Afgelopen zondag las ik over de zes gruwelijk vermoorde Israëlische gijzelaars in Gaza, aangetroffen in een Hamas-tunnel – allen ‘in het hoofd geschoten en geëxecuteerd’. Sindsdien neemt de druk toe op premier Netanyahu inzake een staakt-het-vuren: demonstraties in Israël, Amerikanen die hun geduld verliezen, Britten die de wapenexport naar Israël beperken.
Waarom is het zo moeilijk de oorlog te beëindigen? Het korte antwoord: 7 oktober, het moedwillige, perverse, massale Hamas-geweld tegen Israëlische burgers. Een klap met een vernietigend effect, Israëls veiligheidsgevoel bleek denkbeeldig. Direct was duidelijk dat Israëls antwoord harder zou zijn dan ooit tevoren, met alle risico’s van een overreactie.
De uitweg blijft ongewis. Hamas wil voortbestaan in Gaza, Israël wil Hamas in Gaza elimineren – als dreiging, als buur, als ‘bestuurder’. Hamas mag zich niet kunnen herstellen en herbewapenen via de grens. De onmogelijkheid van ‘co-existentie met een Iraanse proxy, een IS-achtige religieuze fundamentalistische organisatie die gezworen heeft alle Joden in Israël te doden’ (in de woorden van de linkse academicus Michael Gilead) wordt breed in Israël gevoeld. Israël moest militair optreden – al betekende dat een vreselijke stadsoorlog, waarbij het voorkomen van burgerslachtoffers het moeilijkst is.
Over de auteur
Arnout Brouwers is journalist en columnist voor de Volkskrant, met als specialisatie veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zie bijvoorbeeld ‘onze’ oorlog tegen Islamitische Staat. In december 2017 concludeerde AP na uitvoerig onderzoek dat in de Slag om Mosul (2016-2017) tussen de negen- en elfduizend burgers waren gedood om vierduizend IS-militanten uit te schakelen. Tien keer zoveel burgerslachtoffers als tot dan toe werd aangenomen. De ngo AirWars sprak van een ‘ontmoedigend gebrek aan belangstelling’ naar de vele burgerslachtoffers. In het archief van deze krant kon ik in de dagen na publicatie van dit AP-onderzoek geen bericht hierover vinden. Zelfs geen kortje. Geen woord.
Bij Gaza is dat gelukkig anders. Goed dat de oogkleppen af zijn inzake burgerslachtoffers, jammer dat ze vervangen zijn door nog grotere oogkleppen inzake de politiek-militaire aspecten van de oorlog. Wie eenzijdig aandacht schenkt aan de burgerslachtoffers en niet aan de militaire noodzaak voor Israël om te reageren, creëert een scheef beeld van de oorlog en miskent de wrede veiligheidsdilemma’s en de nefaste rol van Iran.
Inmiddels heeft Israël de slagkracht van Hamas danig ingeperkt, met schattingen van meer dan tienduizend gedode Hamas-militanten (cijfers die je hier zelden terugleest). Los van alle schattingen: zeker is dat de humanitaire ramp in Gaza groot is en – zij het op kleinere schaal – in de richting gaat van rampzalige oorlogseffecten die we zagen of zien in bijvoorbeeld Tigray, Soedan of Oekraïne.
Maar is Hamas genoeg ingedamd om de strijd te kunnen beëindigen? Veel specialisten betwijfelen of de voorwaarden voor een staakt-het-vuren echt bestaan. Hamas wil overleven als machtsfactor, Israël wil het tegenovergestelde. Soms lijken hun onderhandelingen slechts onderdeel van de strijd om mondiale gunst. Die strijd wint Hamas: het hult zich in de mantel van de Palestijnse Zaak terwijl het Palestijnse burgers blijft voeren aan de Israëlische oorlogsmachine.
Hamas heeft Israël, dat wél gehouden is aan internationale normen, voor een grote militaire én diplomatieke uitdaging geplaatst door zich bewust schuil te houden tussen burgers, met een voorkeur voor ziekenhuizen, scholen en dichtbevolkte woonwijken. Dit is de val die Hamas voor Israël heeft opgezet.
Maar ook in westerse landen kunnen mensen zich afvragen of ze niet door Hamas in de val zijn gelokt. En dat betreft niet alleen demonstranten die posters van Israëlische gijzelaars van de muur rukten. De Palestijnse Amerikaan Ahmed Fouad Alkhatib vraagt zich af: waarom zijn de betogingen nooit gericht tegen Hamas? Dat betogers via hun regering alleen op Israël invloed kunnen uitoefenen, vindt hij onzin. De protesten zijn voor Hamas en Iran, dat ze probeert op te poken, een cruciaal wapen om de westerse steun voor Israël te ondermijnen – en de boodschap van die protesten wordt nauwlettend in de gaten gehouden.
Hamas dat Palestijnse burgers offert aan jihadistische ideologieën en Iraanse aspiraties voor regionale dominantie, vraagt Alkhatib, was dat geen studentenprotest waard? Heel goed dat de onderdrukking van Palestijnen – anders dan die van Papoea’s, Sahrawi’s of Oeigoeren – weer op de agenda staat. Maar brengt de escalatie van geweld een politieke oplossing dichterbij? Ik vrees van niet. Hamas is uit op rivieren van bloed. De Palestijnen verdienen beter. Dus voor de lieve vrede en conform een oude Gazaanse noodkreet: meer Fuck Hamas!-spandoeken, graag.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns