Een een-op-een-interview heb je tegenwoordig niet zo gauw in de Formule 1. Laat staan met de president van de internationale autosportfederatie FIA, die überhaupt niet zo vaak met de media spreekt. Toch heb ik bij de Grand Prix van Azerbeidzjan een exclusief gesprek met Mohammed Ben Sulayem, die eind 2021 het stokje overnam van 'de kleine generaal' Jean Todt.
Het idee om Ben Sulayem te interviewen dateert van afgelopen winter. Ik zou graag eens met hem praten over de veranderingen die sinds zijn aantreden zijn doorgevoerd op het gebied van race control. Zo is er op zijn aangeven een Remote Operations Centre ingericht in Genève die de wedstrijdleiding op het circuit moet ondersteunen, en is er een programma in het leven geroepen om racedirecteuren en sportcommissarissen op te leiden en te begeleiden. Deze initiatieven moeten bijdragen tot een soepel verloop van de Grand Prix-weekenden, nu en in de toekomst. Ik wil graag weten of Ben Sulayem tevreden is over hoe deze projecten verlopen en welke plannen hij nog meer heeft om de sport te verbeteren. Maar: een interview met de FIA-president heb je niet zomaar.
Bij de Grand Prix van China in april werp ik voor het eerst een balletje op bij de FIA. Ik geef aan dat ik graag eens zou aanschuiven bij een zogenoemd 'roundtable interview' met Ben Sulayem. Zoals de term al doet vermoeden, neem je dan samen met een paar andere journalisten plaats om een tafel, waarna iedereen om de beurt een vraag mag stellen aan de president. Een exclusief interview zal hem toch niet worden, zo is mijn gedachte. Als mij wordt verteld bij welke races de president aanwezig is tijdens de eerste seizoenshelft, luidt de conclusie dat onze paden elkaar voorlopig helaas niet kruisen, daar ik een permanente accreditatie deel met mijn gewaardeerde Motorsport.com-collega Ronald Vording.
Op Spa-Francorchamps, waar eind juli de laatste race voor de zomerstop wordt verreden, besluit ik mijn aanvraag voor Ben Sulayem nog eens onder de aandacht te brengen bij de FIA, om te kijken of er misschien iets mogelijk is tijdens de tweede seizoenshelft. In het mediacentrum krijg ik te horen dat er een goede kans is dat de president aanwezig is bij de Grand Prix van Azerbeidzjan, een race die ook op mijn programma staat. Er wordt me gevraagd om mijn verzoek op de mail te zetten, wat ik meteen doe als ik weer achter mijn laptop zit. Op hoop van zegen, denk ik bij mezelf, als ik op de knop 'Verzenden' klik.
Als ik anderhalve maand later naar Schiphol afreis voor mijn vlucht naar Istanbul, vanwaar ik verder vlieg naar Baku, heb ik nog altijd niets weer gehoord van de FIA over de mogelijkheid om Ben Sulayem te bevragen. Maar als ik bij de paspoortcontrole sta te wachten, komt er een e-mail van de FIA binnen. Er is een kans dat ik op zaterdag of zondag met Ben Sulayem kan zitten. En tot mijn grote verrassing zou ik hem dan ook nog eens een-op-een spreken! Hoewel je in de Formule 1 altijd een paar slagen om de arm moet houden als het gaat om met interviewafspraken - helemaal als ze nog niet definitief zijn toegezegd - begin ik in het vliegtuig gelijk met het voorbereiden van het interview, zodra het lampje 'riemen vast' uitgaat en ik mijn laptop kan pakken. Want als ik de president helemaal voor mezelf heb, kan ik vast ook nog wel wat andere onderwerpen met hem bespreken.
Eenmaal in Baku krijg ik door dat het interview voor zondag om 11.15 uur lokale tijd gepland staat en dat er twintig minuten voor is ingeruimd. Ik neem contact op met verschillende internationale collega's om te kijken of zij nog vragen hebben voor Ben Sulayem, aangezien het natuurlijk niet vaak gebeurt dat we hem exclusief te spreken krijgen. Vervolgens leg ik mijn definitieve lijst met vragen - op eigen initiatief - voor aan de FIA, zodat er op het moment zelf geen discussie kan ontstaan over waar het gesprek wel en niet over mag gaan. Alles lijkt in orde.
