Home

Bij de g’noten moet je altijd proberen iets lolligs terug te appen, daar betalen we elkaar contributie voor

Reijmerink, een mijner g’noten der jaarclub, vroeg of ik wist uit welke Bondfilm die ontploffende piepers kwamen. ‘Je vergist je’, appte ik terug, ‘dit kan alleen The A-Team.’

Hannibal, Face, B.A. Baracus en Howlin’ Mad Murdock die achter in hun zwarte busje op een woensdagmiddag drieduizend piepers vullen met semtex. Als kind zit je ernaar te kijken, en je denkt, geloof je het zelf Hannibal, dat gaat toch nooit lukken joh, maar ja, het is wel The A-Team, dus je weet maar nooit, mogen we nog wat chips?

‘Netanyahu loves it when a plan gets together’, antwoordde Reijmerink.

Bij de g’noten moet je altijd proberen iets lolligs terug te appen, daar betalen we elkaar contributie voor. Ik zei daarom maar dat je dan wel zeker moest weten dat Arabieren hun aardappels prakken.

Ik keek op en zei tegen mijn vriendin Jet: ‘Ik dacht serieus even dat het om piepers ging.’

‘Ging het ook.’

‘Nee’, zei ik, ‘het ging om piepers.’

‘Dat zei ik, nerd.’

‘Jij zei dat het om aardappels ging.’ (Urenlange discussie, slaande deuren, koffers pakken, het weer goedmaken, trouwen, kanarie nemen.)

Reijmerink merkte nog op dat je het niet in een boek kon zetten, dan geloofde niemand het. Da’s waar, ik zag mezelf al zitten, tegenover een uitgever, zoals ik ooit heb rondgeleurd met het idee voor Bonita Avenue, ‘en dan stopt de Mossad een beetje buskruit in alle piepers die in Libanon’–

‘Aardappels?’

‘Nee, piepers.’

Die uitgever, geeuwend: ‘O, ik dacht aardappels.’ Nee, wordt niks. Zo’n uitgever denkt dat je schizofreen bent, of Ludlum.

Da’s wel mooi aan de ontlezing, dat de helft van de lezers nu denkt dat ludlum een ernstige vorm van hersenverweking is, waarbij je wanen ziet, en zeker weet dat Netanyahu kneedbommen in de aardappeloogst van Libanon heeft gestopt, en dat je dat dan heel precies aan zo’n uitgever gaat zitten uitleggen.

Dat zo’n pieper het koken nog doorstaat, honderd graden is net niet heet genoeg, maar als je hem prakt, doorsnijdt of erop kauwt is het: BOEOEOEM. (Dat ‘boem’ moet je dan keihard bulderen, zodat die uitgever, die iets naar voren is gaan zitten, omdat je bijna bent gaan fluisteren, zich een ongeluk schrikt, waarna je maar weer eens opstapt.)

Ik heb ooit een onderbuurman gehad, in Haarlem was dat, en die was behoorlijk ludlum. Toen we kennismaakten, tuurde hij eerst nog even op zijn pieper, en zei: ‘Ja, sorry, dat was Saddam Hoessein, ik probeer laserwapens aan hem te verkopen, hij gaat me zo meteen 2 miljard overmaken’, echt gebeurd.

Wat ik natuurlijk hoop is dat de ontleesde kinderen onder ons nu ‘ludlum’ aan het googlen zijn, bang dat ze het zelf oplopen, en er dan achter komen het een schrijver is, Robert Ludlum, die 27 spionagethrillers schreef in een totale oplage tussen de 300 en 500 miljoen exemplaren. (Wat is dat voor schatting, eigenlijk, een foutmarge van 200 miljoen? Alle Nederlandse literatuur sinds Karel ende Elegast verdwijnt erin – mag het misschien wat preciezer?)

En wat de kinderen helemaal niet zullen geloven is dat Robert Ludlum al in 2001 stierf na een mysterieuze brand, hij stak zijn vork in een gepofte aardappel, meer weten we niet, maar dat na zijn begrafenis, en nu komt het, er nog 34 Ludlums zijn verschenen, geschreven door elf schrijvers, waarschijnlijk zijn jaarclubg’noten.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next