Dat minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) Eddy van Hijum deze week de gedachte opperde om in bepaalde sectoren van de economie uitzendwerk geheel te verbieden, verbaasde me nogal, net als de gretigheid waarmee er in de Tweede Kamer op werd gereageerd. Het is een reuzestap van ‘vrij baan voor uitzendwerk’ naar ‘in deze sector is uitzendwerk verboden’. Daar zitten toch wel wat (beleids)pasjes tussen? Inmiddels heeft mijn verbazing plaatsgemaakt voor begrip.
Wat is er aan de hand in het uitzendwezen? De hoofdlijn is dat de herregulering van de uitzendsector er (eindelijk) aan zit te komen. Alweer bijna vijf jaar geleden adviseerde de commissie-Borstlap over de toekomst van werk. Als het om de uitzendsector gaat was ons belangrijkste advies (ik mocht lid zijn van het gezelschap): ruim die sector toch op! Weer malafide uitzendbureaus die arbeidsmigranten uitbuiten en de arbeidsmarkt verpesten, en voorkom dat hun eigenaren steeds weer kunnen terugkeren met nieuwe uitbuitbureaus.
Waarom het vijf jaar moet duren om dat te regelen is mij een raadsel, maar er ligt nu een wetsvoorstel, Wtta geheten, dat een toelatingsstelsel voor het uitzendbureau regelt. Bedrijven mogen alleen uitzendbureau zijn als ze hiertoe toestemming krijgen van de overheid. En de overheid geeft die toestemming alleen als de bazen een ‘Verklaring omtrent het verdrag’ kunnen overleggen; als het bedrijf een waarborgsom stort van honderdduizend euro; en als de organisatie laat zien dat zij uitzendkrachten het correcte loon betaalt en netjes belasting inhoudt en overmaakt aan de Belastingdienst. En nog zo wat redelijke dingen.
De andere kant van de markt, die van de inlenende bedrijven, is door de wetgever niet vergeten. Ondernemingen mogen alleen uitzendkrachten inhuren van uitzendbureaus die door de overheid zijn toegelaten tot de uitzendsector. En het toezicht? Dat doet de Arbeidsinspectie. Zowel op de uitleners als op de inleners. Hoppelepop en klaar is Kees. Ingang: 1 januari 2027.
Als die wet eenmaal begint te werken, en de Arbeidsinspectie links en rechts vette boetes heeft uitgedeeld aan inleners en waarborgsommen verbeurd heeft verklaard van uitleners, dan ruimt de uitzendsector echt lekker op. Maar tegen die tijd komt 2030 al in zicht. En dat is veel te laat.
Want ook vandaag zijn er misstanden en is er onrecht. En dan zijn we bij Eddy van Hijum. Zijn opmerking, begrijp ik nu ik zijn Kamerbrief heb gelezen, is een stok achter de deur voor de vleessector, de slachterijen. Dit is, als het om het slecht behandelen van arbeidskrachten gaat, een beruchte sector. (Ik heb het nu maar even niet over het behandelen van de dieren.) Om die toestand snel te verbeteren, sneller dan middels de slakkengang van dat toelatingsstelsel, werken allerlei organisaties uit de vlees- en de uitzendsector nu samen in een ‘taskforce’ die tot doel heeft ‘binnen twaalf maanden alle malafide uitzenders uit de vlees- en pluimveesector verwijderd te hebben’.
U kunt zich het tegen- en meestribbelen van betrokkenen voorstellen. Dit raakt immers aan de boterham van uitleners én inleners in de vleessector, en niet van een enkeling. Tijdens zo’n proces is het handig als de minister in een Kamerbrief nonchalant laat vallen dat hij uitzendwerk in een sector ook kan verbieden. Sterker: ‘Het is een bestaande bevoegdheid.’ Ik zou bijna schrijven dat ze in de vlees- en pluimveesector na zo’n dreigement eerder eieren voor hun geld zullen kiezen – maar dat zou flauw zijn.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns