Home

Kan de dodentaks ook naar 85 procent?

Voor degenen die zich wentelen in de nostalgie van kostuumdrama’s zoals Downton Abbey, Pride and Prejudice en Brideshead Revisited, zijn de naoorlogse beelden pijnlijk.

Door een erehaag van butlers, dienstmeisjes, koks, chauffeurs en tuinders verlaten de lord en lady het adellijke erfgoed dat ze hebben moeten opgeven, omdat ze de ‘dodentaks’, zoals de erfbelasting nog wordt genoemd, niet kunnen opbrengen.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Vlak daarvoor hebben de eigenaren bezoek gehad van enkele heren van de National Trust, die de gebouwen om niet hebben overgenomen om te transformeren tot publiek toegankelijke musea. Nog één keer kijken de lord en lady om. Na eeuwenlang in familiehanden te zijn geweest, komt er nu een einde aan een tijdperk.

‘Een museum heeft iets droevigs: keukens waarin niet langer wordt gekookt, slaapkamers waarin niet wordt geslapen, bibliotheken waarvan de boeken niet worden gelezen en salons waarin geen intriges meer plaatsvinden, geen samenzweringen worden beraamd en niet meer naar macht en invloed wordt gestreefd’, zei de 11de markies van Lothian.

De Labourregering van Clement Attlee verhoogde de erfbelasting na de oorlog van 60 tot 85 procent om een nieuwe, meer gelijke welvaartsstaat te creëren. De oude klassenmaatschappij, waarin een klein deel van de haves in kastelen woonden, en het overgrote deel van de havenots in sloppenwijken, moest op de schop.

Nu klagen de haves in de aanloop naar de grote vermogensoverdracht tussen de generaties al over een erfbelasting van 20 procent. In het Engeland van toen was eeuwenlang het grootgrondbezit belastingvrij gebleven. Maar met de komst van algemeen kiesrecht lukte dat niet meer. Onder de liberale regeringen van begin 20ste eeuw waren de monumentale landhuizen al in verval gekomen door de invoering van een dodentaks.

‘Het is een langzamere en pijnlijkere uitroeiing dan de guillotine of ophanging aan een lantaarnpaal, maar het resultaat is hetzelfde’, zei een Conservatieve parlementariër.

Liefst 1.200 majestueuze kastelen en landhuizen van fameuze architecten als Edwin Lutyens zouden onder de slopershamer vallen. Op de landgoederen verrezen veelal woonwijken voor de nieuwe middenklassen. Een deel kwam in handen van de National Trust, waarbij de eigenaren soms het recht kregen om enige generaties in een klein privégedeelte te blijven wonen.

Wie eigenaar wilde blijven, moest uitverkoop houden van schilderijen en meubelen. Vervolgens werd er een pretpark van gemaakt om het onderhoud te bekostigen, zoals nu nog bij Omroep Max te zien is in de serie Het echte leven van de Britse adel.

Sommige aristocraten probeerden tijdens de Tweede Wereldoorlog op macabere wijze aan de dodentaks te ontkomen. Ze schonken het bezit aan hun zonen. Als die sneuvelden in de oorlog, waren ze vrijgesteld van belastingen. Deze maas in de belastingwet werd al snel gedicht.

Nu zijn de babyboomers de haves en de gen Z’ers de havenots. Net zoals de adel van toen willen de haves hun bezit wel overdragen, maar alleen aan hun eigen kinderen.

Want ook de babyboomers wentelen zich in nostalgie, naar de tijd dat zij van de idealisten van de jaren zestig uitgroeiden tot de bezittende klasse van nu. Dankzij de hypotheekrenteaftrek.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next