Home

Ik geloof niet in ‘jezelf zijn’ omdat ik niet in mezelf geloof

Wereldwijd wordt het leven vaak voorgesteld als een pad naar het ware zelf. Ook in het op spiritueel gebied nuchtere Nederland wijzen de borden richting levensgeluk vaak naar ‘wees gewoon jezelf’.

Van alle leugens om bestwil die we elkaar vertellen, kan ik achter deze geen al te beste wil ontwaren. Het klopt dat mensen (onbewust) veel tijd verspillen aan zich ‘anders’ voordoen. Maar een innerlijke zoektocht naar oorspronkelijkheid is niet de juiste andere weg.

Ik geloof niet in het zelf omdat ik niet in mezelf geloof. Ik ben een vat vol geïnternaliseerde indrukken en invloeden. Andermans mening, gedrag en zelfs manier van praten neem ik vaak automatisch en onbedwingbaar over als voorbeeld. Er zijn weinig dingen die ‘ik’ niet kan herleiden tot een ander persoon, een boek, of tot grotere structuren en culturen.

Voor mijn redenering veronderstel ik maar dat er een onvervreemdbaar zelf bestaat. Hoe vind ik deze mij in mij? Op een solo-wereldreis of juist teruggetrokken op mijn kamer? Beide opties impliceren afzondering. Maar juist wanneer ik alleen met mijzelf ben, besef ik hoezeer anderen bij mij zijn. Van het geloof dat ik van mijn ouders meekreeg tot hoe ik geleerd heb mijn pen vast te houden. Zelfs de taal waarin ik schrijf, beheers ik omdat anderen tegen mij spraken.

Tegenwoordig hoor je vaak een sterke roep om zichtbare rolmodellen. Meestal klinkt dit voor mij als een overschatting van externe wegwijzers om intern dwalen op te lossen. Sommige lezers denken nu misschien dat ik zelf een voorbeeldfiguur kan gebruiken. Iemand die mij zou vertellen dat ik meer zelfvertrouwen moet hebben, sterker in mijn schoenen moet staan, om wel te weten wie ik ben.

Ik zou tegenwerpen dat iedereen die ‘gewoon lekker zichzelf’ is, ergens op het levenspad de zelfzoektocht heeft gestaakt. Zij begrepen dat de horizon van ons zijn onbereikbaar is; dat het makkelijker is om een muur rondom je geest te bouwen, en te geloven dat wie jij bent samenvalt met wat daarbinnen vastzit.

Mijn persoonlijke rolmodel zou me cynisch noemen. In reactie daarop zou ik proberen alle invloeden op mijn leven tot nul te reduceren, totdat er een basaal individu overblijft. Een wezen dat alleen prettige prikkels zoekt en pijn mijdt. Bij tegenspoed een overlever en bij voorspoed een pure hedonist. Als dit het zelf is, moet ik mezelf ontstijgen.

En zo kom ik weer terug op het spiegelen aan anderen. Een enkele spiegel symboliseert narcistisch individualisme. Zet twee spiegels tegenover elkaar en ze weerspiegelen elkaar eindeloos. Misschien is het dus zo erg nog niet dat ‘jezelf zijn’ voor mij betekent ‘zoals anderen zijn’. Er wordt niet voor niets gezegd: ‘Toon me je vrienden en ik toon je wie je bent’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next