Home

Het tennisveld leek wel een volle rotonde, allemaal lijnen, getoeter. Piepende schoentjes.

Ik zag meteen sterretjes in mijn pittigere lesgroepje

Vorige keer, in aflevering 2, seizoen 1 van mijn tennisles-cyclus, had ik Frans gevraagd of ik naar een ‘pittiger’ groepje mocht, iedereen herinnert zich dat. Frans keek zwijgend in de verte. Toen zei hij: ‘Zie je die jongen met die hangende schouders?’ Ik zag hem.

‘Was een leuk spelertje, heel aanvallend, fris, zat in de jeugdselectie, wilde per se bij de senioren trainen. Toen heb ik hem bij de senioren gedaan.’ Ik knikte enthousiast.

‘Twee jaar later wilde hij terug in z’n oude groepje. Totaal ander spelertje, kon alleen nog maar verdedigen, aan de baseline geplakt. Maar ik zal voor je kijken.’

‘Peter hier,’ zei Frans tijdens de laatste les, ‘is er in de zomer niet meer bij. Hij wil een pittiger groepje.’

Mijn ex-groepje, de helft was naar de Efteling, keek me verbijsterd aan. ‘Euh,’ stamelde ik, ‘iets pittiger, ja, je hebt pittig, pittiger, en pittigst. Twee pepertjes voor mij, voortaan, denk ik?’ Frans zweeg.

Hoe het kwam weet ik niet, maar de eerste les vergat ik. Nou ja, halverwege de les bulderde ik ‘Godverdomme’ tegen mijn vriendin Jet, ‘ik heb les! Nu! Nee hè, godsamme!’ Ik stortte van de bank, sloeg met een vuist op de vloer. ‘Mijn pittige groepje! Niet dit. Waarom ik?’

‘Ga er snel heen,’ schreeuwde ze, ‘doe alsof je je een uur vergist hebt!’

Tekstboek slechte beurt, vrienden. Daar kwam ik aan, in vol tenue, ‘huh,’ stamelde ik tegen vijf afgepeigerde gravelbijters die hun grote tennistassen voldaan dichtritsten, ‘watte, al klaar? Sapperdeflap zeg’, de hele act, Pinokkio-neus, etc.

Ineens, onverwacht, uit een compleet andere hoek van de baan, stevende, ik zweer het, Farioli op me af, maar dan met petje en racket. ‘Jij,’ zei de Ajaxcoach, ‘bent zeker het klantje van Frans, right? Staat je wekker op nog wintertijd? Kan gebeuren. Als je wil kun je van de week ergens een inhaallesje doen.’

Begon Frans niet eens aan als er weer eens iemand naar Bobbejaanland was, verspilde moeite, maar dit was dan ook Mete, die helemaal niet zo heet, hij heet Emre, al zeg ik liever ‘trainer’, hij wil graag ontpseudoniemd worden, nergens voor nodig, right? (Ik heb mijn nieuwe groepje maar even netjes geappt of ze in de krant willen, ze komen er toch wel achter, en dan krijg ik alleen nog maar keiharde boogloze strepen op lijnen en hoekpunten toegediend, nauwelijks een stuit, moet je niet willen.)

De week erna was ik natuurlijk extra vroeg, maar nog steeds als laatste. Even opwarmen jongens, met aan de overkant twee koningen, zei Emre, die tellen hun punten op, de anderen aan deze kant, eerst een diepe forehand, dan halfcourt een volley, aanvalsballetje, lekker vroeger pakken dus, dan doorlopen naar het net, balletje rustig afsmashen, ga nou niet staan meppen, gewoon: boem, en snel doordraaien. Bij drie punten ga je naar de overkant, right?

Right. Het ergste gebeurde. Ik snapte geen hol van die oefening! Was me razendsnel het spannende bordspel Go uitgelegd, dan had ik er meer van gesnopen. Het tennisveld leek wel een volle rotonde, allemaal lijnen, getoeter. Piepende schoentjes. In mijn nek, steeds als ik een bal over het net had gewerkt: ‘Weg! Weg!’ Dan dook ik als Boris Becker de baan uit, en was alweer te laat bij de baseline, ‘jij bent, jij bent’.

Ik kwam beteuterd thuis. Ik had nog naar Frans gezwaaid, bij hem was het heel anders, zei ik tegen mijn vriendin Jet, bij hem snapte niemand de puntentelling. ‘Ik zag serieus sterretjes. D’r zit er eentje bij, dat is Speedy Gonzales!’

Bezorgd vroeg Jet of ik weer naar Frans wilde. ‘Nee,’ zei ik, ‘ik ga privéles nemen bij Robbie.’ Lees daarover in deel 4.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next