Home

Ik stel voor dat hoofdredacties voortaan de n-woordtest doen

De benedenburen zijn er al weken druk mee, en ook aan ons land ging de ‘mediastorm’ (zoals NRC de ophef noemde) niet voorbij.

Wat wil het geval? Van de Vlaamse veelschrijver Herman Brusselmans – naar verluidt heeft hij 88 boeken op zijn naam staan – stond begin deze maand een column in weekblad Humo waarvan de honden geen brood zouden blieven. Daarin repte hij van ‘een klein, dik kaal Joodje dat de onheilspellende naam Bibi Netanyahu draagt’, en deelde hij mede zo woedend te zijn over de oorlog in Gaza ‘dat ik iedere Jood die ik tegenkom een puntig mes los door de keel wil rammen’. Om daar haastig aan toe te voegen: ‘Je moet er natuurlijk altijd bij denken: niet iedere Jood is een moorddadige rotzak (…)’

Natuurlijk, je kunt onnoemelijk veel aan te merken hebben op Israël – en doe dat vooral. Maar zelfs een kleuter snapt dat Brusselmans hier rijkelijk put uit het klassiek antisemitische repertoire. Voor de Israëlische premier grijpt hij terug op de karikatuur van het Afzichtelijk Lelijke Joodje. Nog armoediger: blijkbaar houdt hij ‘iedere Jood’ verantwoordelijk voor wat Israël uitspookt, of nou ja, nee toch niet allemaal – het schaamlapje dat bruine opvattingen altíjd vergezelt.

Het was niet voor het eerst dat Brusselmans antisemitische clichés nabauwt. Afgelopen december schreef hij in Humo: ‘Israël maakt gebruik van dezelfde methoden om een heel ras te vernietigen als indertijd de Duitsers.’ En over de Verenigde Staten: ‘De superbedrijven zijn in handen van Israëli’s, de grootbanken, de geheime diensten, de vastgoedbezittingen en praktisch de hele cultuur.’

Alleszins begrijpelijk dat Joodse organisaties nu helemáál razend waren en Brusselmans aangifte in het vooruitzicht stelden.

Bijna hilarisch was hoe de schrijver dáár weer op reageerde: door te klagen dat ‘deze mensen enorm snel op hun tenen getrapt zijn’. Ooit, verklapte hij, was hij ‘behoorlijk gek op de Joodse cultuur, onder andere dankzij Woody Allen en Seinfeld’. Nu vroeg hij zich af waar ‘het Joodse relativeringsvermogen’ was gebleven, ‘want vroeger waren ze daar wél goed in’. (Klopt, klopt. Vroeger vonden Joden het hartstikke geinig om over één kam geschoren, gekleineerd en uitgescholden te worden. Jammer toch, dat ze hun plaats niet meer kennen.)

Over de auteur
Elma Drayer is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het allergênantst: de hoofdredactie van Humo blééf zich maar opwerpen als dappere ridders van het vrije woord. Blééf maar prevelen dat Brusselmans speelse satire bedreef die je vooral niet letterlijk moest nemen, noch ‘persoonlijk’ mocht opvatten. Wel haalde ze de column offline, maar dat was dat.

Terecht kreeg medecolumnist Arnon Grunberg genoeg van zoveel labbekakkerigheid. Hij zegde zijn medewerking aan Humo op, na vijfentwintig jaar trouwe dienst welteverstaan. ‘Het staat jullie vrij revisionisme in jullie blad te bagatelliseren en te verwelkomen’, schreef hij, ‘maar dat betekent niet dat ik naast de revisionist wens te publiceren.’

Trouw-columnist Jamal Ouariachi daarentegen voelde zich geroepen om zijn Vlaamse collega te verdedigen. Hij betreurde het afgelopen zaterdag dat alle aandacht uitging naar Brusselmans’ geweldsfantasieën en niet naar de ‘echte mensen op wie momenteel genocide wordt gepleegd’. De hoofdredactie van Trouw op haar beurt noemde Ouariachi’s klepkolder ‘ongemakkelijke overpeinzingen’, ‘donkerste gedachten’ waarvan we vooral niet mogen ‘wegkijken’ – dat u het maar weet.

Ik stel voor dat hoofdredacties voortaan de n-woordtest doen. Belandt er zo’n column (of cartoon) à la Brusselmans op je bureau, vervang dan het J-woord door het n-woord. Beeld je in dat de betreffende columnist het niet heeft over een klein, dik kaal Joodje, maar over een klein, dik kaal n*tje. Niet fantaseert over hoe hij uit woede iedere Jood die hij tegenkomt een puntig mes los door de keel wil rammen, maar hoe hij uit woede iedere persoon van kleur die hij tegenkomt een puntig mes los door de keel wil rammen.

Bedenk vervolgens of je je dan óók zou opwerpen als ridder van het vrije woord. Oók zou volhouden dat het hier speelse satire betreft die mensen van kleur niet letterlijk moeten nemen noch persoonlijk mogen opvatten.

Luidt het antwoord dat je zulks niet in je beschaafde hoofd zou halen, dan weet je wat je te doen staat. De columnist in kwestie bij kop en kont het pand uit gooien.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next