Het kan een uitkomst zijn om de laatste jaren van je leven door te brengen in een soort recreatiewoning in de achtertuin van familie of vrienden. Als je een koopwoning achterlaat, heb je bovendien genoeg geld om iets te kopen.
Zelfs als je het geld hebt, is het lastig om iemand te vinden die zijn tuin hiervoor beschikbaar stelt. De gemeente legt direct allerlei mantelzorgtaken bij hen neer, vooral als het familie is. Maar het grootste probleem is om überhaupt te regelen dat die woning er komt en op de juiste manier belast wordt.
Stap 1: de gemeente. Is er een vergunning van de gemeente nodig voor zo’n tuinhuis? Vaak wel, als er iemand gaat wonen. Een mantelzorgwoning is vergunningvrij als de bewoner intensieve zorg nodig heeft. Sommige gemeenten staan zo’n woning toe, ook als de bewoner nog niet zo hulpbehoevend is. Dan is het een pre-mantelzorgwoning.
Een mantelzorgwoning is tijdelijk. Als de bewoner overlijdt of naar een verpleeghuis moet, eist de gemeente vaak dat het sanitair of de woning zelf verwijderd worden. Je kunt zulke woningen daarom ook tweedehands kopen.
Stap 2: de bank. De eigenaar van de hoofdwoning moet – als hij of zij een hypotheek heeft – toestemming vragen aan zijn bank om een huisje in de achtertuin te bouwen. Dat is ook het geval als de nieuwe bewoner het onderkomen betaalt.
Stap 3: de fiscus. In principe is degene die het tuinhuis betaalt, ook de eigenaar ervan. Maar dat gaat niet vanzelf goed. Als je een huis neerzet op het terrein van iemand anders, dan kan die door zogenoemde ‘natrekking’ de eigenaar worden. Dat kun je voorkomen door via een notariële akte het recht van opstal te vestigen.
Als dat allemaal geregeld is, erkent de Belastingdienst het tuinhuis als je eigen woning. Bij de aangifte moeten zowel de bewoner van de hoofdwoning als die van het tuinhuis allebei een deel van de WOZ-waarde opgeven. De gemeente mag dan de WOZ-waarde verhogen. Dat mag niet als de hoofdbewoner eigenaar is van de mantelzorgwoning.
Een tijdelijke woning is volgens de Wet inkomstenbelasting geen eigen woning. Gek genoeg kan de Belastingdienst de mantelzorgwoning toch als eigen woning erkennen, terwijl de gemeente deze altijd beschouwt als iets tijdelijks. De hoofdbewoner kan bij stap 1 ook proberen een vergunning te krijgen voor een permanent tuinhuisje.
Terug naar stap 1: onderzoek dat alternatief. Bekijk gedurende het hele traject de optie dat de hoofdbewoner het huisje betaalt en vervolgens gaat verhuren. Dan komt het verhuurde deel van de woning in box 3 terecht. De tuinhuisbewoner betaalt huur en de eigenaar moet vermogensheffing betalen. Voorlopig gaat de belasting in box 3 nog uit van een forfaitair rendement van ongeveer 6 procent per jaar, behalve als je gebruik maakt van de tegenbewijsregeling om aan te tonen dat de werkelijk inkomsten lager zijn dan dat. Dat heeft de Hoge Raad op 6 juni jongstleden bepaald. Alsof het nog niet ingewikkeld genoeg was.
Over de auteur
Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids.
Zelf een vraag? Geldvraag@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns