Sinds enkele dagen voel ik me rusteloos. Eerst zocht ik de oorzaak in de korter wordende dagen en het ten einde lopen van mijn zomercolumns. Daarna bedacht ik dat in de columns te weinig citaten van de schrijver Fernando Pessoa waren verwerkt om voldaan af te kunnen zwaaien. Of moest ik er gewoon even tussenuit? Ik droomde al over verre landschappen, tot ik besefte dat onze vakantiecultuur eigenlijk maar geïnstitutionaliseerd vluchtgedrag is. Pas nu, al schrijvend, valt dan toch het kwartje: dit is simpelweg de rusteloosheid die altijd al door mij raast.
Zo kon ik in de seizoenen van mijn jeugd vrij onverwacht in tranen uitbarsten of onevenredig boos worden. De negatieve gedachten pakten zich onvoorspelbaar snel samen, maar zo’n storm ging even snel weer liggen, en liet me beschaamd achter. Verder was ik een normaal jongetje dat riep dat hij later profvoetballer wilde worden. Ik zei echter nooit hardop dat ik vooral hoopte ooit een gelijkmoedige man te zijn.
Hoewel de donkere wolken nooit ver weg dreven, regende het uiteindelijk nog zelden, want als puber sprak ik met mezelf af dat mannen niet huilen. Veel later leerde ik dat in woede ontsteken evenmin mannelijk is. Het onkruid in je gevoelstuin moet je niet ruw uit de grond rukken. Beter zet je woekerende emoties om in bijvoorbeeld zeer gedecideerd de (af)was doen, want meetbare nuttigheid relativeert de negatieve hersenspinsels.
Al dat bewuste mijn beste doen heeft helaas geen gelijkmoedige man opgeleverd. Soms kijk ik naar mijn onverstoorbare lief, en vraag ik me af hoe ze het toch doet. Het is het gebrek aan actief iets doen waaraan ze die rust ontleent.
Deze natuurlijke ontspannenheid kan ik vrijwel alleen maar evenaren door met mate te drinken met maten. Door mijn geest te verdoven en tegelijk juist gestimuleerd te worden door onze onbevangen omgang. Zulke avonden duren me zelden te lang. Behalve wanneer iemand weer oprakelt dat ik eens moest janken op de middelbare school, toen een docent me (onterecht) de klas uitstuurde.
Dé remedie tegen rusteloosheid blijft echter schrijven. Het biedt zowel afleiding van de onrust als een manier om nuttig bezig te zijn. Soms kun je zo diep in de alinea’s zitten dat je vergeet dat je het beschreven gevoel eerder werkelijk gevoeld heb. Ook nu daalt er een innerlijke vrede neer. Wel voel ik nog de drang om deze zomercolumns voldaan af te sluiten. Dus pas ik Het boek der rusteloosheid van Pessoa erbij, en ik lees: ‘Wanneer ik schrijf wat ik voel, doe ik dat om zo de koorts van het voelen te laten zakken. Wat ik beken heeft geen belang, want niets heeft belang. Ik maak landschappen van hetgeen ik voel. Ik maak vakantie van mijn gewaarwordingen.’
Source: Volkskrant columns