Home

Het is nogal een bewering dat acht uur per dag kijken naar korte video’s géén invloed heeft op het brein

Een moment moest ik me over het gevoel heen zetten dat dit wel heel erg iets was voor Alexander Klöpping, en toen was het gedaan. Nadat ik voor de tigste keer een film kijken had proberen te combineren met het zwarte gat van Instagram-reels bestuderen, ging ik over tot actie: ik installeerde een app om mezelf op andere apps te beperken.

Sindsdien kan ik 20 zelf opgelegde minuten per dag op sociale media. En elke keer dat ik Instagram open, moet ik 10 bloedirritante seconden wachten, waarna de app me vraagt of ik echt mijn tijd op deze zielverslindende dienst wil doden. Euh, ja, dólgraag.

Haro Kraak is verslaggever van de Volkskrant en specialiseert zich in cultureel-maatschappelijke onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Of die geautomatiseerde zelfbeheersing gelukkiger maakt – neuh, niet per se. Door meer te letten op je scrolgedrag, voel je je vooral nog slechter over je eigen gescrol (en erger je je nog meer aan dat van anderen).

Anhedonie is de staat van vreugdeloosheid opgewekt door het ongebreideld najagen van genot, het is de leegte van verslaafden, van rammen op de knop van de gokmachine. Dit weet ik niet uit mijn hoofd, maar las ik laatst in een deprimerend stuk over ‘dopamine culture’. ‘Alles wordt TikTok’, was de strekking. Facebook, X, YouTube, Instagram: allemaal draaien ze om zeer korte video’s – reels, shorts – die extreem prikkelend zijn, en tegelijk doodsaai.

Een kitesurfer die door een windvlaag wordt meegenomen, next, een interview over hoe iemand rijk is geworden, next, een man die op straat een harde boer laat – en eindeloos zo verder. Een moment later besef je dat er een uur is verdwenen en dat je niet één ding hebt gezien dat je is bijgebleven, je bent alleen afgeleid.

Uit een onderzoek van de Universiteit van Toronto dat deze week verscheen blijkt dat telkens swipen naar een nieuw filmpje, omdat er misschien toch nog een leukere in het verschiet ligt, de verveling niet verdrijft, maar erger maakt. Onderdompeling in een langere video geeft juist meer voldoening. Een logische conclusie, maar welke jongere leeft ernaar?

In een zwaarmoedige bui vrees ik weleens dat het vermogen om je diep te concentreren – het gelukzalig opgaan in een boek of het maken van een tekening – in de zeer nabije toekomst een privilege is voor de happy few. Meestal slik ik die gedachte ook weer in, om maar niet als vroegboomer over te komen.

In juni interviewde ik de Amerikaanse sociaal-psycholoog Jonathan Haidt over zijn boek The Anxious Generation, en zijn alarmerende en ietwat kortzichtige boodschap: opgroeien met smartphones en sociale media verwoest de mentale gezondheid van jongeren. Een bewering die per definitie te generaliserend en ronkend is, en waar ik ook kritische vragen over stelde.

Sinds de publicatie proberen wetenschappers zijn ongelijk te bewijzen – het schijnt de aard van wetenschap te zijn. Onlangs kwam ook het Trimbos Instituut met een ernstige blog over het boek, veelal verwijten die Haidt al adresseert: correlatie met causaliteit verwarren, cherrypicking en een te ongenuanceerde kijk op sociale media – er zitten óók positieve kanten aan.

Jaahaa, dat ontkent ook niemand.

‘Maak geen boeman van sociale media’, schreven drie hoogleraren in NRC in reactie op het boek. Tot mijn verbazing sloten zij hun stuk af met adviezen die overeenkomen met die van Haidt: geef jongeren niet te jong een smartphone, en houd de smartphone buiten de slaapkamer en het klaslokaal.

Voor- en tegenstanders zijn het dus over één vraag eens: willen we meer of minder schermtijd? Het vergt grote inspanning en samenwerking op lokale schaal door ouders om dat doel te bereiken. Een sociaal-psycholoog die iets te kort door de bocht gaat om mensen wakker te schudden, lijkt me dan niet de juiste vijand.

Buitengewone claims verdienen buitengewoon bewijs, is het credo. Je kunt zeggen: ja, het is inderdaad nogal een bewering dat acht uur per dag kijken naar een eeuwige loop van 15 seconden durende filmpjes die telkens kleinere wolkjes dopamine opwekken géén invloed heeft op de bedrading van het brein.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next