Vrienden vroegen of ik mee wilde naar een tentoonstelling in Eye over filmregisseur Albert Serra en dan vooral over zijn film Liberté uit 2019, die een inkijkje biedt in het leven van 18de-eeuwse libertijnen. Serra was aan mijn aandacht ontsnapt, vermoedelijk lag het daaraan dat ik mijn driejarige zoon meenam naar Eye, van de orgies die de libertijnen organiseerden wist ik niets.
We begonnen met garnalenkroketten en alcoholische versnaperingen – het was ‘de laatste mooie dag,’ zeiden de vrienden en het leven is kort en onzeker. Je houdt rekening met de toekomst, of die komt blijft de vraag, daarom moet je er nooit te véél rekening mee houden.
Een van de vrienden zei dat hij in de winter een relatie met zijn overbuurvrouw was begonnen en die in de zomer had beëindigd, maar dat ze nog altijd goede buren waren. Vervelend als je voor het einde van de liefde moet verhuizen. Nou ja, die hele liefde is natuurlijk asielzoekerij.
Na het borrelen de tentoonstelling. Een medewerker van het museum ontraadde mij met mijn zoon naar binnen te gaan, maar, voegde hij eraan toe, ‘we kunnen u niets verbieden.’
Waar moest ik mijn jongen laten? In een kluis?
De tentoonstelling bleek uit een donker bos te bestaan. Mijn jongen sprak over een ‘spannend bos’. Hij houdt van spannende dingen.
Op schermen werden scènes uit Liberté vertoond die mijn jongen minder interessant vond dan het bos. Wel vroeg hij: ‘Wat zijn die mensen aan het doen?’
‘Die slaan elkaar met een zweep,’ antwoordde ik, ‘dat vinden ze leuk.’
Een antwoord waar hij vrede mee had. Wat moeten mensen anders doen in een donker bos? Paddenstoelen zoeken?
Na afloop verklaarde hij dat hij weer naar het spannende bos wilde.
Een libertijn in wording. In alle bescheidenheid: ik vond de opvoeding nu al geslaagd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns