Home

Welk beroep is naast politiemedewerker zwaar genoeg om eerder te stoppen?

Politiemedewerkers en vakbonden zijn het na maanden onderhandelen eens geworden over een vroegpensioenregeling. Agenten vinden hun baan een 'zwaar beroep' en wilden eerder kunnen stoppen met werken. Vakbonden willen een regeling voor meer zware beroepen. Maar wat is zo'n zwaar beroep?

Vakbond FNV is nog kritisch over de nieuwe overbruggingsregeling. Die volgt op de huidige Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU), die eind 2025 afloopt. Maar de acties die nog gepland stonden om druk te zetten op de onderhandelingen, worden nu wel opgeschort.

Politiemensen uit 1961 kunnen nu drie jaar voor hun AOW stoppen met werken en dat overbruggen met een politie-uitkering. Het gaat om medewerkers die minstens 35 jaar in dienst zijn, waarvan er ten minste 25 "zware jaren" zijn.

De regeling is bedoeld om een oplossing te bieden aan mensen die mede door het zware werk hun pensioenleeftijd niet gezond kunnen halen. Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken) en de vakbonden gaan de komende weken in gesprek over hoe een bredere regeling eruit moet zien. De intentie van het kabinet is dat niet iedereen hiervoor in aanmerking komt. Maar wanneer telt iets dan als een zwaar beroep?

Een duidelijke omschrijving van een zwaar beroep is lastig vast te stellen, zegt Bastiaan Starink. Hij is bijzonder hoogleraar Arbeidsmarkt, Pensioenen en Belasting bij Tilburg University. "Dat komt doordat het deels subjectief is en van veel factoren afhankelijk is", legt hij uit.

Zo zijn er veel beroepen waarvan de meeste mensen wel vinden dat ze zwaar zijn, zoals stukadoors of stratenmakers. "Maar er zijn beroepen waarbij het voor veel mensen minder duidelijk om een zwaar beroep gaat, zoals basisschooldocenten. Zij zullen zeggen: het is heel zwaar om tot je 67e in deze dynamiek met jonge kinderen om te gaan", zegt Starink. Maar dat vindt niet iedereen.

Een vast lijstje met criteria zou een uitkomst zijn. Maar dat wordt moeilijk, doordat er zoveel factoren meespelen. "Fysieke belasting, geestelijke belasting en onregelmatige werktijden spelen allemaal een rol", vertelt Starink.

De overheid kan zo'n lijst niet samenstellen, zegt Starink, omdat werkgevers en werknemers samen het best weten wat een beroep nou echt zwaar maakt. "Laat cao-partijen bepalen wat zwaar werk is. De regeling is bedoeld voor mensen met fysiek of mentaal zwaar werk", schreef vakbond FNV als een van de actie-eisen voor het vroegpensioen. Ook Starink denkt dat daar de sleutel ligt. "Want ik voorzie niet dat de overheid met dat lijstje gaat komen."

Dat komt doordat de minister daar de voet tussen de deur houdt. Van Hijum wil vermoedelijk niet terug naar de jaren negentig, zegt Starink. Toen was de regeling Vervroegde Uittreding (VUT) van kracht, een uitkering waarvan erg veel werknemers gebruik konden maken. Dat deden ze dan ook massaal, waardoor de regeling veel te duur werd.

Volgens FNV heeft de politie nu alleen een akkoord gesloten over een overbruggingsjaar, niet over de vroegpensioenregeling zelf. "Daardoor heeft de politie net als alle andere sectoren per 1 januari 2026 een probleem", zei een woordvoerder eerder.

Hoe dan ook ziet FNV graag dat werknemers en werkgevers de definitie van zwaar werk aan de cao-tafel kunnen bepalen. Daar spelen zoals gezegd veel factoren bij mee. Vakbondsleiders geven daar voorbeelden van uit de metaal-, schoonmaak- en zorgsector.

"In de metaalsector is het probleem duidelijk: zo'n 28 procent van de werknemers haalt de pensioenleeftijd niet", zegt bestuurder Peter Reniers van FNV. Uit onderzoek van Pensioenfonds Metaal en Techniek blijkt dat mensen dan arbeidsongeschikt zijn voordat ze de pensioengerechtigde leeftijd van 67 bereiken.

Dat heeft niet alleen te maken met fysiek veeleisend werk, maar ook met de werktijden. "Als je kijkt naar de onregelmatigheid, naar de zware spullen die er gesjouwd moeten worden, zie ik dat het ook op korte termijn schadelijk kan zijn. Dat 28 procent de eindstreep niet haalt, is daar een bewijs van."

Jan Kampherbeek, vertegenwoordiger van CNV Schoonmaak, stipt voor zijn sector vergelijkbare aspecten aan. "Schoonmaken is een zwaar beroep, en dat komt met name door het fysieke aspect. Je moet de hele dag repetitieve bewegingen maken, wat op lange termijn effect heeft op je gewrichten. Nog meer als je de hele dag moet bukken."

Maar ook andere arbeidsomstandigheden maken het werk zwaar, zegt Kampherbeek. Veel schoonmakers werken op onregelmatige tijden, vooral 's avonds en in de nacht. "Schoonmakers zijn bovengemiddeld vaak ziek, en meer dan 30 procent geeft aan het niet meer te kunnen volhouden. In specifieke situaties is het nog erger. Schoonmakers op Schiphol werken bijvoorbeeld dag en nacht, onder hoge tijdsdruk en vaak in kleine ruimtes."

Ook in de zorgsector is behoefte aan meer erkenning voor het zware werk. "Het is een fysiek zwaar beroep voor mensen die dagelijks aan het bed staan", zegt persvoorlichter Michel van Erp van zorgvakbond NU'91. Niet iedere patiënt zit in dezelfde gewichtsklasse, maar als je elke dag patiënten moet tillen, merk je dat aan je lichaam.

Daar komt nog een andere factor bij. "Ook de mentale kant kan zwaar zijn voor zorgmedewerkers", zegt Van Erp. Als reden noemt hij de verharding in de samenleving. Zorgpersoneel krijgt steeds meer te maken met agressie van patiënten en omgeving.

Vooral het idee dat je dit je verdere carrière moet blijven doen, is volgens Van Erp een zwaar vooruitzicht voor verzorgenden. Sommige mensen stoppen, of omdat ze het niet aankunnen, of omdat ze het niet zien zitten. Maar vaak is het beide: fysiek zwaar en mentaal ontmoedigend.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next