Maandagavond, in de nieuwe talkshow van Eva Jinek, zat terreurexpert Beatrice de Graaf met een ernst die niet vaak meer te zien is in het publieke debat. ‘Het is nooit leuk om mij aan tafel te hebben’, zei ze met een wrange glimlach, maar de ernst van haar woorden was onmiskenbaar. De reden? Een historische doorbraak van de extreemrechtse AfD in twee Oost-Duitse deelstaten.
Maar het was vooral haar uitleg over de populariteit van deze partij onder jongeren en de daarmee gepaard gaande opmars van extreemrechts die mij bij de keel greep. Ze sprak over ‘tienerterrorisme’, waarbij platforms als TikTok jongeren blootstellen aan een golf van ‘borderline content’ – propaganda die flirt met extremisme, verpakt in video’s die eruitzien als onschuldige memes.
Deze ontwikkeling, waarbij populisme en radicalisering steeds verder de grens opzoeken van wat toelaatbaar is, brengt ons bij de ongemakkelijke vraag: hoe hebben we het zover laten komen dat de terrorist van morgen de tiener is die vandaag met een paar swipes door de wereld van haat en verdeeldheid navigeert?
Over de auteur
Sander Duivestein is werkt voor het VerkenningsInstituut Nieuwe Technologie van Sogeti. Hij schreef in 2021 het boek Echt Nep. In de maand september is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De cijfers liegen niet en schetsen een ontluisterend beeld. Tussen oktober 2023 en mei 2024 waren 38 van de 58 terrorismeverdachten in West-Europa jonger dan twintig jaar. Een zorgwekkende verschuiving, waarin steeds meer jongeren betrokken raken bij terreur.
De recente gebeurtenissen maken de ernst van deze trend pijnlijk duidelijk. Neem het afgelaste concert van Taylor Swift in Wenen, waarna twee tieners werden opgepakt op verdenking van een geplande aanslag. Of de steekpartij in Zürich, waar een 15-jarige jongen een orthodoxe Jood neerstak, nadat hij zich online tot IS had bekeerd.
In beide gevallen was TikTok meer dan een toevallige factor: het platform speelde een cruciale rol in de radicalisering van de daders. Dit fenomeen, waarbij jongeren via sociale media steeds verder afglijden richting terreur, wordt vaker waargenomen. De zogenaamde ‘TikTok-jihadisten’ vormen een nieuwe dreiging, waarbij geweld en extremisme soms belangrijker lijken dan ideologie.
Socialemediaplatforms zoals TikTok maken gebruik van algoritmes die gebruikers verleiden om steeds langer te blijven kijken, vaak door hen sensationele en prikkelende inhoud voor te schotelen. Deze algoritmes fungeren als poortwachters, bepalend welke video’s en groepen zichtbaar worden voor gebruikers.
Een tiener die onschuldig begint met neutrale video’s, kan in korte tijd worden blootgesteld aan extremere, potentieel schadelijke content. Dit proces, ook wel ‘flitsradicalisering’ genoemd, zorgt ervoor dat jongeren razendsnel worden meegezogen in extremistische denkbeelden.
Dit werkt als een ‘radicaliseringspiramide‘. Onderaan bevinden zich de meeste gebruikers, die starten met tamelijk onschuldige of enigszins provocerende inhoud. Naarmate ze blijven klikken, worden sommige gebruikers blootgesteld aan steeds extremere boodschappen. Dit kan uiteindelijk resulteren in een neerwaartse spiraal, waarbij degenen die zich bovenin de piramide bevinden niet alleen radicale opvattingen omarmen, maar ook de stap zetten om in de echte wereld over te gaan tot actie.
Cruciaal hierbij zijn de online gemeenschappen die rondom deze extremistische ideeën ontstaan. Dit fenomeen wordt vaak omschreven als ‘virtueel tribalisme’, waarbij jongeren zich afsluiten van de bredere samenleving en zich volledig identificeren met een subcultuur die hun denkbeelden versterkt.
Deze groepen bieden niet alleen radicale opvattingen, maar ook een gevoel van identiteit en verbondenheid, wat vooral aantrekkelijk is voor jongeren die zich buitengesloten voelen. Ze delen vaak dezelfde esthetiek: memes, muziek en symbolen die specifiek zijn voor de subcultuur, zoals verwijzingen naar het nazi-tijdperk of andere fascistische symbolen. Deze historische verwijzingen, vaak verpakt als ironie of ‘edgy’ humor, stralen een gevoel van rebellie en exclusiviteit uit, versterken het groepsgevoel en normaliseren extreemrechts gedachtegoed.
De opmars van extremisme onder jongeren, gevoed door sociale media, vraagt om een serieuze aanpak. Dit betekent niet alleen meer regulering van de algoritmes die deze flitsradicalisering faciliteren, maar ook meer aandacht voor educatie en bewustwording onder jongeren. Scholen, ouders en overheden moeten zich bewust zijn van de invloed van deze online gemeenschappen en tijdig ingrijpen wanneer jongeren in extremistische kringen terecht dreigen te komen.
Daarnaast is het ook essentieel om de onderliggende sociale en economische factoren aan te pakken die jongeren kwetsbaar maken voor extremistische ideologieën. Jongeren die buitengesloten zijn of wantrouwen koesteren vanwege werkloosheid of armoede, zijn vatbaarder voor de boodschap van radicale groepen die hen een gevoel van doel en saamhorigheid bieden.
De woorden van Beatrice de Graaf aan het begin van deze column blijven naklinken. Het is inderdaad ‘nooit leuk’ om haar aan tafel te hebben, maar haar waarschuwingen zijn nu relevanter dan ooit. We kunnen ons niet langer veroorloven om weg te kijken. De strijd tegen extremisme begint online, maar moet ook worden gevoerd in de sociale en economische context waarin deze jongeren opgroeien. De tijd dringt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns