan om naar de glorie van de Nieuwe Sluis te kijken, is ook mogelijk dankzij de karaktertrek die zoveel bepaalt in deze streek: ‘bescheidenheid.’

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next