Home

Zo. Klaar. Afgelopen. Bel oma even – wat deden ze vroeger in de vakantie?

Een tijd geleden stond ik op een hoge duin in de buurt van Bordeaux, met uitzicht op een onwerkelijk groot bos. Een paar maanden later brak een bosbrand uit, die van dat hele grote bos niets overliet. Nu is het mooi geweest, dacht ik, ik doe het niet meer, dit was de laatste keer dat ik voor mijn plezier ergens naartoe ben gevlogen.

Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik was bepaald niet de eerste met de gedachte, maar sindsdien hoop ik evengoed dat iedereen zo’n zelfde soort moment zal beleven, een schakelmomentje naar het besef: het slaat ook eigenlijk nergens meer op wat we aan het doen zijn. Als het nou de leefwereld van een ander was die we aan het verneuken waren, kon je nog zeggen: wat kan ons dat schelen. Maar dit kan niet meer, op deze manier vermaken we ons nog eens harstikke dood.

Het gebeurt niet vaak en het kan soms even duren, maar het komt weleens voor dat er iets nieuws doordringt en we ons gedrag veranderen, bijvoorbeeld ophouden met gaten in de ozonlaag spuiten. En er zijn redenen genoeg. Hitte, droogte, noodweer, bosbrand. De Middellandse Zee zit vol olie en plastic – nog even en de badgasten zweten ook onder water.

Er volgden zomers met beelden van toeristen op het strand, met hier en daar een aangespoelde vluchteling onder een afdekzeiltje, tegen de achtergrond van een rookkolom van een bosbrand, enkele veilige kilometers verderop. Er kwamen zelfs zomers met bosbranden die de campings wel bereikten – op de vlucht voor het vuur renden de toeristen de zee in. Maar aan aantrekkingskracht verloor het massatoerisme niets.

Intussen begon ik te verlangen naar een levensgrote bosbrand, die mens en dier natuurlijk heel zou laten, maar wel in een definitieve klap aan alle campings en accommodaties een einde zou maken; tien miljoen Nederlandse caravans in de as. Zo. Klaar. Afgelopen. Bel oma anders even – wat deden ze vroeger in de vakantie?

Maar zelfs toen er zoiets gebeurde, vorig jaar, en een Grieks vakantie-eiland voor bijna de helft in brand stond, bleef alles onveranderd. Vakantiegangers, die even tevoren nog ternauwernood van de vuurzee konden worden gered, rolden hun handdoeken uit en gingen op de stoep van de opvanglocaties liggen zonnebaden. De vliegtuigen bleven nog dagenlang nieuwe ladingen toeristen aanvoeren.

In Gaza is bijna alles kapot, de meeste waterzuiveringsinstallaties en de riolering; er gaan allerlei ziekten rond. Op beelden die kortgeleden vanaf grote hoogte zijn gemaakt, zie je voor de kust een grote bruine vlek, die koers zet richting zee. Volgend jaar, ballend in de Middellandse Zee, iets bruiner dan anders, met de groetjes uit Gaza – is dan wel de lol eraf?

Deze zomer las ik over Nederlandse toeristen die waren gestrand op een luchthaven omdat hun vakantiebestemming was overstroomd. En over Russen die vanwege het oprukkende oorlogsgeweld hun huizen en dorpen moesten ontvluchten. De Russen wilden een rampplek verlaten, de Nederlanders wilden graag naar eentje toe. Maar tegen de journalisten zeiden ze precies hetzelfde. Er was niets geregeld, er was nergens info, niemand die wat deed, de onzekerheid was fnuikend, ze zaten met de handen in het haar.

Dus ik denk dat we nog een paar zomers geduld moeten hebben.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next