In de trein tussen Normandië en Parijs zaten een vader en een peuterzoon schuin voor ons. Uit gewoonte zocht ik in de andere zitjes naar een moeder of de rest van een gezin, maar ze waren met zijn tweetjes, dat was duidelijk. Ze kletsten aanhoudend in een geanimeerd Frans, ik kon er niets van volgen maar het was een prettig achtergrondgeluid.
Ik ben tegen mensen die vaders meer prijzen dan moeders als ze de gewone taken doen die een ouder hoort te doen zoals schommels duwen zonder op je telefoon te kijken, adequaat reageren op woedeaanvallen, kleine mensen rondtorsen in een draagzak, sowieso allerlei dingen rondtorsen, maar deze man deed meer dan de gemiddelde ouder deed.
Geen enkel moment kwam de iPhone uit de zak, voor hemzelf om wezenloos naar te staren of als afleiding en handig zwijggereedschap voor zijn zoontje. Ze babbelden alsmaar door, tot de vader na ongeveer een uur zei dat het tijd was voor het dutje van zijn kind.
Hij arrangeerde zijn zoon zo dat het kind met zijn hoofd op zijn schoot lag en met zijn voetjes bij het raam, en zo lag het zoontje een paar minuten in een hemels soort voorslaap, maar toen kwam hij omhoog en riep ‘faire pipi’. Geduldig stond de vader op, stommelde met zijn zoontje naar de trein-wc en kwam even later terug.
Opnieuw legde hij zijn zoon op zijn schoot en daar kwam dat paradijselijke moment voor iedere ouder van een peuter: dat je kind daadwerkelijk en snel in slaap valt op precies het moment dat jij dat wil, en niet bijvoorbeeld eerst twintig minuten heel hard moet krijsen omdat hij zelf niet doorheeft dat hij verschrikkelijk moe is.
Het kind dutte, de vader zat. Ik vermoedde dat zijn telefoon nu tevoorschijn zou komen voor een moment van intense hersenloosheid, en dat gunde ik hem ook.
Maar hij pakte een plukje haar van zijn zoon, die een enorme bos krullen had, en begon een krul tussen zijn vingers te draaien, zodat die veranderde van een pluizige krul in een strak gedraaid strengetje.
Zo ging hij door, plukje voor plukje, terwijl zijn kind sliep, en ik wist dat het kind ergens in zijn onderbewuste zou voelen hoe er zorgzaam aan zijn haar gefrutseld werd, en hoe prettig dat moest zijn, net zoals mijn kinderen vroeger altijd ‘doorgaan!’ bevalen als ik klaar was met langdurig luizenpluizen.
Mijn dochter en ik zaten in ons eigen zitje, ieder op onze eigen telefoon, allebei even lang sinds deze zomer, allebei dezelfde schoenmaat, we waren op onze eigen manier geheel tevreden, zij tien jaar ouder dan dat zoontje, ik ruim tien jaar ouder dan die vader. ‘Als je zo op mijn schoot een dutje wil doen is dat prima’, fluisterde ik tegen haar. Ze keek me vriendelijk maar bevreemd aan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns