Ik heb het fragment meermaals bekeken, en dat deed ik eigenlijk om er valse bedoelingen in te ontdekken. De akelige omgangsvormen die in de Tweede Kamer normaal zijn geworden, hebben ook mij cynisch gemaakt.
Maar valse bedoelingen zag ik niet.
Geert Wilders refereerde eraan dat hij al twintig jaar beveiligd moet worden, waarop Frans Timmermans de tijd daarvóór in herinnering bracht. Toen hadden ze als collega’s van verschillende partijen samen gereisd en samen gelachen. ‘Ik spreek de oprechte hoop uit dat de dag weer komt dat we samen in vrijheid, zonder bescherming, ergens een biertje kunnen gaan drinken.’ Wilders bedankte hem voor zijn ‘oprechte woorden’. Er volgde geen sneer, het was gemeend.
Frans en Geert gezellig aan het bier, gek genoeg kon ik het wel voor me zien. Ik zal niet beweren dat mijn vertrouwen in de politiek ervan groeide, maar voor het eerst sinds de verkiezingen daalde het niet verder.