Home

Techbazen voorspellen een stralende toekomst dankzij AI, maar voorlopig kunnen we de zonnebril thuislaten

Houd u stevig vast. ‘Technologie heeft ons van het stenen tijdperk naar dat van de landbouw en vervolgens naar het industriële tijdperk gebracht. Vanaf hier is het pad naar het intelligentietijdperk geplaveid met computerkracht, energie en menselijke wil.’

En: ‘Ik geloof dat de toekomst zo rooskleurig zal zijn dat iemand die nu een poging doet erover te schrijven er nooit recht aan kan doen; het bepalende kenmerk van het intelligentietijdperk zal de enorme welvaart zijn.’ De bovenstaande ronkende zinnen lijken misschien afkomstig van ChatGPT, nadat iemand de opdracht heeft gegeven ‘schrijf een jubelend essay over de zegeningen van kunstmatige intelligentie. Wees enthousiast en kritiekloos. Schets een stralende toekomst.’

Maar nee, aan het woord is Sam Altman van OpenAI. In een deze week gepubliceerd opstel met de titel The Intelligence Age schetst de opperbaas van ’s werelds toonaangevendste AI-bedrijf een nabije toekomst die dankzij AI op alle vlakken schitterend zal zijn.

Het is de moeite waard zijn opstel te lezen, omdat het haarfijn laat zien hoe de denkwereld van de techbazen in Silicon Valley eruitziet. In gezwollen spierballentaal legt Altman uit dat al onze problemen zullen worden opgelost dankzij technologie. Als we maar meer techniek gaan gebruiken, komt er een einde aan de klimaatcrisis, ziekten en armoede. En o ja, we zetten ruimtekolonies neer en onthullen alle geheimen van de natuurkunde. Het is techsolutionisme in optima forma, zoals dat ook bekend is bij invloedrijke denkers als Ray Kurzweil.

De wereld van Altman kent weinig twijfel: ‘Hoe meer rekenkracht en data beschikbaar zijn, hoe beter het mensen helpt om moeilijke problemen op te lossen.’ AI moet voor zo veel mogelijk mensen beschikbaar worden, vindt Altman logischerwijze.

Op dit punt schuiven er toch wat donkere wolken aan de tot dan toe stralende hemel van Altman. ‘Als we niet genoeg infrastructuur bouwen, zal AI verworden tot een zeer schaarse hulpbron waar oorlogen over zullen worden uitgevochten en zal het vooral in de handen van rijke mensen terechtkomen.’

De subtekst is duidelijk: meer datacentra, meer infrastructuur, meer data, meer rekenkracht. Drie keer raden welk bedrijf dit allemaal gaat faciliteren.

Aan al deze overvloed hangt wel een prijskaartje. Wie de ontwikkelingen rondom AI volgt, weet dat het trainen en in de lucht houden van de AI-systemen gigantisch veel energie (en water) kost. Deze week nog werd bekend dat een van de beruchtste kerncentrales ter wereld, het Amerikaanse Three Mile Island, na jaren van sluiting weer opengaat. Microsoft heeft de energie nodig voor zijn datacenters.

Op dit punt wringt de schoen. Steeds weer beloven mensen als Altman het klimaatprobleem op te lossen dankzij AI. Ook Microsoft, dat nauw samenwerkt met OpenAI, roemt vaak de zegeningen van AI bij het oplossen van de klimaatcrisis via nieuwe vormen van groene energie.

De praktijk? Microsoft probeert zijn AI-oplossingen te slijten aan bedrijven als ExxonMobil en Chevron om ze te helpen bij het vinden en ontwikkelen van nieuwe olie- en gasreserves en het maximaliseren van hun productie, zo onthulde The Atlantic onlangs.

Een stralende toekomst? Voorlopig kunnen we onze zonnebrillen nog even thuislaten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next