Op zondag meld ik me ruim voor de afgesproken tijd bij de ingang van de wedstrijdtoren. Het schema van de president lijkt niet helemaal in beton gegoten, want eenmaal ter plaatse ontvang ik een appje van het hoofd communicatie van de FIA dat het mogelijk 11.30 uur wordt. Even voor half twaalf zwaait de deur van de wedstrijdtoren echter open en worden ik en mijn fotograaf naar binnengelaten. We worden naar de tweede verdieping begeleid, waar zich de kantoren van Ben Sulayem en F1-baas Stefano Domenicali bevinden. Twintig minuten, niet langer, zo wordt mij nog eens op het hart gedrukt, want na het gesprek met mij heeft de president nog een interview met een Azerbeidzjaans medium.
Na een paar minuten arriveert Ben Sulayem. Nadat we aan elkaar zijn voorgesteld, gaan we eerst naar het balkon, zodat mijn fotograaf een portretfoto van hem kan maken met het Baku City Circuit op de achtergrond. Ben Sulayem gebaart dat ik met hem mee moet komen zodat we samen op de foto kunnen, maar ik maak duidelijk dat dat niet het idee is. "Dit wordt een verhaal over u, niet over mij", zeg ik erbij.
De portretfoto van FIA-president Mohammed Ben Sulayem, gemaakt op het balkon van de wedstrijdtoren.
Foto door: Dom Romney / Motorsport Images
Na de fotoshoot nemen we plaats in zijn kantoor, waar tegenover een bureau een comfortabele zithoek is ingericht. Ik leg kort uit voor welk medium het interview is en waar we het over gaan hebben. Daarna trap ik af met een vraag over de nieuwe afdeling voor officials, waarvan ik gehoord heb dat die op de maandag na de race wordt aangekondigd door de FIA. "Het is zo belangrijk om die afdeling te hebben", steekt hij van wal. "Want als je kijkt naar onze officials, dan zal je meteen zien dat we een probleem hebben: er zijn er niet genoeg. We zullen ze moeten vinden en moeten opleiden, want je kan ze niet op Amazon bestellen." Dat is vast een mooie headline voor het artikel van maandag.
Als hij klaar is met zijn eerste antwoord, werp ik een blik op mijn voicerecorder en zie ik tot mijn schrik dat we al vijf minuten onderweg zijn. Ik ga snel verder met een vraag over het programma voor racedirecteuren en stewards, dat de FIA vorig jaar gestart is en waar twee Nederlanders aan hebben meegedaan. Als we het vervolgens even hebben gehad over wat er nog meer gedaan kan worden om de wedstrijdleiding te verbeteren, vraag ik hem naar een statement dat hij afgelopen zomer op zijn persoonlijke Instagram-account heeft geplaatst. Daarin liet hij weten dat de definitie van het woord 'wangedrag' is aangepast in de internationale sportcode, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat er een direct verband bestaat tussen negatieve uitlatingen van coureurs en andere teamleden, en de toegenomen haat richting officials op sociale media.
"Er zit een verschil tussen onze sport, autosport, en rapmuziek. Wij zijn geen rappers. Hoe vaak per minuut gebruiken zij het F-woord?", begint hij vervolgens echter over vloeken. "Ik ben zelf coureur geweest", vervolgt de veertienvoudig winnaar van het Middle East Rally Championship. "In het heetst van de strijd kunnen de gemoederen hoog oplopen, als je bijvoorbeeld een douw van een andere rijder hebt gekregen. Toen mij dat vroeger in het zand overkwam, was ik op die momenten ook boos. Maar dat neemt niet weg dat we op ons gedrag moeten blijven letten. We moeten ons als verantwoordelijke mensen blijven gedragen. Vooral in de hedendaagse wereld, waarin alles live wordt uitgezonden en opgenomen." Als ik daarna vraag of de FIA niet aan de Formule 1 kan verzoeken om minder boordradio's met gevloek uit te zenden, antwoordt Ben Sulayem dat dit al gebeurt. Om niet veel later op te merken: "Maar wie een licentie afneemt bij de FIA, heeft onze regels te respecteren."
