Onlangs was ik op bezoek in Amsterdam-Zuid toen ik dacht: hier woon ik dus volgens Twitter/X, want daar werd ik ontmaskerd als ‘policor journalist uit het woke-reservaat Amsterdam-Zuid’. Vorige week werd ik voor de afwisseling ontmaskerd als een representant van het anti-woke-kamp, namelijk ‘het patriarchaat’.
Ik schreef in deze rubriek over een moeder die in een speeltuintje zo in haar telefoon was verzonken dat ze tot drie keer toe niet hoorde dat haar kleuterdochter haar riep. Ik verkeerde in de veronderstelling dat het stukje een aanklacht was tegen digitale technologie die zo verslavend is dat ouders hun kinderen niet meer horen. Dat ik blijk had gegeven van patriarchale zienswijzen, mannelijke privileges, aannames en vooroordelen, leerde ik uit reacties.
Een vrouw schreef in een lange ingezonden mail: ‘Waarom denkt de auteur dat elke moeder het geluk heeft om 24/7 op afroep onverdeelde aandacht aan haar kind te kunnen geven, en is dit überhaupt wenselijk of kweken we dan prinsjes en prinsesjes?’ Tja. Dat meisje in dat speeltuintje wilde dat haar moeder even keek hoe ze van een kabelbaantje afging. Even voor je kind van je telefoon opkijken: dat is volgens mij iets anders dan ‘24/7 op afroep onverdeelde aandacht geven’.
Ik schreef in dat stukje dat de moeder als ze zou stoppen met instagrammen in de echte wereld iets moois zou zien. In plaats van ‘instagrammen’ had ik ook ‘tiktokken’ kunnen schrijven. Uit de ingezonden mail: ‘Waarom gaat de auteur ervanuit dat de moeder op Insta zit, en niet dat zij in de schoolapp aan het kijken was, zaken rond andere kinderen aan het regelen was, werk met zorg moest combineren, een boodschappenlijstje maakte of... godverhoede, vijf minuten voor zichzelf nam!’
Je weet het maar nooit. Maar schoolapps slokken de aandacht van gebruikers doorgaans minder op dan Instagram, en boodschappenlijstjes zijn minder verslavend dan TikTok. Volgens mij opereert het patriarchaat tegenwoordig vanuit Silicon Valley.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns