Home

Aanleg CO2-opslagproject Porthos in Rotterdamse Haven

Het CO2-opslagproject Porthos is na jaren van vertraging eindelijk in aanbouw in de haven van Rotterdam. Via tientallen kilometers aan pijpleiding kunnen grote uitstoters 2,5 miljoen ton broeikasgas per jaar kwijt onder de Noordzee. Volgen er meer van dit soort megaprojecten?

De CO2-buis van Porthos begint straks bij de Shell-raffinaderij in Pernis en legt vervolgens 30 kilometer af door het havengebied, naar een station waar het gas onder hoge druk wordt gezet. Vervolgens gaat het door nog eens 22 kilometer pijpleidingen onder de Noordzee, naar een oud aardgasveld. Daar moet de CO2 nog miljoenen jaren blijven zitten.

Grote industriële bedrijven zien deze permanente CO2-opslag als een goede en relatief goedkope manier om hun uitstoot omlaag te brengen. De eerste tonnen CO2 moeten in 2026 door het systeem worden gepompt.

Dat is dan wel na een flinke vertraging. Er kon jarenlang geen schop in de grond door procedures over de stikstofuitstoot bij de aanleg van de CO2-buizen. En dan zijn de bouwkosten ook nog eens gigantisch gestegen, naar inmiddels 1,3 miljard euro. Dat geld wordt opgehoest door Gasunie, EBN en het Havenbedrijf Rotterdam, allemaal in staatshanden.

Ondanks de tegenspoed blijft Porthos een voorloper. Wereldwijd wordt veel gepraat over CO2-opslag als klimaatoplossing, maar in de praktijk wordt nog nauwelijks CO2 opgeslagen onder de grond of onder zee.

Woorden als "pionier" en "uniek" vallen daarom veelvuldig op de boot vol hoogwaardigheidsbekleders die maandag door de Rotterdamse haven vaart om de start van de bouwwerkzaamheden te vieren. "Porthos laat zien dat innovatie springlevend is in dit land", jubelt de kersverse klimaatminister Sophie Hermans.

Tijdens de boottocht wordt wel duidelijk dat de verduurzaming in de Rotterdamse haven nog een lange weg te gaan heeft. Het tracé van de CO2-pijpleiding komt langs olieraffinaderijen, chemische fabrieken en kolenvelden, om te eindigen naast de enorme importterminal voor vloeibaar aardgas: allemaal industrieën die zijn gebaseerd op fossiele brandstoffen.

Zo staan medewerkers van Porthos maandag ook voor een enorme berg kolen buisdelen aan elkaar te lassen. De kolen gaan straks naar de Duitse staalfabrikant ThyssenKrupp, terwijl de pijpleiding na de laswerkzaamheden in de grond verdwijnt.

De CO2-buizen zijn ongeveer een meter in doorsnee, net groot genoeg om als John McClane in Die Hard doorheen te kruipen. Ze gaan straks vijftien jaar lang de uitstoot afvoeren van industriegiganten als Shell, BP en Air Liquide.

Dat is niet onomstreden, blijkt wel uit de veiligheidsfolder voor medewerkers van de bouwplaatsen van Porthos. Daarin staat precies uitgelegd wat zij moeten doen bij een demonstratie, namelijk de politie en beveiliging inschakelen. En wat vooral níet: in gesprek gaan met klimaatdemonstranten, laat staan met aanwezige journalisten.

Van demonstraties tegen de CO2-pijpleiding is het overigens nog niet gekomen, al zijn sommige milieuorganisaties wel kritisch op het project. Greenpeace hekelt bijvoorbeeld de subsidies die het Rijk ervoor uittrekt. Die zorgen er weliswaar voor dat de uitstoot omlaag gaat, maar veranderen niets aan het feit dat Shell in zijn raffinaderij fossiele brandstoffen blijft produceren.

Toch ontkennen de bedrijven achter Porthos dat CO2-opslag zorgt voor vertraging van de 'echte' energietransitie. "Het is een tijdelijke oplossing", zegt Hans Meeuwsen, directeur van het project. "Zodat we de transitie kunnen maken naar een nieuwe economie."

"Het is en-en-en", zegt ook klimaatminister Hermans. "De industrie is ook bezig om de CO2-uitstoot te verlagen. Dat moet ook, dat is ook goed. Maar dit hebben we ook nodig." Die mening deelt Frans Everts, topman van Shell Nederland: "We moeten alle manieren die we hebben om de CO2-uitstoot te verlagen aanpakken."

Als het aan de haven van Rotterdam ligt, is Porthos ook pas de eerste zin in een langer verhaal. Gasunie en EBN becijferden al eens dat er in de Nederlandse Noordzee ruim 1.600 ton CO2 kan worden opgeslagen, 45 keer zo veel als in het Porthos-gasveld. De haven wil straks een heuse CO2-hub worden, waar heel Europa zijn broeikasgas kwijt kan.

Inmiddels wordt al een aantal jaar gewerkt aan Aramis, een volgend CCS-project dat veel groter moet worden dan Porthos. Het komt niet alleen open te staan voor fabrieken in de Rotterdamse haven, maar ook voor buitenlandse bedrijven die hun CO2 naar Rotterdam willen brengen, per schip of pijpleiding.

In de loop van volgend jaar hopen de initiatiefnemers definitief te besluiten of dit project van start gaat. De vergunningen zijn al aangevraagd. Maar het project is nog niet in kannen en kruiken, waarschuwt Gasunie-directeur Willemien Terpstra. "Ook zo'n tweede project, al is hij iets groter, zal niet makkelijk zijn. Maar je ziet wel veel enthousiasme, want we hebben dit nodig om te verduurzamen. Dat stemt mij hoopvol."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next