Nu we het toch hebben over hoe de buitenwereld naar de sport kijkt, breng ik een uitspraak die vertrekkend Red Bull-ontwerper Adrian Newey onlangs heeft gedaan ter sprake. Volgens hem zijn Max Verstappen en Sebastian Vettel door de Britse media gedemoniseerd. "Ik respecteer Max", reageert Ben Sulayem. "Want ik ben ook rijder geweest en kampioen. En ik respecteer winnaars en kampioenen. Ik heb gezien wat er allemaal over hem geschreven is. Maar laten we het eens over mij hebben. Als je kijkt naar wat de Britse media mij hebben aangedaan... Ze hebben me veroordeeld. Hoewel ze me nergens van beschuldigd hebben. En ze blijven maar doorgaan. Maar trek ik mij daar iets van aan? Nee. Waarom niet? Omdat: wat willen ze? Ze willen meer geld verdienen en meer aandacht voor zichzelf. Daar is het ze natuurlijk om te doen."
"Maar ze hebben helemaal niets te zeggen over mij en de FIA", benadrukt Ben Sulayem, die helemaal naar de punt van zijn stoel is geschoven. "Met alle respect voor de Britse media en alle andere media: ze hebben nergens een stem in. We zijn een onafhankelijke, democratische federatie. De leden hebben mij gekozen. De macht ligt bij de algemene vergadering, niet bij de media. En kunnen we nou gewoon eens ophouden met al die onzin? Kunnen we teruggaan naar de orde van de dag en het weer hebben over wat het beste is voor de sport? Is dat mogelijk? Ik vraag het maar. Maar als de media dat niet willen, dan moeten ze dat zelf maar weten." Schouderophalend: "Het leven gaat door. En weet je wat ze met me hebben gedaan? Ze hebben me sterker gemaakt. Ik ben voorzichtiger geworden, en wijzer."
Motorsport.com in gesprek met FIA-president Mohammed Ben Sulayem.
Foto door: Dom Romney / Motorsport Images
Tijd voor een ander onderwerp dan: track limits. Ik merk op dat de nieuwe manier waarop de baangrenzen op de Red Bull Ring dit jaar werden gehandhaafd, een grote verbetering was ten opzichte van voorgaande jaren. Op de vraag of hij blij is dat het probleem nu eindelijk lijkt te zijn opgelost, en of deze oplossing ook op andere banen gebruikt kan worden die door zowel de Formule 1 als de MotoGP gebruikt worden, begint Ben Sulayem eerst over veiligheid in de autosport in het algemeen en de karting in het bijzonder, alvorens in te gaan op mijn vraag over track limits. En of hij het idee heeft dat de FIA de credits heeft gekregen die het verdient voor het oplossen van het probleem? "Nee, we krijgen nooit ergens credits voor. Dat is onmogelijk. We krijgen alleen maar rotzooi over ons heen."
"Je stelt goede vragen", zegt hij tussen neus en lippen door, alvorens hij verdergaat over geld. "Iedereen krijgt credits, behalve de FIA. En als je ernaar kijkt, dan verdient iedereen geld aan de sport, behalve de FIA. Het is echt zo. Toen ik aantrad, stonden we 20 miljoen in de min. Hoe dat mogelijk was? We hadden natuurlijk net als iedereen zo onze inkomsten uit de sport, maar kijk eens naar de promotor en wat die ondertussen binnenhaalde. En dat hebben ze goed gedaan hoor. Ik kan ze alleen maar feliciteren dat ze het zo slim hebben aangepakt. Als ik heel eerlijk ben, dan heeft Liberty Media ook gewoon fantastisch werk geleverd met de Formule 1. Dus als je me nu zou vragen of ik dat allemaal ongedaan zou maken, als ik zou kunnen terugreizen in de tijd, dan luidt mijn antwoord: 'Nee, absoluut niet.' Ik zou dat zeker niet doen. Ik zou er alleen wel voor zorgen dat de FIA op gelijke voet met ze komt te staan."
