Zaterdagmiddag viel in het Zweedse woonparadijs een gezin uiteen. Bij een nagebouwde ‘studentenkamer’ stond een jongen met een snorretje bedden, bureaus en banken te bekijken, samen met zijn ouders, die hevig probeerden uit te stralen dat ze hier voor de gezelligheid waren, en niet voor de aanstaande verhuizing van hun zoon - de Grote Gebeurtenis waar hij zo naar uitziet en zij zo tegenop.
Zijn laatste horde, hun laatste strohalm. En ze wisten het van elkaar, dat was het mooie. Daarom glipte de moeder af en toe even weg, om terug te keren met een stuk keukengerei ‘dat je gewoon echt nodig hebt’. Daarom legde de vader zijn meetlint langs willekeurige kasten, waarvan hij vervolgens de naam uitsprak met een gek accent dat voor Zweeds moest doorgaan.
De zoon rolde dan niet met zijn ogen, zoals hij al die jaren deed, maar lachte, eigenlijk iets te hard, zelfs voor een dag als deze.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns