Home

Heeft de klassenstrijd van Elzinga een kans?

In Nederland zijn er even weinig arbeiders die nog de tekst van de Internationale kunnen meezingen − Ontwaakt, verdoemden in hongers sfeer! − als katholieken die het Credo − Patrem omnipotentem, factorem caeli et terrae, visibilium omnium et invisibilium − uit hun hoofd kennen.

Niettemin kondigde FNV-voorman Tuur Elzinga in deze krant een nieuwe klassenstrijd aan. Hij wil niet langer voor een paar tientjes in de cao knokken, maar een omwenteling bewerkstelligen. Want zo kan het niet langer. Hoewel ze minder herkenbaar zijn aan hun hoge zwarte hoed, is er nog altijd een kleine elite van mensen die niet hoeven te werken en toch de productieketens beheersen, stelde hij.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Voor de foto in de Volkskrant stroopte hij zelfs de mouwen op in een poging oude tijden te doen herleven, toen de werkende klasse nog met de rode vlag de barricades beklom en 1 mei als nationale feestdag wilde uitroepen.

Er zullen nog wel enkele dikke tachtigers in de socialistische beweging zijn die nostalgische herinneringen aan de tijd van de gestaalde kaders koesteren, net zoals er oude katholieken zijn die terugverlangen naar het rijke roomse leven.

Maar veel kans op slagen heeft zijn oproep niet. Ten eerste bestaat de arbeidersklasse niet meer. Wel is er een onderklasse van laagbetaalde werknemers die echter niet in staat is één front te vormen tegen de machtige superklasse van miljardairs en multinationals. Het nieuwe proletariaat is niet verenigd in een beweging tegen wat in de 19de eeuw de bourgeoisie werd genoemd. En als ze het al zou lukken zich te verenigen in een vakbeweging die een radicale maatschappijverandering wil bewerkstelligen, dan vormen ze geen grote meerderheid van bezitlozen die het tegen bezitters opneemt.

Want op dit moment bestaat de meerderheid in dit land juist uit Nederlanders die bezit hebben: een huis − soms een tweede −, een auto plus caravan, een spaarrekening en een pensioen. En deze bezitters zijn helemaal niet van plan dat op het spel te zetten voor een revolutie. Of voor een omwenteling zoals Tuur dat noemt, waarbij het aandeelhouderskapitalisme plaatsmaakt voor arbeiderszelfbestuur binnen bedrijven.

Karl Marx definieerde de klassenstrijd als een maatschappelijk conflict tussen verschillende klassen met een andere economische positie: de een met toegang tot het kapitaal, de ander zonder toegang. Tussen die twee was geen compromis mogelijk. Uiteindelijk zou een proletarische revolutie een nieuwe historische situatie tot stand brengen: een klassenloze maatschappij waarin het conflict tussen productiemiddelen en productieverhoudingen niet langer bestaat. In de Sovjet-Unie en China is het geprobeerd maar met veel bloedvergieten en weinig permanent succes.

Beleggersmiljardair Warren Buffett zei ooit dat de klassenstrijd nog altijd gaande was. ‘Maar het is mijn klasse, de rijken, die de strijd voeren, en we zijn aan de winnende hand’, reageerde hij op aangekondigde belastingverlagingen van de Amerikaanse overheid.

Als Tuur Elzinga wereldrevolutie wil, zou hij misschien toch in de Verenigde Staten moeten beginnen. Hij zou alvast een velletje met de vertaling van de door Henriette Roland Holst geschreven tekst van de Internationale op de mail kunnen zetten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next