Inmiddels zijn er tweeëntwintig minuten verstreken. Ik werp een blik richting het hoofd communicatie van de FIA, dat op een stoel rechts van me heeft plaatsgenomen, maar ontvang geen enkel signaal dat het tijd is om het vraaggesprek af te ronden. Ben Sulayem heeft door wat ik doe en zegt: "Nee, nee, nee. Ga maar door!" Er staan nog genoeg onderwerpen op mijn lijstje, maar ik besluit eerst even nog verder te gaan op de weg die Ben Suyalem zelf is ingeslagen: de relatie tussen de FIA, die de reglementen opstelt en ervoor zorgt dat deze ook worden nageleefd, en het Formula One Management, dat over de commerciële kant van de sport gaat. Tijdens Ben Sulayems eerste twee jaren als president zaten de FIA en FOM niet altijd op één lijn, maar dit jaar lijkt het een stuk rustiger aan de top van de Formule 1. "FOM begrijpt de rol van de FIA nu", zegt Ben Sulayem. "Ze begrijpen nu wat onze missie is."
"Ik weet niet wat het probleem eerder was", vervolgt de 62-jarige Emirati. "Ik vraag je: zou je mij kunnen vertellen wat het probleem was tijdens de afgelopen tweeënhalf jaar? Wat deed ik verkeerd? Eerlijk waar... Wat is het probleem als ik om betere apparatuur en meer middelen vraag om tot een betere sport te komen?" Ook tekent hij aan dat de FIA de commerciële rechten van de Formule 1 aan FOM 'verhuurt'. "De Formule 1 is nog steeds van de FIA. We verhuren de rechten, we leasen ze aan iemand anders", maakt hij duidelijk. "En dat wordt nu door beide partijen begrepen en gerespecteerd. En ik herhaal wat ik eerder heb gezegd: als je me nu zou vragen wie ik als promotor zou kiezen - als ik degene zou zijn die dat mag bepalen - dan zou ik Liberty Media nemen. Zij weten hoe ze de sport aan de man moeten brengen. Maar de FIA moet sterker geworden. En daar zijn we mee bezig door de FIA te herpositioneren en te hervormen."
We hebben het daarna nog over de FIA-presidentsverkiezingen die volgend jaar plaatsvinden en waaraan hij uiteraard ook zal meedoen ("als iemand tegen mij wil 'racen', dan is diegene meer dan welkom"), de lengte van de Formule 1-kalender en hoe hij kijkt naar de situatie met Andretti, dat nog altijd plannen lijkt te hebben om als nieuw team in de koningsklasse te stappen, ondanks dat de Formule 1 eerder besloten heeft geen entreebewijs aan de Amerikaanse renstal te geven. Dan maakt de directeur communicatie kenbaar dat we door onze tijd heen zijn. Als ik de voicerecorder op stop zet, zie ik dat het gesprek vierendertig minuten heeft geduurd. Ik bedank Ben Sulayem voor zijn tijd en wens hem een prettige race toe, waarna ik afscheid neem en mij naar de hospitality van Red Bull Racing spoed voor mijn volgende afspraak.
Een paar dagen later - op de ochtend van de mediadag voor de Grand Prix van Singapore - komt mijn artikel online waarin Ben Sulayem de coureurs vraagt om wat meer op hun taalgebruik te letten en zie ik vanuit Nederland hoe mijn interview behoorlijk wat stof doet opwaaien in de F1-paddock. Een interview dat ik - mede daarom - niet snel zal vergeten, en waar het laatste woord waarschijnlijk ook nog niet over gezegd is.
Source: Motorsport