Renault bouwt na 2025 geen Formule 1-motoren meer. De reputatie van de Franse fabrikant liep de laatste tien jaar te veel deuken op, wat Max Verstappen nog vers in het geheugen ligt. Maar Renault kende ook grote successen.
"Probleem, probleem met de motor! Ja, daar gaan we weer." Het is de Grand Prix van Azerbeidzjan, 2017. Verstappen zet zijn Red Bull met een kapotte krachtbron aan de kant. Op zijn auto zit een Tag Heuer-sticker, maar de motor komt uit de Renault-fabriek in het Franse Viry-Châtillon.
In 2014 begon het tijdperk van de turbohybride V6-motoren, en sindsdien is die van Renault een zorgenkindje. Het is onmiskenbaar een van de oorzaken van het gebrek aan succes bij het team dat inmiddels Alpine heet. Qua paardenkrachten én betrouwbaarheid lopen de Fransen al tien jaar achter de feiten aan. Geen wonder dat teams kijken naar een Mercedes-motor.
Maar er zijn grotere 'slachtoffers' dan het eigen team van Renault. Red Bull ploeterde ook lang met die krachtbron. Verstappen kon zijn Toro Rosso tijdens zijn Formule 1-debuut in 2015 langs de kant zetten met een kapotte Renault-motor. De Limburger won in 2016 ook zijn eerste race met de Franse motor. Het waren spaarzame successen in de jaren waarin Ferrari en vooral Mercedes veel sterker waren.
De betrouwbaarheid liet eveneens te wensen over. Als Verstappen voor elk f-woord dat hij losliet op de motor een taakstraf zou krijgen, kwam hij niet meer aan racen toe. Een kleine bloemlezing van boordradio's bij uitvalbeurten: "Fuck, wat een fucking grap. Elke fucking keer deze shit, eerlijk waar" (Hongarije, 2018). "Fuck. Ongelooflijk, ik kan het niet geloven, ik heb er geen woorden voor" (België, 2017).
Tekenend waren de woorden van topontwerper Adrian Newey over die periode bij Red Bull. "We zaten vast aan die krachtbron bij Red Bull en er was eigenlijk geen uitzicht op verbetering", zei hij onlangs tijdens zijn presentatie bij Aston Martin. "Op dat moment heb ik een stapje terug gedaan bij de dagelijkse bedrijfsvoering."
In totaal won Renault vanaf 2014 nog veertien keer, waaronder vijf zeges van Verstappen. Ter vergelijking: Honda, dat pas in 2015 instapte en tot 2019 niet won, was sindsdien 62 keer de beste. Verstappen was blij dat zijn team in 2019 voor de Japanners koos, de letterlijke motor achter zijn grootste successen. Maar Renault heeft zulke successen zelf ook meegemaakt.
Gelet op de huidige problemen is het lastig voor te stellen, maar Renault introduceerde eind jaren zeventig zelf de turbomotor in de Formule 1. Daarmee leidde de fabrikant een revolutie in. Van 1983 tot en met 1988 werd het wereldkampioenschap gewonnen door turbomotoren, tot de koningsklasse in 1989 weer overstapte op atmosferische motoren.
In dat rijtje titels staan merken als BMW, Porsche (onder de naam TAG) en Honda, maar niet Renault. Het merk dat de turbo naar de Formule 1-bracht, werd er zelf geen kampioen mee.
Dagsuccessen waren er wel. Viervoudig wereldkampioen Alain Prost won zijn eerste race met een Renault-motor, net als zijn eeuwige rivaal Ayrton Senna. Die zegevierde in 1985 in Portugal met de iconische zwartgouden Lotus-Renault voor het eerst.
Renault kan vooral met plezier terugkijken op het V10-tijdperk dat volgde. Met de gillende tiencilinders kwam de koningsklasse op motorengebied misschien wel in zijn roemruchtste fase.
Direct in 1989 won Williams met die krachtbron tweemaal, een voorbode van de succesperiode die zou volgen. Een paar jaar zat de combo McLaren-Honda er nog voor met Prost en vooral Senna, maar van 1992 tot en met 1997 waren de V10's uit Viry-Châtillon oppermachtig.
Nigel Mansell (1992), Prost (1993), Michael Schumacher (1995), Damon Hill (1996) en Jacques Villeneuve (1997) werden kampioen met zo'n Franse tiencilinder.
Renault stopte na 1997 met de bouw van die succesmotoren, waarna klantenteams Benetton en Williams weinig meer konden uitrichten tegen McLaren-Mercedes en vooral Ferrari. Renault kocht Benetton al snel op, maakte er weer een eigen team van en vond in Fernando Alonso de coureur met topkwaliteiten voor nieuwe successen.
Ook de Spanjaard won zijn eerste race met een Renault-krachtbron, in 2003. Daarnaast behaalde hij zijn twee wereldtitels (2005 en 2006) voor de Franse fabrikant. Tijdens die twee succesvolle seizoenen van Alonso stapte de Formule 1 van de V10 over naar de V8. Renault bleef zelf actief met het fabrieksteam, maar de echte successen kwamen van een nieuwe klant: Red Bull.
Sebastian Vettel werd vier keer kampioen met de Red Bull-Renault. Samen met teamgenoot Mark Webber domineerde de Duitser de eerste vier jaren van het vorige decennium. In totaal won de Renault-V8 zestig races, met ook nog zeges voor Giancarlo Fisichella, Kimi Raïkkönen en zowaar brokkenpiloot Pastor Maldonado.
De gillende V8 heeft allang plaatsgemaakt voor de brommende V6, met bij Renault vooral brommende coureurs en teambazen tot gevolg. Het personeel in Viry-Châtillon strubbelde nog even tegen, maar voorlopig is het voor de Franse fabrikant weer even klaar in de Formule 1.
Bij de eerste race van 2026 zijn de Fransen voor het eerst sinds 2000 afwezig. Maar Renault en de koningsklasse zijn al vaker uit elkaar geweest. Dus herstel van wat ooit een gelukkig huwelijk was, is niet uitgesloten.
Source: Nu.nl sport