Home

Hoe Nederland Vleesland ondanks alles beetje bij beetje aan het veranderen is

Het lijkt wat doelloos om op stierendonderdag vragen te stellen over de bio-industrie bij de foodtruck van lobbyclub Nederland Vleesland, maar als Wim eerst aankomt met ecologisch verantwoord promotiemateriaal – foldertje op afbreekbaar papier met bloemenzaad erin, pen waar een tomatenplant uit groeit als je ’m in de grond stopt – en vervolgens zelf bekeerd blijkt tot biovarkensboer, wordt opnieuw duidelijk dat vleesland Nederland verandert. Ondanks alles, tergend langzaam en beetje bij beetje, maar ‘een bioboer aan het roer is ook gewoon een varkenshouder’.

Stierendonderdag is voorheen de veejaarmarkt in Bolsward. Hardcore Friesland, waar ze volgens degenen die een kloof in Nederland ontwaren weinig van Randstedelijke nieuwlichterij moeten hebben, ook al serveert het lokale eetcafé flat whites. ’s Ochtends vroeg al zwerft de geur van gebakken hamburgers door de straten, en de tractordealer heeft met boerentrots z’n huizenhoge machines opgesteld, als een showroom van de verkregen politieke macht dankzij de agro-reactionaire BBB.

Maar pal ertegenover: kraampjes over ecologie en natuurvriendelijkheid. En vanuit een schattig oldtimerbusje verkondigt Albert Heijn het evangelie van ‘beter eten’ en ‘het beste voor natuur en boer’.

Bij de foodtruck van Nederland Vleesland presenteert Wim van Vulpen eerst wat Friese droge lokale ecoworst, en daarna vertelt hij over zijn eigen ommezwaai naar een biologisch vleesvarkensbedrijf, twee jaar terug – ‘eigenlijk is het circulair’. En als ik vraag of dat niet apart is voor een bestuurslid van de Producentenorganisatie Varkenshouderij die ik toch ken als conservatief, en waar Caroline van der Plas persvoorlichter was, zegt hij dat dingen veranderen. ‘Veel boeren zijn klaar om te schakelen.’ Nu de klanten nog.

Van gangbaar met 750 zeugen ging hij terug naar biologisch met 140. Dat was ‘een puur zakelijke beslissing’: zijn stallen waren oud, vervangen was duur, de marges zijn gevaarlijk klein, geen bedrijfsopvolging in zicht. En als ik hem vraag of bioboeren gelukkig maakt, komen eerst de nadelen, die talrijk zijn, en daarna volgt de bevestiging. ‘Boerenbedrijven zijn niet zomaar geworden tot wat ze nu zijn, hè. Alles heeft tijd nodig. Maar het is mooi werk.’

Iedereen vindt biologische boeren leuk, zegt Wim, dan komen ze op zijn erf en alles is daar prachtig, de modderpoel, de weidegang. ‘Wat gááf, zeggen ze dan, en dan zeg ik terug: maar je kóópt het niet.’

Biovarkensvlees is twee keer zo duur als dat uit de industrie, soms drie. Van al het in Nederland verkochte vlees, zegt Wim, is 1 procent biologisch. ‘Wij exporteren dus naar andere landen in Europa, waar ze wél betalen voor goed voedsel.’ Nog steeds willen Nederlanders veel en op een koopje.

‘De consument bepaalt hoeveel ruimte er is voor biologische boeren. Dus ik produceer nu voor een kleine elite.’

Maar tien jaar geleden hadden jullie hamburgers gebakken in de foodtruck van Nederland Vleesland, zeg ik, en nu krijgen de mensen op de markt bioworst en miniwraps met vitello tonnato en carpaccio. Wim knikt.

En hij vertelt over de regelzucht en de ambtelijke schemerzone waarin hij opereert. Zijn staldeuren staan open, maar daarmee verliezen de luchtwassers hun nut, en niemand weet meer wat zijn daadwerkelijke uitstoot is. En waar haal je goedgekeurd bioveevoer vandaan als het schaars is in een wereld gericht op groot en goedkoop, en je niet zomaar een paar kuub overgebleven boontjes van een akkerbouwer uit de buurt mag gebruiken, hoe circulair ook.

‘Nederland is geen bioland, daar loop je steeds weer tegenaan.’

Ik wijs naar het promotiebusje van Albert Heijn, Wim knikt. Later: ‘Een paar centen prijsverhoging is genoeg om anders werken voor boeren aantrekkelijk te maken.’ Maar dat is de supergigant te veel.

Boerenminister Femke Wiersma richt inmiddels alle hoop op ‘innovatie’, met ecostalvloeren en koeientuinen, opdat de bio-industrie door kan gaan met grootschalig produceren. Alles gangbaar: ze is zelfs voorstander van stroomstootstokken in de veehouderij, tegen bijna de hele Tweede Kamer in.

Tegelijk is lobbyclub Nederland Vleesland druk met ‘respect voor dieren’, ‘vierkantsverwaarding’ en ‘circulair veevoer’.

Raar eigenlijk, zeg ik, dat biologisch boeren niet als innovatief wordt gezien. Wim knikt.

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. 
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next