Het Centraal Planbureau (CPB) presenteerde deze week zijn nieuwste studie naar de toekomst van Nederland. De economen boetseerden vier vergezichten op Nederland in 2050, en vragen ons – burgers en bestuurders – te kiezen tussen deze vier. ‘Niet kiezen’, schrijven de auteurs, ‘is het meest onaantrekkelijk.’ Keuzen voor ons uit schuiven ‘miskent de omvang van de uitdagingen die afkomen op Nederland’. O jee.
Van deze keuzedwang, zeg ik eerlijk, schoot ik lichtelijk in de contramine. Als er in een restaurant vier hoofdgerechten worden aangeboden, en ze bevallen me geen van alle, dan heb ik immers altijd de mogelijkheid ergens anders te gaan eten.
Los hiervan (maar ik kom er uiteraard zo op terug) is Kiezen voor later een interessante verkenning. De vier geschetste toekomstbeelden worden bepaald door uiteenlopende maatschappijvisies. Welke maatschappelijke waarde moet het zwaarste wegen in de manier waarop Nederland omgaat met de trends waarmee we worden geconfronteerd? Het maakt nogal wat uit of je de individuele vrijheid hierbij centraal stelt of juist de autonomie van Nederland. De gemeenschapszin of de solidariteit, of de duurzaamheid.
Waar het de economen van het CPB om te doen is, is dat wij, de lezers, accepteren dat er geen gratis bier bestaat. Prima als we kiezen voor het scenario autonoom, maar dan moeten we wel accepteren dat hierin de economische groei beperkt is. Kiezen voor duurzaam? Prima natuurlijk, maar dat gaat dan wel ten koste van de individuele keuzevrijheid.
Liever het scenario markt? Akkoord, maar dan moeten we er geen probleem mee hebben dat het sociale vangnet beperkt is. Lekker solidair zijn in de wereld Samen? Akkoord, als we ons maar realiseren dat dit gepaard gaat met een hoge belastingdruk. Dit soort dingen dus. Keuzen hebben consequenties. In algemene zin natuurlijk een waarheid als een grote koe (die nochtans best vaak over het hoofd wordt gezien).
Maar wacht eens even, dacht ik. Hoe kunnen we hier als land nou tussen kiezen? Met die verschillende maatschappijvisies dekt het CPB toch (grofweg) het hele politieke spectrum af? Hoe komen we dan tot een keuze tussen deze vier? Door bij de volgende verkiezingen als één mens te stemmen op de SP? Dan gaan we inderdaad met z’n allen voor het scenario samen! Of door ons massaal te bekeren tot de VVD? Dan kiezen we samen voor markt! Alles kan natuurlijk, maar dit lijkt me hoogst onwaarschijnlijk. We zullen het in de politieke praktijk van coalitieland Nederland altijd moeten doen met compromissen tussen mensen met verschillende maatschappijvisies.
Het CPB realiseert zich blijkbaar ook dat de opgelegde keuzedrang tussen de vier scenario’s vals is, en schrijft aan het slot van het inleidende hoofdstuk: ‘Op veel thema’s zijn ook tussenoplossingen denkbaar.’ Dat zinnetje komt nogal uit de lucht vallen en de auteurs komen hierop ook niet meer terug.
Om goede compromissen te kunnen sluiten, coalities te vormen, is het nodig de eigen positie heel scherp te kennen, met de voor- en de nadelen van beleid voor verschillende groepen in de samenleving. Dit is een onderwerp waarbij Kiezen voor later duidelijk wel behulpzaam is. Door elk van de vier maatschappijvisies consequent door te akkeren, biedt het Planbureau diepgaand inzicht in de langetermijngevolgen ervan.
Hoe je vervolgens werkbare compromissen boetseert tussen die maatschappijvisies is weer een heel ander verhaal. Misschien iets voor een vervolgstudie?
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? E-mail: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns