Eén oorlog, twee musicals, met ieder 1.100 theaterstoelen. Zie die maar eens elke dag vol te krijgen.
Deze maand heb ik tweemaal de Tweede Wereldoorlog doorgemaakt. In het theater, althans. Eerst zag ik in de TheaterHangaar in Katwijk de vernieuwde versie van Soldaat van Oranje, de musical. Vorige week toog ik naar Barneveld, waar bij de Midden Nederland Hallen een compleet nieuwe theaterhal is gebouwd. Daar was de galapremière van 40-45, de musical, de Nederlandse versie van een Vlaamse megaproductie met veel filmische special effects.
Over Soldaat van Oranje is iedereen het wel eens dat het een goede voorstelling is. Na een records brekende speelperiode van veertien jaar staat de teller op 3,6 miljoen bezoekers. Over 40-45, de musical lopen de Nederlandse meningen meer uiteen, van vijf sterren in De Telegraaf en het AD tot mijn tweesterrenrecensie in deze krant.
Over de auteur
Joris Henquet schrijft voor de Volkskrant over cabaret, stand-upcomedy en musical.
‘Studio 100 verlegt theatergrenzen met adembenemend oorlogsspektakel’, kopte De Telegraaf. In RTL Boulevard werd zondag enthousiast geroepen dat het ‘de toekomst van musical is’. Voor alle duidelijkheid: in 40-45 zit je in een grote hal, twee uur lang zonder pauze, met een koptelefoontje op je hoofd naar vooraf ingespeelde muziek te luisteren. Persoonlijk ziet mijn toekomst van de musical er toch wat anders uit.
Wel is het interessant om te volgen wat er verder met de producties gaat gebeuren. We hebben in Nederland nu gelijktijdig twee enorme locatievoorstellingen lopen met bewegende tribunes en hetzelfde onderwerp. De musicals hebben per dag meer dan 1.100 stoelen in de verkoop. Zie die maar eens vol te krijgen.
Soldaat van Oranje heeft als voordeel dat het een rijk script heeft, sterke liedjes en het waargebeurde verhaal van Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema. Een nadeel is dat vrijwel iedereen de musical al gezien heeft. Om mensen te verleiden nog eens te komen kijken, bedachten de makers het plan hun voorstelling te updaten. Deze zomer werd daaraan gewerkt en op 8 september ging de vernieuwde versie in première, met modernere projecties, een paar nieuwe liedjes en een historisch genuanceerder script. De essentie bleef behouden.
40-45 heeft het voordeel dat het iets nieuws is, in een imposant nieuw theater met grote glazen foyers. De musical zit vol met moderne theatereffecten, zoals een bommen werpend vliegtuig, ontploffingen en schietpartijen, een rijdende goederentrein. De eerste honderdduizend Nederlandse tickets zijn al verkocht. In België trok de musical van de ambitieuze producent Studio 100 ruim 750 duizend bezoekers.
Een nadeel is dat het verhaal over twee broers, die ieder een andere kant van de strijd kiezen, moest worden omgezet van Antwerpen naar Rotterdam. In een interessant item bij geschiedenisprogramma OVT op NPO Radio 1 wees historicus Tijmen Dokter zondag op opmerkelijke historische omstandigheden die door deze verhuizing zijn ontstaan. Zo zien we in 40-45 hoe het Nederlandse verzet een deportatietrein tegenhoudt en Joden bevrijdt, terwijl dit in Nederland nooit is gebeurd. In België is dit wel een historische gebeurtenis, genaamd ‘het twintigste treinkonvooi’.
Studio 100-producent Gert Verhulst heeft inmiddels alweer gereageerd op deze kritiek. Tegen Het Laatste Nieuws beriep hij zich donderdag op de artistieke vrijheid: ‘Wij brengen een fictief verhaal tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog.’
Zo zullen de twee Nederlandse oorlogsmusicals ons nog wel even blijven bezighouden.
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns