Home

Kan een numerus fixus voor het vroegpensioen?

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het overleg over het vroegpensioen zit zo onwrikbaar vast dat Ajax mogelijk aan het einde van deze voetbalcompetitie nog slechts vier wedstrijden heeft gespeeld. Misschien krijgt de club daardoor tijd en rust voor de opbouw van een nieuw team.

De vakbonden die kampen met dalende ledenaantallen, kunnen niet meer terug nu ze het volle pond hebben geëist: een definitieve regeling voor zware beroepen om op 64-jarige leeftijd met pensioen te gaan. De regering wil ook geen ommezwaai maken. De tekorten in de sectoren met ‘zware beroepen’ zijn zo groot dat een massale uittocht zonder nieuwkomers tot maatschappelijke ontwrichting zou leiden – zeker nu ook nog tienduizenden militairen voor de bediening van nieuwe tanks en douanebeambten voor het neerlaten van slagbomen moeten worden geworven.

Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken) heeft een plan voor een numerus fixus voor vroege pensionado’s, zoals studenten die kennen voor bepaalde studies. Er mogen maximaal vijftienduizend werknemers per jaar gebruikmaken van vroegpensioen. Nu zijn dat er een kleine dertigduizend. Mensen met een bruto inkomen boven de 74 duizend euro zijn op voorhand uitgesloten.

Maar de vakbonden willen dat heel begrijpelijk niet. De verdeling zal niet alleen uiterst complex zijn, maar ook tot veel onvrede leiden. Zal het een soort fifo (first in, first out) worden of komt er een loting? Komen er quota’s voor iedere beroepsgroep? Zeg: 4.000 verpleegkundigen, 3.000 politiemensen, 2.000 conducteurs en machinisten….De ene agent mag er op zijn of haar 64ste uit, de andere moet door tot het gaatje.

Het plan is een wangedrocht. Als er vijftienduizend uitzonderingen worden gemaakt, moet zeventienduizend ook kunnen. Niemand weet meer waar hij of zij aan toe is. Er zou ook enorm veel bureaucratische rompslomp mee gepaard gaan, met kans op discriminatie, fouten en schandalen.

Van Hijum, lid van Pieter Omtzigts NSC, zou als geen ander moeten weten dat hij zijn hand in een wespennest steekt. Het verschil tussen zwaar werk en ander werk blijft diffuus. Fysiek behoren beroepen als agent, machinist en buschauffeur ondanks de onregelmatige werktijden misschien niet tot de zwaarste, maar mentaal zijn ze dat zeker wel – zeker die van conducteur en surveillerend agent. Maar voor docenten, bijstandsambtenaren en lokale bestuurders is de mentale druk net zo groot.

Op de een of andere manier is er al een soort sociale regeling voor iedereen. Wie het werk mentaal of fysiek te zwaar vindt en het niet meer aan kan, eindigt vanzelf in de ziektewet en later in de WIA. Hoewel veel werknemers het misschien niet als bijzonder eervol beschouwen, is het tenminste iets.

Een andere oplossing is de markt zijn werk te laten doen. Als er zulke enorme tekorten zijn onder politiemensen, conducteurs en verpleegkundigen moeten de salarissen veel verder omhoog en de secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals de pensioenregeling, aanzienlijk worden verbeterd.

Menige bullshitbaan wordt nog steeds beter betaald dan twee zorgbanen, omdat traditioneel opleiding en niet de vraag het salaris bepaalt.

Misschien is dat het breekijzer voor onwrikbare dilemma’s.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next