Kun je nog over gewone dingen schrijven? Bij de voortvarende afbraak van het verfijnde democratische en rechtsstatelijke bouwwerk dat Nederland in eeuwen heeft opgericht, voelen gewone dingen snel decadent. Misschien moet de krant een dagelijkse rubriek overwegen waarin de teloorgang van de beschaving handzaam wordt samengevat. Dan hebben columnisten de handen vrij om vast te stellen dat in de stofwolken óók nog eens een schilderijtje scheef hangt.
Ik bedoel, zo’n staatssecretaris Chris Jansen van de PVV, waar gáát hij eigenlijk over? Wat je van hem meekrijgt is dat hij het nog altijd mooi vindt dat Geert Wilders ooit een zaaltje aanhangers ophitste om te scanderen dat ze ‘minder, minder, minder’ Marokkanen wilden. En dat hij zich nu in tweeën splitst: slechts privé voor het hitsen, niet als staatssecretaris. En natuurlijk moet het hierover gaan. Maar het ressentiment, het uithollen van grondrechten, de welbewust onmogelijke plannen: ze vormen langzamerhand een zwart gat waarin alles wordt weggezogen.
Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Volgens een peiling is immigratie het ‘leidende thema’ voor kiezers, maar veel opmerkelijker is dat het pas sinds een jaar in de topdrie staat. Dat kan dus alleen komen doordat dit laatste jaar elke dag de godganse dag wordt gedaan alsof migratie niet een van vele grote vraagstukken is (en jaahaa, dat ís het, neehee, ik bagatelliseer niks), maar het enige vraagstuk.
Openbaar vervoer, daar gaat Chris Jansen over. En weet je hoe dat eraan toe is? Droevig. En weet je wat Chris Jansen daaraan doet? Geen zak. 30 procent van de ouderen kan niet met het ov binnen een half uur bij de benodigde zorg komen. In het hele land wordt de toegang tot winkels, scholen en werk al jaren steeds slechter. En in dit postzegelland zijn hele gebieden waar je het niet redt zonder auto.
Het ‘regeerprogramma’ bevat vrome woorden en beleidspap. Meest concreet is uitgerekend een bezuiniging op het OV, in grootstedelijke gebieden. Ze zullen hebben gedacht dat dat te verkopen was met een beetje rancune: het landelijk gebied krijgt het niet beter, maar die verdomde stedelijke elite krijgt het tenminste slechter. Ik verklap u: wij van de elite komen wel waar we zijn moeten. De bezuiniging treft mensen die weinig te besteden hebben, ver van hun werk wonen en elke ochtend moeten verschijnen.
Openbaar vervoer is meer dan een manier om van A naar B te komen. Het zorgt ervoor dat je elkaar ontmoet. Het trekt een land bij elkaar. Idealiter een continent. Want er mag weinig worden gedaan om binnenlands de achteruitgang te vertragen, nog verder zijn we verwijderd van enige noemenswaardige ambitie. Waar blijft dat netwerk van regelmatig rijdende, naadloos aansluitende Europese hogesnelheidslijnen?
Meest aandoenlijke nieuwsbericht van de week ging over een nieuwe lijn tussen Berlijn en Parijs. ‘De eerste keer’, stond er, en in mijn hoofd hoorde ik de stem van het Polygoonjournaal, ‘dat de twee hoofdsteden overdag direct met elkaar verbonden worden.’
Op dit gebied heb ik van de zomer veldonderzoek gedaan. Eerst hadden we bedacht waar we heen wilden en probeerden we om daar treinen bij te zoeken. Maar de talloze boekingssites hadden nog het meest weg van fruitmachines en meestal rolde er iets onbetaalbaars uit dat drie dagen duurde. De Britse treinblogger Jon Worth verzamelt zulke voorbeelden: tussen Spanje en Frankrijk twee keer overstappen op een Baskisch treintje voor een afstand van 3 kilometer. Of van Lissabon naar Madrid reizen in elf uur met drie overstappen, waarvan een deel in een diesel met één wagon.
Uiteindelijk hebben wij het procedé omgedraaid: eerst kijken welke treinen we konden boeken en daar zijn we toen maar op vakantie gegaan. Was heerlijk hoor, geen zorgen, maar gek is het wel en het is meer dan een luxeprobleem.
Het slechtste van veel werelden komt bij elkaar. Het marktdenken van de EU, halfslachtig toegepast op het spoor, waardoor nationale treinbedrijven als quasimonopolisten woekerprijzen kunnen vragen en het vertikken om samen te werken over de grens. Nationalistische regeringen vragen dat ook niet, omdat er nu eenmaal meer binnenlandse dan buitenlandse reizigers zijn – vind je het gek? – en omdat zij een achterhoedegevecht voeren om hun luchthavens groot te houden.
En boven op dit alles komen de pretbedervers binnen de klimaatbeweging die wel willen dat vliegen duurder wordt, maar van wie treinreizen niet goedkoper hoeft te worden, want we zouden gewoon moeten leren dat we met minder toe kunnen.
Nou, dat gaat lukken. Vervoerder Eurostar dreigt Nederland al volledig af te snijden van België, Frankrijk en Engeland, omdat we niet op tijd een groot perron kunnen aanleggen of stevige viaducten waarop je boven de boemelsnelheid uit komt.
Om de beginvraag te beantwoorden: ja. Je kúnt het niet alleen over gewone onderwerpen hebben, je móét dat doen, omdat je anders vergeet wat de norm is waaraan we gewend zouden mogen zijn. We hadden een politicus mogen verwachten die ons met kennedyaanse maanlandingsbravoure een Nederland en Europa voorspiegelt met zulke goede verbindingen dat niet alleen iedereen op zijn werk en in het ziekenhuis kan komen, dat niet alleen de middenklasse ontspannen op vakantie kan, maar waardoor Nederland en Europa ook aantrekkelijk zijn voor bedrijven en economisch nog een kansje maken.
In plaats daarvan kregen we Chris Jansen die plechtig belooft zijn oprispingen binnensmonds te houden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns