Het blijft in de Randstad een stuk makkelijker om een publieke laadpaal te vinden voor je elektrische auto dan daarbuiten. Maar het landelijke laadnetwerk lijkt steeds minder op een gatenkaas: op de meeste plekken is er inmiddels een laadpaal binnen loopafstand.
Grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoren goed op de beschikbaarheid van laadpalen, blijkt uit een analyse door NU.nl. In de grootste steden is er inmiddels meer dan één laadpaal per 100 inwoners, valt op te maken uit gegevens van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur en het CBS.
Maar de echte laadpaalwalhalla's zijn op verrassende plaatsen te vinden. Wat te denken van de Zeeuwse gemeente Sluis, met 212 laadpalen op minder dan 8.000 inwoners. Of Loon op Zand, met meer dan 500 laadpalen op 24.000 inwoners.
Wat blijkt: die palen staan er vooral voor de bezoekers. Het gaat voor een groot deel om 'semi-publieke' laadpalen, die in Sluis bijvoorbeeld bij hotels en vakantieparken aan de kust staan. In Loon op Zand staat een op de drie laadpalen voor de ingang van de Efteling.
Minder goed bedeeld zijn vooral plattelandsgemeenten in het noord- en zuidoosten van het land. Het Friese Dantumadiel is de grootste achterblijver, met slechts 17 laadpalen voor 19.000 inwoners.
"In onze gemeente hebben bovengemiddeld veel mensen een eigen oprit", zegt wethouder Kees Wielstra vanaf zijn motorvakantie. "En als je een eigen oprit hebt, kun je gewoon thuis laden met je eigen zonnepanelen."
En zonnedaken, daar zijn er volgens de wethouder wél heel veel van in Dantumadiel. Dat klopt: meer dan de helft van alle huizen heeft al zonnepanelen op het dak, blijkt uit gegevens van het CBS. Alleen in Tynaarlo (Drenthe) ligt dat percentage nog hoger.
Wat merkt de gemiddelde e-automobilist eigenlijk van de ongelijk verdeelde laadpalen? Niet enorm veel, denkt Maarten van Biezen van de Vereniging Elektrische Rijders. "Mensen zijn heel positief over de laadinfrastructuur", zegt hij.
Uit jaarlijks onderzoek van de vereniging blijkt dat de meeste mensen nog altijd op de eigen oprit laden. Die mogelijkheid geven zij een rapportcijfer 9. Maar ook publieke laadpalen scoren een ruime voldoende.
Door de toenemende actieradius van elektrische auto's komt het voor de meeste stekkerrijders ook niet vaak voor dat ze onderweg moeten opladen. "In de gevallen dat het moet is er eigenlijk altijd wel een laadpunt. Snelladers zijn tegenwoordig echt heel ruim voorradig. Maar je kan met publieke laders nog wel pech hebben."
Met de Nationale Agenda Laadinfrastructuur werken lokale overheden toe naar een landelijk dekkend laadnetwerk. Het moet ervoor zorgen dat in alle woonwijken laders op loopafstand beschikbaar zijn. In totaal zijn er zo'n 15.000 'vakjes' op de kaart waar minstens één lader zou moeten staan.
Inmiddels is ongeveer 85 procent van die vakjes ingevuld. Wel zijn er nog 2.300 'gaten' in het landelijke laadnetwerk (de rode stippen op de kaart hierboven). Er is dus nog werk aan de winkel, maar er is ook al veel verbeterd: drie jaar geleden waren er nog meer dan 6.000 blinde vlekken.
Door het hele land weden er vorig jaar ruim 60 openbare laadpalen per dag geplaatst. Dat tempo is de afgelopen jaren flink omhoog gegaan, waardoor er nu meer dan 160.000 (semi-)openbare laadpunten zijn.
Ook in Dantumadiel wordt gewerkt aan het opvullen van de laadpaalgaten, zegt wethouder Kees Wielstra. Er liggen al verschillende aanvragen voor openbare laders, maar door drukte bij leveranciers, aannemers en de netbeheerder staan die soms al een jaar in een wachtrij.
"Er is in de regio een extra aannemer aangesteld om dit werk te doen. Het komende jaar wordt een inhaalslag gemaakt", belooft hij.
Source: Nu.nl economisch