‘Moeten we spreken over een asielcrisis of een opvangcrisis?’, luidde woensdag de vraag bij het dagelijkse commentaarberaad, waarin we bespreken hoe we tegen de actualiteit aankijken en welke mening we daarover kunnen opschrijven in het hoofdredactioneel commentaar.
Een opvangcrisis, vond de een. Het aantal asielzoekers is, als je de laatste decennia overziet, helemaal niet opvallend hoog. De problemen worden enkel en alleen veroorzaakt doordat opeenvolgende kabinetten voor onvoldoende huisvesting hebben gezorgd en voor onvoldoende capaciteit om asielaanvragen snel te beoordelen.
Daarmee doe je de werkelijkheid niet helemaal recht, vond de ander. Het aantal asielzoekers ligt wel degelijk hoger dan de jaren hiervoor, zeker als je de Oekraïense vluchtelingen erbij optelt – ook al zijn dat formeel geen asielzoekers. Als we het een opvangcrisis noemen, negeren we die feiten. Bovendien: in heel Europa klinkt een roep om het aantal asielzoekers te verlagen, ook in Nederland is er een ruime meerderheid voor. Aan die roep probeert het kabinet gehoor te geven.
De nadruk op asiel is dus wel degelijk gerechtvaardigd. ‘Moeten we überhaupt wel spreken van een crisis?’, was de volgende vraag. Het is erg als asielzoekers buiten moeten slapen, het is erg dat er een woningtekort is, maar een crisis? In vergelijking tot de vluchtelingenkampen in Libanon en Turkije, of met de situatie in Oekraïne, is het woord sowieso misplaatst.
Op basis van dezelfde feiten kun je verschillende waarheden construeren, constateerde ik vorige week al. Het hangt er helemaal van af waarmee je de nieuwsfeiten vergelijkt en in welk licht je ze zet. Dat kun je in de woordkeus tot uitdrukking brengen.
Woorden kunnen soms ook werkelijkheden creëren. Als media consequent spreken over een crisis, is het logisch dat de bevolking een crisis ervaart. En als het ervaren van een crisis genoeg is voor het kabinet om het noodrecht te willen activeren en een crisiswet in te voeren – zoals tegenwoordig kennelijk het geval is – dan kan alleen een woordkeus leiden tot een noodtoestand.
De logica is dan ineens 180 graden gedraaid, zoals ook Frans Timmermans, fractieleider van GroenLinks-PvdA, deze week in het debat schetste. Omdat het kabinet het noodrecht wil inschakelen, is er ineens sprake van een noodtoestand, in plaats van andersom zoals de wetgever het ooit heeft bedoeld. Toen artikel 110 en 111 van de Vreemdelingenwet werden ingevoerd, hadden de wetgevers ongetwijfeld een heel andere crisis voor ogen. Dat het kabinet nu al bij veel minder zware externe omstandigheden naar deze artikelen grijpt, zegt wellicht ook iets over het incasseringsvermogen van de Nederlandse samenleving. Als krant willen we zoveel mogelijk de feiten laten spreken en ons niet afhankelijk maken van subjectieve oordelen. We zullen dus zeer terughoudend zijn met het woord crisis.
Toen de gemoederen bij de Algemene Beschouwingen donderdag hoog opliepen, hebben we even overwogen om op de papieren voorpagina te koppen met ‘Kabinet onder hoogspanning’ of ‘Dick Schoof loopt langs de rand van de afgrond’ maar uiteindelijk besloten het zo feitelijk mogelijk te houden. ‘Faber sloeg adviezen van ambtenaren in de wind.’ Zo hopen we te voorkomen dat de kale feiten overschreeuwd worden door de emoties van het politieke gevecht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns